Advertentie

Mijn moeder en ik *


Vaders en zonen - gister schreef ik een stukje over Alex Boogers’ boek De zonen van Bruce Lee dat vooral gaat over zijn zoon en hem, gepresenteerd in de vorm van een brief aan zijn zoon - zijn een dankbaar literair thema, maar dat is zonen en moeders ook. Dat laatste wordt schitterend verwoord door Ocean Vuongs Op aarde schitteren wij even. Niet vertelt hier de moeder aan de zoon hoe haar leven was maar de zoon schrijft - eveneens in briefvorm - aan zijn moeder hoe zijn leven was met haar en zijn oma, en hun oorlogstrauma’s, zijn leven als een Amerikaans jongetje van Vietnamese afkomst. Vuong is de ik en de moeder is de jij in dit verhaal. Soms is dat een beetje verwarrend; de lezer moet zich dat steeds bewust zijn.

Vuong is een Amerikaans jongetje, zo ziet de ik dat, maar van Vietnamese afkomst. Zijn oma en moeder hebben de oorlog in Vietnam in al zijn heftigheid meegemaakt en zijn er door misvormd. Het is een autobiografische roman, dit debuut van Vuong. Dat zijn meestal de beste biografieën, de fictieve, want het verhaal hoeft niet perse gestroomlijnd te worden door de feiten en door een chronologische volgorde. De auteur beslist wat belangrijk is te vertellen en de manier waarop hij dat doet mag hij vrij kiezen. Vuong is tamelijk poëtisch en hij houdt ervan twee verschillende verhalen tegelijk maar dan een soort van afwisselend te vertellen. Twee thema’s worden om en om verteld, een beetje per alinea verhaal 1 en dan weer een stukje verhaal 2. Dat de dingen in het leven samenhangen wordt op deze wijze meer dan duidelijk.
Wat deze verschillende verhalen verbindt is een associatie van de ik, zoals bijvoorbeeld het motief van de monarchvlinder, diens trek naar het zuiden met duizenden tegelijk, weg van hun geboortegrond om er ook nooit meer terug te komen. De associatie is duidelijk.
Of het geweld dat het gezin Vuong teistert: vader slaat moeder, moeder slaat zoon, en oma staat daartussen in en zij probeert de boel te sussen. En dat geweld, de pijn verbindt hij weer met de seks die hij met zijn vriendje Trevor heeft. Die pijn is heftig maar kan toch omgezet worden naar iets anders, een soort van controleverlies, of ook overgave aan de ander door verliefdheid en geilheid. De dingen kunnen getransformeerd worden. De dingen kunnen enigszins beheersbaar gemaakt worden door de woorden, door taal, door filosofie, Barthes een lievelingsfilosoof. Dat is des te pijnlijker omdat moeder en ook oma slecht Engels spreken en ook niet kunnen lezen. Hoe heftig is dat: je schrijft een brief aan je analfabete moeder. Ik las ergens dat dyslexie in Vuongs familie veel voorkomt. Zelf leerde hij pas op zijn elfde lezen en met verbazing vertelt hij ook dat hij al twee jaar op school zat en nog geen Engels sprak. Hoe pijnlijk is het dan dat een zoon een brief schrijft aan zijn moeder die zij niet eens kan lezen. Is dat sadisme? Is het uit wrok? Is het om haar te beschermen? Is het om zelf wegwijs te worden in zijn leven, in het leven van zijn moeder en zijn oma? Is het alles tegelijk? Hoe gecompliceerd kunnen gevoelens zijn?

De ik citeert Simone Weil: “Volmaakte vreugde sluit zelfs het gevoel van vreugde uit, want in de ziel die vervuld is van het object, is er geen hoekje over om ‘ik’ te zeggen.” (2029: 196)

Dit is een heftig boek, er gebeurt veel, een aantal beschreven stenen zijn absoluut heftig en afschuwelijk - de makaak en de Amerikaanse soldaten in een Vietnamese kroeg; de oma die sekswerker is - maar ook de ellende en het harde werken van moeder in de nagelsalon. Hoe stereotiep is dat! Een Vietnamese vrouw die in een nagelsalon wordt uitgebuit. De giftige dampen van de nagellak gaan gelijk op met het giftige gebruik van Agent Orange van de Amerikaanse bombardementen in Vietnam.

