Advertentie
    Geertje Otten Hebban Recensent

Aaron Bachman weet het zeker: Het probleem met de meeste boeken is, dat de personages niets te vertellen hebben. 'Je moest eerst iedereen leren kennen voordat je een beetje begreep waar het over ging, en daar had ik het geduld niet voor, behalve als het personage meteen interessant was.' In Alleen met de goden maakt Alex Boogers deze 'fout' in ieder geval niet. Al na het lezen van het eerste hoofdstuk is het de lezer duidelijk met wie hij te maken heeft. Hoofdpersoon Aaron groeit op in 'het naamloze gat', onder de rook van Rotterdam, in een gezin waarin de vader onder invloed van teveel drank soms wild om zich heen zwaait met zijn geweldige vuisten en de moeder geen kans onbenut laat om Aaron te vertellen dat hij beter nooit geboren had kunnen worden. Daarmee lijken de kaders vastgelegd voor alweer een kind-groeit-op-in-een-zwak-milieu-en-weet-zich-daaraan-te-ontworstelenboek.

De negenjarige Aaron is eraan gewend geraakt dat zijn moeder altijd boos lijkt over iets. Ze heeft een venijnige stem, 'De stem van mijn moeder sneed in mijn hersenen als heet ijzerdraad', die iedereen stil kan krijgen. In haar ogen doet hij nooit iets goed en zal hij ook nooit iets worden. Zij vader laat hem graag weten dat hij nergens bang voor mag zijn en dat hij van zich moet laten horen. 'Papa Leeuw had gelijk: ik was een tijgerwelp en ik moest leren brullen. Ik wist zeker dat het me zou lukken. Ooit. Nu nog niet, en morgen ook nog niet. Later. Mijn moeder zei dat ik mijn klauwen moest leren gebruiken. Brullen en mijn klauwen gebruiken. Dat was de weg van de tijger.' 'S Nachts wordt Aaron uit zijn slaap gehouden door een steeds terugkerende droom waarin hij wordt nagezeten door een onheilspellend, voortrollend gevaarte. Om zijn angst kleiner te maken, besluit hij de beelden uit zijn hoofd op te schrijven in schriftjes, die hij verstopt zodat niemand ze zal lezen.

Als zijn vader op een avond iemand neerslaat, valt het gezin helemaal uit elkaar. Vader verdwijnt voor jaren achter de tralies, moeder komt om in de schulden en Aaron komt meer en meer op straat terecht. Hij ontdekt dat zijn vader zijn biologische vader niet is, maar niemand vertelt hem hoe het echt in elkaar steekt. Alleen Rinus de patatboer en de buurtchinees hebben aandacht voor hem, voor de rest moet hij het zelf maar uitzoeken. Troost vindt hij bij zijn buurmeisje Olivia en bij Otis, een afgedankte vechthond, die als een monster opgesloten is in een asiel. 'Ik geloofde niet dat hij een monster was. Ze hadden hem gekooid, laten vechten voor zijn leven en als levend aas gebruikt voor andere vechthonden. Toen hij geen functie meer had, hebben ze hem gedumpt. Nu wist hij niet meer wie hij moest vertrouwen. Hij was angstig en woest.'

Aaron staat erop dat hij naar de mavo gaat, ondanks de adviezen van zijn juf, die hem liever een niveau lager zou plaatsen. Op de mavo heeft hij het niet gemakkelijk. Iedereen verwacht dat hij er gaat mislukken, behalve meneer Broere, de muziekleraar. Hij leert Aaron in te zien dat hij moet blijven schrijven, door hem zijn boeken te lenen. Als Aaron gaat kickboksen, leert hij van zijn instructeur Arturo dat hij juist uit mogelijkheden bestaat in plaats van uit beperkingen. Art stimuleert hem ook om zijn diploma te halen. Langzaam maar zeker ontstaat er een verandering in Aaron.

Alleen tussen de goden is niet origineel. Qua thematiek is het te vergelijken met bijvoorbeeld Iedereen krijgt klappen van Boudou, waarin de hoofdpersoon zich ook probeert te ontworstelen aan zijn milieu. Ook de vriendschapsband met de hond is eigenlijk te simpel. Verschillende hoofdstukken zijn voorspelbaar, zelfs het 'onheilspellende, voortrollende gevaarte' is niet onverwacht. De stijl is overtuigend, zakelijk, maar niet bijzonder. Natuurlijk is er af en toe sprake van mooie beeldspraak: 'De stem van mijn moeder vloog als een zeis over de gang' of 'mijn moeder schuifelde door het huis, in haar paarse badjas, als een gevallen keizerin die op zoek was naar haar rijk', maar dat alleen maakt het boek niet goed. Wat maakt het boek dan toch zo boeiend, dat je het bijna niet weg kunt leggen?

Het geheim zit hem in de diepgang en de reikwijdte. Waar andere boeken alleen een soort 'ontsnappingsverhaal' zijn, gaat Boogers verder. Niets blijft onbesproken. Alleen tussen de goden is een zoektocht naar een vader, naar liefde, naar vertrouwen, naar zelfvertrouwen, maar bovenal naar erkenning. Aaron is niet alleen een vechter, maar ook een kunstenaar. Hemingway is daarbij zijn voorbeeld. 'Hemingway vocht met zijn verhaal, met zijn personages, met zijn zinnen en woorden. Hij smeet ze op papier, ogenschijnlijk achteloos, maar elke keer met de trefzekerheid van een samoerai die met een zwaaiende beweging zijn tegenstander uitschakelt.' Zo wil Aaron ook schrijven, maar tegelijkertijd is hij bang om te falen. 'Dit waren verheven geesten, goden, die door door doordachten en precies wisten waar ze mee bezig waren(...)'. Hij is maar gewoon Aaron, afkomstig uit een kansloos milieu, die goed is in wat men van hem verwacht, namelijk vechten. De diepgang ontstaat juist tussen de wedstrijden door: daar waar niemand het verwacht.

Alleen met de goden is ook meer dan alleen een ontwikkelingsroman. Het gaat ook over literatuur, het schrijverschap en de kunsten. De opbouw van het boek zorgt ervoor dat de lezer die op zoek is naar literaire verdieping, aan zijn trekken komt. De verschillende delen hangen goed samen, de motto's zijn mooi gekozen. Ziehier de extra reikwijdte.

Om goed te zijn in de kunsten, moet je bereid zijn eraan onderdoor te gaan. 'Je moest naar water durven graven in de woestijn' en dat is wat Alex Boogers met Alleen met de goden heeft gedaan.

Reacties op: Naar water graven in de woestijn

541
Alleen met de goden - Alex Boogers
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners