Lezersrecensie
Interessant debuut over dystopie die er van de buitenkant uitziet als utopie
Disclaimer: ik ken de auteur niet en heb nooit met haar gesproken of samengewerkt. Ik kocht het boek nadat ik het enkele keren voorbij zag komen op Facebook en omdat ik nieuwsgierig ben naar SF van eigen bodem.
7- Ik wilde dat ik positiever kon zijn over deze roman - ik begon eraan met vrij hoge verwachtingen. Veel SF-romans van Nederlandstalige origine zijn er namelijk nog steeds niet (al zit er wel groei in), dus hoop ik altijd een nieuwe klassieker te ontdekken. Soms is het echter gewoon een okee verhaal. Wel een met interessante maatschappijkritiek. Natuurlijk zien we in deze roman de gevolgen van doorgeslagen kapitalisme met de daarbij behorende uitbuiting van de natuur - klimaatverandering, vervuiling, epidemieën. We zien daarnaast de gevolgen van 'social media' en algoritmen - hoe mensen hun keuzevrijheid overgeven aan computer of leiders en zichzelf laten verdoven, zonder door te hebben dat ze dienen als voeding voor de systemen die ze controleren. Blijkens het voorwoord liet Janmaat zich onder andere inspireren door de ideeën van Rutger Bregman over het basisinkomen - en door de discussie over de menselijke natuur die oplaait als je het over het basisinkomen hebt: zijn mensen lui en geneigd om weg te zakken in passiviteit als de staat ze onderhoudt? Of stelt het basisinkomen ze juist in staat om hun eigen creativiteit te ontplooien en zich voor andere in te zetten? Hier is er bijvoorbeeld een beschaving die de populatie bezighoudt met 'bullshit jobs' die robots net zo goed kunnen doen. Ik vond dat de auteur goed had nagedacht over de onderliggende principes van de verschillende samenlevingen en hoe die doorwerken - het is altijd mooi om SF te vinden waaraan werkelijke ideeën ten grondslag liggen.
Bovendien genoot ik als SF-nerd van de technische snufjes en hoe die werden ingezet: de leefpoef, het unipak dat holografisch kleren en haar kan projecteren, de persoonlijke assistent. Hieruit blijkt veel creativiteit en het gaf deze wereld ook iets eigens.
Helaas veranderden sommige snufjes in onmogelijke fantasy-krachten. Een batterij die op afstand alles energie kan geven zonder ooit op te raken? En geen radio-activiteit verspreidt? Een geheugenchip met een quantumcomputer die de hoofdpersoon in staat stelt de geheugens van anderen te manipuleren en robots aan te sturen? De 'suspension of disbelief' liet me daarbij in de steek. Bovendien maakte dit het voor de hoofdpersoon veel te makkelijk (voor mijn gevoel) om als superheld de hele wereld te transformeren.
Andere recensenten hebben opgemerkt dat ze de personages vlak vonden of zich kinderlijk vonden gedragen (onder andere rond relaties). Het viel mij ook op, maar ik denk dat dit een bewuste keuze was van de auteur: in de beschavingen die zij beschrijft leiden mensen een leeg leven, hun eigen verantwoordelijkheid wordt van ze afgenomen, ze zijn 'kinderen van de machinestaat' en dus ook niet echt volwassen.
Waar ik wel over viel was de manier waarop het was geschreven. In principe las het boek vlot, met korte zinnen en vlotte dialogen. Maar de zinsopbouw herhaalde zich vaak. Er stonden komma's waar ze niet thuishoorden. Deuren openden in plaats van open te gaan (dat kan in het Engels wel, maar niet in het Nederlands). De woordkeuze was vreemd: mensen sloegen hun wimpers neer of knipperden met hun wimpers en niet met hun ogen en in plaats van elkaar te omhelzen knuffelden ze elkaar (bij elke ontmoeting ...). Bovendien hield de auteur zich niet helemaal aan het gekozen perspectief. We volgen Valeri's gedachten en observaties, maar dan lezen we 'Valeri glimlacht breed, met kraaienpootjes om haar toegeknepen oogleden' of 'Ze lacht breeduit. Haar tanden glimmen witter dan de wanden van het kenniscentrum'. Ze ziet zichzelf op dat moment niet in de spiegel. Later in het boek blijft het perspectief beter bij de hoofdpersoon (op enkele passages vanuit andere personages na).
Het boek eindigt met een interessante cliffhanger. Er blijkt in deze wereld nog meer aan de hand te zijn dan Valeri van te voren dacht en het verleden zou anders in elkaar kunnen zitten dan haar is verteld.
