Lezersrecensie
Originele detective
Detectives. Ze volgen sinds Agatha Christie ermee begon vaak een vast schema: een moord, iemand die uit moet zoeken wie de moordenaar is, een afgebakend decor en veel verdachten met motief. OK, soms is er meer dan één moord, of een verdwijning. En de ene keer is de setting beperkt tot één landhuis, de andere keer strekt deze zich uit tot een dorp, of een land. Maar in de kern komt het vaak op hetzelfde neer.
Stuart Turton heeft het thema heel veel origineler benaderd. Ja, er is een onopgeloste moord, en ja, er is een afgebakend decor, een geïsoleerd landgoed, met een groep gasten en bedienden, die allemaal zo hun eigen geheim hebben. Maar hij combineert dit met een dosis Groundhog-day én een dosis quantum-leap. Zijn hoofdpersoon, ene Aiden Bishop, maakt de dag van de moord acht keer opnieuw mee, en hij bevindt zich daarbij elke dag in het lichaam van een andere persoon. Dat laatste is een handicap, maar soms ook een zegening, aangezien elke persoon zijn eigen lichamelijke en geestelijke kwaliteiten met zich meebrengt, en zijn eigen connecties heeft binnen de groep gasten.
Het is het soort boek waar je niet teveel over kan zeggen. Hoe langer je doorleest hoe ingewikkelder het wordt en hoe meer de verhalen zich in elkaar beginnen te nestelen, door elkaar beginnen te lopen, en invloed op elkaar krijgen. Behoorlijk duizelingwekkend. Knap gedaan ook.
Wat ik wat minder sterk vond was de uitleg bij het concept. Blijkbaar had Turton het gevoel dat hij ons uit moest leggen hoe die Aiden Bishop dan eigenlijk in deze tijdlus terecht is gekomen. Daarmee gaf hij het verhaal een nogal moralistische extra dimensie die eigenlijk niet nodig was en die voor mij afbreuk deed aan een verder zeer origineel en sterk verhaal.