Lezersrecensie
'gedachtekunst, geen monument van de taal'
'Wat in mij opwelt is eigenlijk geen letterkunst of woordkunst. Het is gedachtekunst, geen monument van de taal. De taal is slaaf, een karretje dat voert door landschappen van gedachten.'
De kracht van Belcampo is het verbinden van het grote en het kleine, het aarde en het magische, het knusse en het wrede. Meubels en speelgoed komen tot leven en de mensheid wordt afgerekend op zijn wandaden. Notabelen gaan natuurlijk rechtstreeks naar de hel, maar hoe loopt het af met het bibberende gezin waarover de pop van de dochter nu mag beslissen?
Met dit prettig-absurde verhaal maakte ik kennis in 1975, toen de VPRO een geweldige bewerking uitzond van vormgever Jaap Drupsteen. Wie was de auteur die in zijn eentje het fantasygenre in Nederland belichaamde, glimlachend ondeugende, gekke, spannende verhalen typte in zijn vrije tijd?
er bleek een enorm oeuvrete bestaan. Beïnvloed te zijn door E.T.A. Hoffmann, soms met het intieme in van Elsschot (Tsjip/De Leeuwentemmer), dan weer met de vaart van Vestdijk (De kellner en de levenden). Mooi.