Lezersrecensie
Surrealisme in Sint-Petersburg
Nikolaj Gogol (1809-1852) is geboren in de Oekraïne, maar ging in 1828 naar Sint-Petersburg op zoek naar werk. Hij werd in 1834 zelfs hoogleraar, maar na een jaar hield hij het voor bekeken. Gogol ging schrijven en met hem begon de Russische literatuur in de 19de eeuw. De ‘Petersburgse verhalen’ (1835) bestaat uit zes novellen die zich meestal in de stad afspelen. Later schreef hij de onvoltooide roman ‘Dode zielen’ (1842) over een lucratieve handel in overlijdensaktes.
‘De Nevski Prospekt’ (4*) opent met een sfeerbeeld van het komen en gaan van de mensen op de grootste boulevard van Sint-Petersburg. Gogol vertelt hoe het publiek verandert als de dag vordert. ’s Morgens is de straat leeg op een paar daklozen na. ’s Middags is er een bonte menigte en kom je ogen te kort. ’s Avonds is het uitgaanstijd. Gogol schrijft ironisch over het uiterlijk van de mensen: ‘Hier komt u fenomenale, met geen pen te beschrijven, met geen penseel te schilderen snorren tegen; snorren waaraan mannen de beste helft van hun leven wijden, ’s nachts en overdag het voorwerp van gedurige waakzaamheid, snorren waarover verrukkelijke parfums en aroma’s zijn uitgestort en die zijn gedrenkt in de kostbaarste en zeldzaamste soorten pommade, snorren die voor de nacht in dun velijnpapier worden gewikkeld, snorren […] die door voorbijgangers worden benijd’.
Het realistische straatbeeld gaat in surrealisme over. De hoofdpersoon Piskarjov is kunstschilder, een vreemdeling in een effen, grijze en witte wereld. ’s Avonds heeft hij op de boulevard een prachtvrouw gezien en zet de achtervolging in. Al snel weet hij niet goed meer hoe hij het heeft: ‘Nee, het was een lantaarn geweest die met zijn bedrieglijke licht de schijn van een glimlach op haar gezicht had opgeroepen; nee, het waren zijn eigen dromen die de spot met hem dreven’.
Hij ziet haar in een bordeel en vlucht naar huis. ’s Nachts wordt er gebeld en staat een lakei voor de deur die hem op verzoek van de vrouw ophaalt en per koets naar een feest brengt. Het is er een drukte van jewelste en er zijn etherische dames: ‘Gehuld in transparante creaties uit Parijs, in japonnen die uit de lucht zelf geweven waren […]’. Hij ziet haar in een lila japon en probeert zich tevergeefs door de massa heen te werken om haar te bereiken. ’s Morgens wordt hij wakker in zijn kamer en beseft: ‘O, hoe walgelijk was de werkelijkheid! Wat stelde zij voor vergeleken met een droom?’
Surrealisme is ook in de andere verhalen terug te vinden. In ‘De neus’ (3*) vindt een barbier een neus in zijn brood die in het verhaal een eigen leven leidt, voordat hij terechtkomt bij wie hij hoort. ‘Het portret’ (3*) gaat over een fascinerend, maar wraakzuchtig schilderij van een woekeraar: wie het heeft, gaat te gronde.
Het mooiste verhaal is ‘De jas’ (5*), een favoriet van Nabokov. Hoofdpersoon is Akaki, een arme, lage en lelijke ambtenaar. De portiers ‘[...] keken hem niet eens aan, alsof er een ordinaire vlieg door de receptie vloog’. Zijn collega’s pesten hem en zijn superieuren vernederen hem. Toch is hij vergroeid met zijn baan, kopiëren is zijn lust en zijn leven.
Als de winter komt, heeft hij een probleem: hoe moet hij zich beschermen tegen de kou? Zijn oude jas is tot de draad versleten en zijn kleermaker kan hem niet herstellen. Hij moet een nieuwe kopen. Akaki heeft wat spaargeld, krijgt een kerstgratificatie en bezuinigt wat hij kan, zodat hij net genoeg geld heeft.
De nieuwe jas vervult hem met verlangen en als zijn kleermaker hem aflevert voelt hij zich zelfzeker. De ambtenaren komen allemaal kijken als hij op het departement verschijnt. ’s Avonds is er een feest, maar als Akaki in de nacht naar huis gaat, wordt hij van zijn jas beroofd. De volgende dag bezoekt hij een generaal om aangifte te doen en zijn hulp te vragen. Maar de generaal heeft een jeugdvriend op bezoek, hij ontvangt Akaki pas als ze uitgepraat en vooral uitgezwegen zijn.
Het loopt mis: de generaal buldert hem het huis uit en Akaki moet door de kou naar huis. Hij overlijdt spoedig aan de gevolgen. Sindsdien spookt het in Sint-Petersburg. Een arme ambtenaar berooft velen van hun jas, het houdt pas op als hij de generaal bij de kraag vat. Zijn weelderige jas zit Akaki als gegoten.
‘De Petersburgse verhalen’ zijn rijk aan details en vermakelijke beschrijvingen. Vooral de typeringen van de ambtelijke hiërarchie zijn formidabel. We lezen uitspraken over mensen die van alle tijden zijn, zoals: ‘Hoe vreemd en onnavolgbaar is het spel dat het lot met ons speelt! Krijgen we ooit wat we wensen? Bereiken we datgene waarvoor onze krachten speciaal toegerust lijken te zijn? Alles loopt altijd anders’. Gogol is een voorloper van de moderniteit en is verwant met Kafka. Zijn verhalen beschrijven een metamorfose, hij zet de werkelijkheid om in surrealisme, een wereld van droom en hallucinatie.