Lezersrecensie
Aangrijpend literair testament van mislukte Cubaanse revolutie
"De revolutie is een zinkend schip en de ratten springen van boord." In 33 Revoluties (een woordspeling op 33 toeren) is het leven in Cuba eentonig - als een ouderwetse langspeelplaat die blijft hangen. "We overleven in de herhaling." In armzalige appartementen sijpelen regendruppels als tranen langs de muren. Koelkasten zijn leeg, waterleidingen kapot, relaties verbroken. Het werk is stilzwijgend doen wat er van je verwacht wordt, af en toe 'leve de revolutie' roepen. Koffie en sigaretten zijn uitverkocht, rest de alchohol om je ellende te verzuipen. "Rum is de hoop van het volk."
Begonnen als trouw dogmatisch revolutionair, ontdekt de hoofdpersoon het lezen na zijn puberteit. Steeds meer sluit hij zich op in zijn boeken. "Intellectueel?!", brult zijn boerse vader, die later door de revolutie zal worden verraden, "intellectuelen zijn de ondergang van het land." De hoofdpersoon ontdekt na de scheiding van zijn vrouw de moderne muziek. "Soms vraagt hij zich af waar hij dat aan te danken heeft, voorkeuren hebben die zover afstaan van de tropen en toch hier wonen..." En als je huid zwart is, zoals die van de hoofdpersoon in dit boek, ben je in Cuba helemáál niemand.
Op weg naar zijn werk ziet hij een groepje jongens sjouwen met iets dat op een kast lijkt. "We gaan naar Yankeeland!" Mensen juichen. Niemand roept dat ze verraders zijn. Als de jongens van wal steken worden ze enthousiast uitgezwaaid. Ze gaan het waarschijnlijk niet halen, maar alles is beter dan de verstikkende onvrijheid, lijkt Sánchez Guevara te willen zeggen. Dat de gezondheidszorg op een hoog peil staat en dat een groter percentage mensen kan lezen en schrijven dan in de VS is dan niet meer belangrijk.
's Middags op de weg terug is een ander groepje jongens aan het strand met tonnen en touwen in de weer en als hij thuiskomt gaat het gerucht dat een sleepboot uit de haven met mensen die wilden vluchten tot zinken is gebracht. "Ogenschijnlijk draait de langspeelplaat van het leven door, maar in de diepte broeit er iets, breekt er iets..." De volgende dag is er een bijeenkomst op het werk. De afvalligen moeten worden gestopt. De hoofdpersoon komt in opstand. Zijn partijkaart gooit hij weg. Op zijn werk zullen ze hem niet terugzien.
Canek Sánchez Guevara, kleinzoon van 's werelds beroemdste guerillastrijder, had geen illusies over de vrijheid in zijn land. In de gevangenis die Cuba heet, is er maar één droom: weg van de repressie, vluchten naar de vrijheid. "Jonge rebellen zoals [Che Guevara en] Fidel zouden in het Cuba van nu niet eens verbannen worden. Ze zouden worden doodgeschoten." De revolutionaire leuzen klinken hol, de generatie van 'oude mannen' handhaaft met geweld de status quo.
Al ben je er maal éénmaal geweest, dit prachtige land (groter dan heel Portugal) met zijn warmbloedige bevolking laat je nooit meer los. Hoe moet dat dan wel niet als je er geboren bent en op je twintigste moet vluchten, zoals Sánchez Guevara. Die gevoelige jongen, muzikant en meer dromer dan vechtersbaas, moet hierover ontzettend veel verdriet hebben gehad. Deze doordacht opgezette en strak geschrereven novelle is daar de weerslag van.
A.W. Bruna publiceert dit boek op een spannend moment. Fidel Castro - inmiddels 90 jaar oud - is zo goed als dood. Als de democraten aan de macht blijven in de VS verdwijnen de handelsbeperkingen met de VS definitief. Het moet niet doorslaan naturlijk. Met een burgeroorlog of de terugkeer van de mafiose situatie van voor 1959 waarbij de mensen vreselijk werden uitgebuit schiet de Cubaan in de straat niet op. Maar zoals het nu gaat, kan het ook niet langer: bijna een miljoen - 10 procent van de bevolking - wonen er inmiddels in het buitenland. Net als Sánchez Guevara dus, die de tweede helft van zijn leven in Mexico woonde. Hij zou zijn geliefde Cuba nooit terugzien. In januari 2015 overleed hij, net 40 jaar, bij een operatie aan - hoe toepasselijk - zijn hart.