Lezersrecensie
Vuur en versterving
Nirwana is het verlossingsideaal van het boeddhisme. Pas als je vrij bent van verlangen naar eten, drinken en seks of van vurige emoties als woede en verliefdheid, kun je een toestand van kalmte en vrede bereiken. In ‘Nirwana’ van Tommy Wieringa volgen we het pad van zijn hoofdpersoon naar het nirwana in een wereld die zich steeds verder van het boeddhistische ideaal lijkt te verwijderen.
Hugo Adema groeit op in een rijke familie. Hij heeft vaak ruzie met zijn tweelingbroer Willem en hun moeder besluit hem onder te brengen bij zijn grootouders. Hugo heeft weinig contact met hen en voelt zich verbannen. Gelukkig vindt hij als jongen een uitweg: hij tekent en schildert in het tuinhuis.
Zijn grootvader Willem senior is de oprichter van ‘Adema Marine Operations’, een multinational in de offshore. Na de Tweede Wereldoorlog richtte hij zich op de oliewinning in het Meer van Maracaibo. Later kwam hij op het idee om een schip in tweeën te zagen en er een platform tussen te plaatsen. Het stabiele schip was essentieel voor de oliewinning op de Noordzee.
Met de onderneming heeft Hugo niets te maken, ze is in handen van zijn broer die in de voetsporen van zijn grootvader treedt. Hugo is een succesvol schilder, zijn vriendin Loïs weet zijn creativiteit te stimuleren. Als zij hem plotseling verlaat voor een surfdude is Hugo de wanhoop nabij en stopt zijn creativiteit. Vaak denkt hij aan hun geluk op Ibiza en probeert met meditatie zijn evenwicht te hervinden.
Op een dag wordt Hugo aangesproken door de schrijver Tommy Wieringa, een opdringerig type met een slechte adem. Tommy vertelt dat hij bezig is met een roman over Hugo’s grootvader en stelt hem indringende vragen over zijn oorlogsverleden. Er zou een dagboek zijn. Hugo ontwijkt de vragen, maar het zet hem wel aan het denken.
Tommy en hij hadden Beth als gouvernante, een praktische én belezen vrouw. Ze bezoeken de oude en zieke vrouw, die gelukkig is hen samen te zien. Als Beth overlijdt, ontruimen ze haar huis en Hugo ontdekt een pakket. Het is voor hen beiden bestemd, maar Hugo deelt zijn vondst niet, want Tommy ‘[…] was meedogenloos, zijn werk ging voor alles. Wat een armoedige, parasitaire kunstvorm was literatuur toch, stelen uit andermans leven en doen alsof je het onherstelbaar verbeterd teruggaf’.
In het pakket zitten de dagboeken van zijn grootvader. Hugo ontdekt dat zijn grootvader een oorlogsmisdadiger was, een overtuigde nazi en fanatieke jodenjager in de Oekraïne. Het familieverhaal klopt van geen kanten. Hij was niet bij de SS gegaan omdat hij tegen de communisten was. Willem senior sloot zich later bij een Nederlandse verzetsgroep aan om zijn vel te redden, niet uit berouw en had zelfs een relatie met de leider. Na zijn veroordeling voor collaboratie vluchtte hij naar Zuid-Amerika. Hij is de vader van Geertruida, een dochter met micro-encefalie.
Hugo probeert met zijn familie en haar verleden in het reine te komen en trekt in het tuinhuis. Hij maakt portretten van zijn stokoude grootouders die zijn nieuwe kijk op hen aan het licht brengen. Zijn galeriehoudster stelt ze graag ten toon, maar hij voelt geen triomf.
Zijn broer werkte aan het grootste schip ter wereld, de ‘Boreas’, twee supertankers met een platform ertussen. Politici en bedrijfsleiders delen in de vreugde bij de inwijding van het schip. De toekomst van het kapitalisme, gebaseerd op energie en verbranding, lijkt veiliggesteld: ‘[…] al smoorde de mensheid zichzelf in kooldioxide en hitte, haar verbeelding schoot tekort om zich een andere werkelijkheid voor te stellen’. Hugo is niet euforisch, het feest gaat aan hem voorbij. Steeds verder trekt hij zich uit het leven terug tot jongens hem in het bos vinden.
De symboliek van het vuur keert vaak terug in de roman. Als Hugo’s vlam Loïs vertrekt, is zijn liefdesvuur gedoofd, net als het vuur van de inspiratie. Na de hitte van de strijd richt Willem senior zijn fanatisme op de brandstof en de uitbouw van de firma.
‘Nirwana’ is niet louter fictief. Willem senior is gebaseerd op een reële figuur. Bovendien bevat het boek vele toespelingen op de actualiteit, zoals Thierry Baudet en Donald Trump. Ten slotte zijn er literaire verwijzingen, bijvoorbeeld naar Alcibiades, net als Willem senior een mannetjesputter en opportunist.
‘Nirwana’ is een boek met vele verhaallijnen en sterk uiteenlopende thema’s. Wieringa vertelt zowel jeugdherinneringen als oorlogservaringen. Hij geeft maatschappijkritiek en bespreekt de rol van het vuur, meditatie en schilderkunst. Het kan haast niet anders of de eenheid van de roman komt onder druk te staan. Bovendien: wat je wint in de breedte, verlies je in de scherpte.
Toch weet Wieringa uit het onmogelijke samenhang te creëren en laat de roman je tijdens het lezen niet los. Hoe doet hij dat? Wieringa bouwt spanning op door afwisseling. Personages, heden en verleden, verwikkelingen en beschouwingen wisselen elkaar af zodat de lezer bij de les blijft en zich op hun verband bezint. Wieringa stelt uit, geeft wat informatie prijs en heeft ‘Nirwana’ meesterlijk gemonteerd.
Sommige passages zijn om hun inhoud spannend. Uit de dagboeken komt het oorlogsverleden van Willem senior geleidelijk boven water. Of de ontmoetingen met Beth en Geertruida: je vraagt je af hoe het na zoveel jaar met ze gaat en hoe de ontmoetingen aflopen.
Wieringa’s grootste kracht is zijn stijl, scherp wanneer hij ideeën formuleert, fraai in natuurbeschrijvingen en levendig in dialogen. ‘Nirwana’ is de meest omvattende en grootste roman van Wieringa en getuigt van ambitie en durf. Een intrigerende ontwikkelingsroman over het louteringsproces dat Hugo in het leven ondergaat: van buitenbeentje via kunstenaar tot kluizenaar.