Voor liefhebbers van dystopieën (vooral die er oppervlakkig uitzien als utopieën) kan dit wel eens een aanrader zijn, maar dan wel voor lezers die niet heel kritisch zijn met betrekking tot de schrijfstijl.
7- Ik wilde dat ik positiever kon zijn over deze roman - ik begon eraan met vrij hoge verwachtingen. Veel SF-romans van Nederlandstalige origine zijn er namelijk nog steeds niet (al zit er wel groei in), dus hoop ik altijd een nieuwe klassieker te ontdekken. Soms is het echter gewoon een okee verhaal. Wel een met interessante maatschappijkritiek. Natuurlijk zien we in deze roman de gevolgen van doorgeslagen kapitalisme met de daarbij behorende uitbuiting van de natuur - klimaatverandering, vervuiling, epidemieën. We zien daarnaast de gevolgen van 'social media' en algoritmen - hoe mensen hun keuzevrijheid overgeven aan computer of leiders en zichzelf laten verdoven, zonder door te hebben dat ze dienen als voeding voor de systemen die ze controleren. Blijkens het voorwoord liet Janmaat zich onder andere inspireren door de ideeën van Rutger Bregman over het basisinkomen - en door de discussie over de menselijke natuur die oplaait als je het over het basisinkomen hebt: zijn mensen lui en geneigd om weg te zakken in passiviteit als de staat ze onderhoudt? Of stelt het basisinkomen ze juist in staat om hun eigen creativiteit te ontplooien en zich voor andere in te zetten? Hier is er bijvoorbeeld een beschaving die de populatie bezighoudt met 'bullshit jobs' die robots net zo goed kunnen doen. Ik vond dat de auteur goed had nagedacht over de onderliggende principes van de verschillende samenlevingen en hoe die doorwerken - het is altijd mooi om SF te vinden waaraan werkelijke ideeën ten grondslag liggen.
Bovendien genoot ik als SF-nerd van de technische snufjes en hoe die werden ingezet: de leefpoef, het unipak dat holografisch kleren en haar kan projecteren, de persoonlijke assistent. Hieruit blijkt veel creativiteit en het gaf deze wereld ook iets eigens.
Helaas veranderden sommige snufjes in onmogelijke fantasy-krachten. Een batterij die op afstand alles energie kan geven zonder ooit op te raken? En geen radio-activiteit verspreidt? Een geheugenchip met een quantumcomputer die de hoofdpersoon in staat stelt de geheugens van anderen te manipuleren en robots aan te sturen? De 'suspension of disbelief' liet me daarbij in de steek. Bovendien maakte dit het voor de hoofdpersoon veel te makkelijk (voor mijn gevoel) om als superheld de hele wereld te transformeren.
Andere recensenten hebben opgemerkt dat ze de personages vlak vonden of zich kinderlijk vonden gedragen (onder andere rond relaties). Het viel mij ook op, maar ik denk dat dit een bewuste keuze was van de auteur: in de beschavingen die zij beschrijft leiden mensen een leeg leven, hun eigen verantwoordelijkheid wordt van ze afgenomen, ze zijn 'kinderen van de machinestaat' en dus ook niet echt volwassen.
Waar ik wel over viel was de manier waarop het was geschreven. In principe las het boek vlot, met korte zinnen en vlotte dialogen. Maar de zinsopbouw herhaalde zich vaak. Er stonden komma's waar ze niet thuishoorden. Deuren openden in plaats van open te gaan (dat kan in het Engels wel, maar niet in het Nederlands). De woordkeuze was vreemd: mensen sloegen hun wimpers neer of knipperden met hun wimpers en niet met hun ogen en in plaats van elkaar te omhelzen knuffelden ze elkaar (bij elke ontmoeting ...). Bovendien hield de auteur zich niet helemaal aan het gekozen perspectief. We volgen Valeri's gedachten en observaties, maar dan lezen we 'Valeri glimlacht breed, met kraaienpootjes om haar toegeknepen oogleden' of 'Ze lacht breeduit. Haar tanden glimmen witter dan de wanden van het kenniscentrum'. Ze ziet zichzelf op dat moment niet in de spiegel. Later in het boek blijft het perspectief beter bij de hoofdpersoon (op enkele passages vanuit andere personages na).
Het boek eindigt met een interessante cliffhanger. Er blijkt in deze wereld nog meer aan de hand te zijn dan Valeri van te voren dacht en het verleden zou anders in elkaar kunnen zitten dan haar is verteld.
Voor liefhebbers van dystopieën (vooral die er oppervlakkig uitzien als utopieën) kan dit wel eens een aanrader zijn, maar dan wel voor lezers die niet heel kritisch zijn met betrekking tot de schrijfstijl.
2
Reageer op deze recensie