Tijdens het lezen van dit boek dacht ik weer: wat is het toch goed dat er ‘migrantenliteratuur’ bestaat. Het lezen van een roman of een biografie heeft zoveel meer impact dan een krantenartikel of een wetenschappelijke studie. De lezer wordt helemaal ingezogen in het verhaal en in het personage van het jongetje Vuong, het migrantenjongetje.

De relatie van zoon en moeder is problematisch. Regelmatig beschouwt hij zijn moeder als een ‘monster’. Zijn oma probeert hem steeds te sussen.
‘Ik wil niet langer dat je mijn. Ieder bent. […] Je bent een monster. […] Ma […], ik meende het niet.’ ( ib.: 127)
‘Hondje (koosnaampje voor de ik, rdv) […]. Je moeder. Zij niet normaal, oké? Zij pijn. Zij beschadigd. Maar zij jou willen, zij ons nodig hebben […]. Zij van je houden, Hondje, maar zij ziek. Net als ik. In de hersens’ (ib.: 122), zegt oma Lan. Zij doelt niet alleen op de oorlogstrauma’s maar waarschijnlijk ook op bipolariteit, een ziekte waaraan de ik ook lijdt.


Ondanks dit alles gaat het mooiste deel van het boek over de relatie tussen de ik en zijn blanke vriendje Trevor. Ze zijn nog erg jong, 13 en15 ongeveer, wanneer zij elkaar ontmoeten bij het werk op de tabaksfarm van Trevors opa. Trevor woont bij zijn disfunctionele, alcoholische vader in een trailer. De beschrijving en beleving van die relatie is in heel uniek. Er is helemaal geen sprake van een moeilijke verhouding. De jongens voelen zich moeiteloos tot elkaar aangetrokken, terwijl ze zo verschillend zijn. Niet alleen is Trevor blank en de ik een Aziaat - Aziaten, zo lees je, staan in de Amerikaanse samenleving ongeveer onderaan de sociaal-economische ladder, nog onder de zwarte Amerikanen, en zelfs onder de illegale Mexicanen; de familie van de ik is volkomen legaal in de USA -. Maar ook is Trevor vanaf het begin een notoire drugsgebruiker, niet alleen wiet maar ook oxy, en heroïne: roken spuiten. Zo wordt er tussen neus en lippen ook nog even flink uitgepakt over de oxy-verslaving (fentanylpleisters) van veel Amerikanen. Het is dat de ik een spuitenfobie heeft, anders was hij hij misschien net zo’n junk geworden. Wiet en heroïne roken doet hij namelijk wel. Seks is geen enkel probleem tussen de jongens; samen verkennen de homoseks, veelal uit pronofilms opgepikt.
Zelden heb ik een verhouding, het woord liefde noch het begrip vriendschap wordt gebruikt, zo volstrekt natuurlijk en volstrekt organisch verteld zien worden. Vertederend en ontroerend.
Wanneer de ik zijn moeder vertelt dat hij homo is, overtroeft zijn moeder hem door te zeggen dat hij een oudere broer had die dood is. De broer werd als foetus geaborteerd in Vietnam. Haar man wilde dat. Ze hadden geen geld.

Opa Paul, de Amerikaanse ex-man van oma Lan, is een veilige haven voor de jongen. De buurvrouw van Paul zegt: ik zie dat je eindelijk een hondenjongen hebt (deels een verklaring waarom het koosnaampje voor de ik ‘Hondje’ is). Paul en de ik laten Pauls hond uit. Dan zegt Paul: Dit is mijn kleinzoon, maar kort tevoren had hij gezegd: ik ben je opa niet (technisch-biologisch is dat ook zo).

Tiger Woods speelt een belangrijke rol bij de identiteitsontwikkeling van de jongen. De golficoon is een immens groot voorbeeld. Zijn moeder zegt: waarom zeggen de mensen dat hij zwart is? Zijn moeder was een een Aziatische. De Amerikanen zien in Woods een zwarte man; zij een Aziatische. Tiger Woods is in feite een mens van zeer gemengd bloed: Chinees, Thais, zwart, Nederlands en indiaans. Een beter icoon kun je als migrantenkind niet hebben.

