Lezersrecensie

Vulkanisch schrijven


Peter Bakema Peter Bakema
14 mrt 2023

Gustave Flaubert (1821-1880) schreef een aantal beroemde romans en verhalen. Sommige zijn realistisch, zoals ‘Madame Bovary’ (1857) of ‘De leerschool der liefde’ (1869). Andere zijn historisch, zoals ‘Salammbo’ (1862) of ‘De verzoeking van de heilige Antonius’ (1874). Toch doen zijn brieven niet voor zijn fictie onder. ‘Haat is een deugd’ is een bloemlezing uit zijn correspondentie, geselecteerd en vertaald door Edu Borger. Het boek verscheen als privé-domein 56.

Flaubert maakt een maandenlange reis door de Oriënt met zijn vriend Maxime du Camp. Per brief houdt hij zijn overbezorgde moeder op de hoogte van zijn impressies en ervaringen. Hij is in Constantinopel (=Istanbul), Alexandrië, Cairo, Jeruzalem en Damascus. We lezen over de monumenten die hij onderweg ziet, zoals de piramides, de sfinx, de tempels in Luxor en Karnak.

De Oriënt is een andere wereld, nog vreemder want onbekender dan nu. Als romanticus voelt hij zich aangetrokken door deze wilde, bonte wereld vol geuren en kleuren. Het exotische van moskeeën en paleizen, de wemelende drukte, de bonte kleding van de mensen, het brengt hem tot leven. Openhartig schrijft hij zijn moeder niet te begrijpen dat Franse vrouwen hun toevlucht niet zoeken bij Arabische jongemannen, ze zijn zoveel knapper. Aan een vriend schrijft hij over zijn erotische avonturen op reis, die hij soms met een geslachtsziekte moet bekopen.

De brieven aan Georges Sand gaan vooral over hun verschillen als schrijvers, al hebben ze groot respect voor elkaar. Sand denkt vrij licht over de letteren, ze schrijft plotgedreven, onderhoudende romans zo tussen de bedrijven door. Voor Flaubert is schrijven een bijna heilige zaak. Vóór hij aan een roman begint, trekt hij er lange tijd voor uit om zich te documenteren, hij verdiept zich zelfs in studies die maar zijdelings met zijn verhaal te maken hebben. Het schrijven zelf is moeizaam, stijl is alles voor hem. Hij schrijft, schrapt en herschrijft hooguit een paar alinea’s per dag. Alles moet precies passen, de compositie van een roman moet in evenwicht zijn.

De verhouding tussen Sand en Flaubert is intiem en evenwichtig. Sand is veel succesvoller dan Flaubert, maar van jaloezie is geen sprake. Sand tracht Flaubert moed in te spreken en schrijft dat hij niet zo zwaartillend moet zijn. Flaubert waardeert niet alleen haar steun, maar ook haar romans.

Ten slotte zijn er de brieven aan de dichteres Louise Colet. Ze bezoekt hem in Croisset bij Rouen. Louise is getrouwd, maar ze hebben een relatie van 1846 tot 1854. Het is een spel van aantrekken en afstoten tot Flaubert de relatie abrupt verbreekt. Hij is ouder dan zij, gewend aan de vrijheid van het leven als vrijgezel en wil zich totaal aan de literatuur wijden. Toch geven zijn brieven aan haar blijk van een grote hartstocht en tederheid, ze weet hem ook te inspireren.

Flaubert heeft een instinctieve afkeer van alle tinten grijs: de burgerlijke samenleving en haar deugden als braafheid, fatsoenlijkheid, saaiheid en schijnheiligheid. Met zo’n samenleving en met zulke waarden is geen compromis mogelijk: je moet ze bestrijden. Hij wilde geen deel uitmaken van de maatschappij, trekt zich terug in Croisset en schrijft zijn flamboyante brieven. Flaubert is kleurrijk en staat voor avontuur, hartstocht en karakter.

Flaubert houdt er rekening mee aan wie hij schrijft, de stijl en toon van de brieven in ‘Haat is een deugd’ is gevarieerd. Terwijl Flaubert zich als romancier tot het uiterste in acht nam, laat hij in zijn brieven zijn hart en hoofd de vrije loop. De brieven zijn van een grote directheid en levendigheid, het vulkanische temperament van Flaubert lijkt zó op het papier terecht te komen. Het is een intrigerende paradox: Flaubert is op zijn best als hij het minst zijn best doet. Méér dan zijn romans, brengen zijn brieven Flaubert tot leven.

Reacties

Meer recensies van Peter Bakema

Boeken van dezelfde auteur