Lezersrecensie

Ontroerend en strijdvaardig


Robert Van der Meiren Robert Van der Meiren Hebban Crew
7 mrt 2014

"De klok van IJsland" was ooit mijn eerste kennismaking met het werk van de IJslandse auteur Halldór Laxness (1902-1998), aan wie in 1955 de Nobelprijs voor literatuur werd toegekend voor zijn hele oeuvre, maar vooral toch voor "Onafhankelijke mensen", zijn meesterwerk uit 1934-35 (zie mijn recensie).

Enige biografische kennis over de auteur draagt bij tot een beter begrip van zijn werk. Laxness heeft in zijn leven een breed spectrum aan ideologische overtuigingen doorlopen. Hij was een tijdlang overtuigd katholiek en zou zelfs priester worden, zag vervolgens meer heil in humanisme, omarmde later het socialisme en nóg later het communisme, en voelde zich in zijn laatste levensjaren aangetrokken tot pacifisme en taoïsme. Al die filosofische en maatschappelijke visies, die zijn leven kriskras doorkruisten, verklaren waarom zijn maatschappijkritiek − de alomtegenwoordige ondertoon in zijn hele oeuvre − zich nu eens richtte op de ene stroming, dan weer op de andere overtuiging, en geregeld op meerdere tegelijk.

Laxness schreef zijn driedelige historische roman "De klok van IJsland" in 1945-46, toen hij al lang in de ban was van het linkse gedachtegoed. Het verhaal speelt zich af aan het einde van de 17de en in het begin van de 18de eeuw, toen de IJslandse bevolking op een inhumane manier werd uitgebuit door de Deense overheerser (1).

In deel één − De Klok van IJsland − is de doodarme pachtboer Jon Hreggvidsson slachtoffer van een ongelukkige samenloop van omstandigheden: hij wordt beschuldigd van diefstal en van de moord op de beul van de Deense koning. Na een "schertsproces met een rammelende bewijsvoering" (2) wordt hij ter dood veroordeeld, maar met de hulp van Snæfrid, de mooiste vrouw van IJsland, kan hij de avond voor zijn terechtstelling ontsnappen. Hij weet Denemarken te bereiken, waar hij van de koning eerherstel hoopt te krijgen. Zijn zaak wordt echter onderwerp van oeverloze discussies en eindeloos politiek getouwtrek.
In deel twee − De Schone Maagd − en drie − Brand in Kopenhagen − treden de bloedmooie Snæfrid en de intellectuele manuscriptenverzamelaar Arnas Arnæus meer op de voorgrond. Hun liefde, onmogelijk gemaakt door de maatschappelijke situatie van de tijd, loopt als een dramatisch verhaal gelijk op met de ontwikkelingen rond Jon Hreggvidsson, die het hele verhaal door wel de hoofdrol blijft opeisen.

Zoals zo vaak in het werk van Laxness is ook nu de tegenstelling tussen inhoudelijke dramatiek en verhalende techniek groot. Het verhaal is tragisch en hard, maar Laxness vertelt het met zwier en luchthartigheid, en niet zelden weet hij verdriet en hilariteit in één zin te vatten. Die contrastrijke vertelwijze is een herkenbaar handelsmerk van de schrijver.

Maar het zijn vooral de bijzondere personages − in dit verhaal meer dan ooit beladen met maatschappelijke symboliek − die in het oog springen. De historische figuur van Jon Hreggvidsson is bewonderenswaardig voor de manier waarop hij, een eenvoudige boer, zich telkens weet aan te passen aan de veranderende situaties rondom hem. Alle vernederingen schijnen op hem af te ketsen, of pareert hij met versregels die hij gul en ongedwongen, te pas en te onpas rondstrooit. Hij heeft een absoluut misprijzen voor de dood, die hij als het ware vierkant uitlacht. In het verhaal staat hij symbool voor de moed en de weerbaarheid van het IJslandse volk, terwijl zijn jarenlang aanslepend proces op een schrijnende manier de willekeur illustreert waarmee de Denen hun "onderdanen" destijds behandelden (3).
De bloedmooie Snæfrid − van de drie hoofdrolspelers is zij het enige verzonnen personage − moeten we wellicht zien als de verpersoonlijking van de schoonheid van land en volk van IJsland, terwijl haar onbereikbare minnaar Arnas Arnæus (4), die manuscripten van oude IJslandse saga's verzamelt en preserveert, ongetwijfeld het culturele en intellectuele erfgoed verbeeldt.

Het verhaal drijft op Laxness' enorme bekommernis om het lot van zijn land dat hij, meteen na WO II en gezien de strategische ligging, wellicht wilde behoeden voor al te verregaande buitenlandse (lees: Amerikaanse) controle. Zijn kritische observaties zijn dan ook directer, en minder spottend van toon dan bijvoorbeeld in het latere "Aan de voet van de gletsjer". Toch blijft "De klok van IJsland" ver weg van politiek pamflettisme, het is en blijft een roman pur sang. De duidelijk rode − in de betekenis van linksgeoriënteerde − draad die door het verhaal loopt staat een onverdeeld enthousiasme vanwege het lezerspubliek wellicht in de weg, toch blijft het een opvallend eigentijds en modern verhaal, zelfs al kan niet ontkend worden dat de communistische ideologie vandaag de dag op haar retour is.

"De klok van IJsland" is een ontroerend en strijdvaardig verhaal, geschreven door een van de grootste en meeslependste vertellers die de wereldliteratuur rijk is. Maar weinig emoties worden er niet door aangesproken: blijdschap, woede, geluk, haat, liefde, wraak... En de dialogen, hoe absurd en lachwekkend ze soms ook zijn, getuigen vaak van zo'n unieke taalvaardigheid en spitsvondigheid dat ze op zich een kleine Nobelprijs verdienen. Laxness' topwerk is dit boek echter niet, die kwalificatie gaat naar enkele van zijn andere romans, maar het bezorgt de lezer wel een overvloed aan emotionele turbulenties.

(1) IJsland werd pas in 1944 onafhankelijk.
(2) Uit het nawoord van vertaler Marcel Otten.
(3) Denemarken had in die tijd plannen om IJsland daadwerkelijk te ontruimen, om aldus het eiland onbewoond aan Duitsland te kunnen verkopen.
(4) De figuur van Arnas Arnaeus is gebaseerd op Árni Magnússon (1663-1730)

Reacties

Meer recensies van Robert Van der Meiren

Boeken van dezelfde auteur