Misschien speelt de taal de belangrijkste rol in dit boek. Taal is leven is beheersing van het leven is begrip van het leven. Taal is het vehikel. Dat is niet zo vreemd als blijkt dat de ik, die uit een superarm, vaderloos migrantengezin komt en die zoveel moeite had met Engels en met lezen, wil gaan studeren en schrijver wil worden.


Het afschuwelijke lot van veel makaken (apen) in Vietnam; de elanden waarop gejaagd wordt en waarover Trevors opa een gruwelijk verhaal doet; de koeien die we eten, geen kalfsvlees van kistkalven voor Trevor en de ossenstaart die Rose, de moeder, wil maar hem niet kan aanduiden in het Engels; de honden, zoals die van Paul; de vlinders, zoals de monarchvlinders op hun grote reis; de buffels uit de natuurserie op tv die zich met de hele kudde tegelijk, de afgrond in storten:
omdat er zoveel dieren een rol spelen in dit boek - ik denk: heeft dat te maken met de Vietnamese cultuur, zoals je bijvoorbeeld ook de Chinese dierenhoroscoop hebt - naast de mensen, op gelijke hoogte met mensen, gelijk aan mensen, met gelijke rechten als mensen, besluit ik met het volgende citaat:

‘Apen, elanden, koeien, honden, vlinders, buffels. Wat zouden we er niet voor geven om de verwoeste levens van dieren een menselijk verhaal te laten vertellen, als ons leven eigenlijk het verhaal van idee is.’ (ib.: 231).

Een overdonderend boek, wrang, heftig, navrant, gewelddadig, en poëtisch en liefdevol.




Ineens realiseer ik me dat dit ook de Nederlandse titel is van boek van Nancy Friday over haar problematische relatie met haar moeder: Mijn moeder en ik . Oorspronkelijk: My Mother, My Self: The Daughter's Search for Identity, Delacorte Press, 1977. Dat zoeken naar identiteit geldt beslist ook voor het hoofdpersonage in Op aarde schitteren we even.









Over de auteur (Wikipedia):

Ocean Vuong (born Vương Quốc Vinh, Vietnamese: [vɨəŋ˧ kuək˧˥ viɲ˧]; October 14, 1988) is a Vietnamese American poet, essayist and novelist. He is a recipient of the 2014 Ruth Lilly/Sargent Rosenberg fellowship from the Poetry Foundation, a 2016 Whiting Award, and the 2017 T.S. Eliot Prize for his poetry. His debut novel, On Earth We're Briefly Gorgeous, was published in 2019. He received a MacArthur Grant the same year.


Vuong was born in Ho Chi Minh City, Vietnam, on a rice farm. His grandmother was a young woman who grew up in the countryside while his grandfather was a white American soldier in the Navy originally from Michigan. His grandparents met during the Vietnam War, married and had three children, Vuong's mother being one of them. His grandfather had gone back to visit home in the US but was unable to return when the Fall of Saigon happened. His grandmother had separated his mother and aunts in orphanage, concerned for their survival before reuniting as adults. They fled Vietnam after a police officer had suspected that his mother was of mixed race heritage and in turn was working illegally under Vietnamese law.

A two-year old Vuong and his family eventually arrived in a refugee camp in the Philippines before achieving asylum and migrating to the United States, settling in Hartford, Connecticut, United States with six relatives. His father abandoned his family after that. Vuong was reunited with his paternal grandfather later in life. Vuong, who suspects dyslexia runs in his family, was the first in his family to learn to read, at the age of eleven.

Vuong describes himself as being raised by women. His mother, a manicurist, gave him the name of Ocean. During a conversation with a customer, Vuong's mother pronounced the word "beach" as "bitch". The customer suggested she use the word "ocean" to substitute for "beach". After learning the definition of the word ocean—the most massive classified body of water, such as the Pacific Ocean, which connects the United States and Vietnam—she renamed him Ocean.

Vuong is openly gay.

Vuong is a practicing Zen Buddhist.



Bibliografie:

Titel: Op aarde schitteren we even
Auteur: Ocean Voung
Vertaler: Johannes Jonker
Uitgever: Hollands Diep
Jaar: 2019
Aantal pagina’s: 238
ISBN: 978 90 488 4683 2

Reacties op: Mijn moeder en ik

132
Op aarde schitteren we even - Ocean Vuong
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners