Lezersrecensie
Confrontatie met je eigen dubbele seksuele moraal
Dit was een van de meer controversiële boeken van de laatste tijd. Van alles is er ‘fout’ aan – de hoofdpersoon pervers, de auteur een opportunist, het onderwerp beladen. Maar wat er staat is wel heel erg ‘waar’. Moteleigenaar en voyeur Foos beschrijft, glurend door zijn speciaal aangebrachte roosters, de seksuele mores van Amerikanen die zich voor zijn ogen ontrolt. Vrolijk wordt hij niet van. Vakantiehoudende stellen wijzen elkaar af en ruziën over geld, een pasgetrouwd fotomodel en haar man raken elkaar niet aan, een jongen vergrijpt zich aan zijn zus, Mannen die zijn gefocust op ejaculeren en vrouwen onbevredigd achterlaten. “Ik kreeg respect voor de lesbische stellen, die namen tenminste de tijd voor liefdevolle aanrakingen.” Het meest treurige is dat er zo vaak urenlangs nìets gebeurt. “We zijn een volk van tv-verslaafden.”
Na de seksuele revolutie komen steeds meer swingers naar het motel. “Ik denk niet dat hij nog vaker een groepssex zal uitproberen”, schrijft Foos over een zakenman die hem niet omhoog krijgt bij een stel dat hij samen met zijn maitresse heeft opgepikt. Als een vrouw zuchtend haar benen spreidt vraagt hij zich af of de pil niet een vrijbrief is voor mannen om seksuele beschikbaarheid te eisen. “Vroeger was het gevaar een vrouw te bezwangeren zo groot, dat je heel voorzichtig was. Voor je trouwde was je jaren aan het zoenen en knuffelen.” Sommige mensen genieten niet van seks, anderen juist enorm. “Een 2 en een 7, dat is een recept voor teleurstellingen.” Foos mijmert erover dat hij het met zijn vrouw zo getroffen heeft. Zij heeft geen moeite met zijn voyeurisme, kijkt soms mee en raakt er opgewonden van.
De dubbele moraal die Foos blootlegt wordt nog het meest duidelijk bij een experiment dat niets met seks te maken heeft. Foos legt met een koffertje waarin geld zou zitten op de kamers neer – het is zogenaamd achtergelaten door een eerdere gast. Een kolonel, een geestelijke, allerlei ‘nette’ mensen proberen het koffertje open te maken en het geld te stelen. Foos’ vertrouwen in ’s mensen eerlijkheid was al niet groot – zakenvrouwen piesen in de prullenbak, keurige mannen ontpoppen zich tot drugsdealers, een vent laat de hond op de vloerbedekking schijten -maar nu is de boot helemaal aan.
Foos vergeleek zichzelf met het seksuologen als Masters en Johnson om zijn fetisj te rechtvaardigen. Dat deugt natuurlijk niet. En er is meer. Hij lijkt zijn verslagen te hebben verfraaid. Volgens sommige bronnen was hij aanvankelijk niet eens eigenaar van het hotel, al werkte hij er wel. Hij zegt ook dat hij een moord zag gebeuren, maar daar daar niets mee heeft gedaan. Bij dat laatste wordt het Talese te gortig. Als hij probeert Foos aan te geven als medeplichtige, is er van de moord niks terug te vinden. Vreemd. Ondanks alle twijfels en bezwaren is Talese is opportunist genoeg om toch een boek te publiceren over de voyeur.
Aan de andere kant. De helft van Taleses boek gaat over de tragiek van de fetisjist: als mishandelde en gefrustreerde prepuber was het bespieden van zijn tante als ze naakt door haar huis liep zo ongeveer Foos’ enige lol. De meeste mensen groeien over die nieuwsgierigheidsfase heen, maar Foos niet. Later gaat de verkering met zijn grote liefde uit omdat hij haar voeten wil strelen. Die dreun komt hij nooit helemaal te boven.
Voyeurisme is zo oud als de mensheid. Kunsthistorici kunnen je vertellen dat het in de Rococo een van de belangrijkste thema’s was. Pas in het strenge neo-classicisme werd seks iets stiekems. De dominante ‘blanke’ cultuur in de VS is daar min of meer in blijven steken. Is dat oh en ah roepen over Foos en Talese dan ook niet een beetje hypocriet? En wat zegt dat over jou, als – zoals Foos ergens stelt - 100 procent van de mannen en 10% van de vrouwen voyeuristisch is ingesteld...?