Advertentie
    Geertje Otten Hebban Recensent

Met Stemmen uit zee heeft Dan Sleigh een indrukwekkende roman geschreven. Niet een roman om zomaar even weg te lezen: nee, daarvoor is het verhaal te groots en te veelomvattend. Er wordt nogal wat van de lezer gevraagd, maar wie geduld kan opbrengen en wie beschikt over een behoorlijke portie doorzettingsvermogen, wordt uiteindelijk beloond.

Dan Sleigh laat ons kennis maken met twee Afrikaanse vrouwen: Krotoa (Eva) en haar dochter Pieternella. Krotoa komt al jong in contact met Jan van Riebeeck, die van de Kaap een verversingsstation voor de VOC wil maken. Krotoa tolkt tussen haar eigen volk en de blanken, waarbij ze regelmatig in een belangenconflict raakt. Met het verlies van haar eigen naam, lijkt ze ook de aansluiting met haar eigen volk te verliezen. Jaren later trouwt ze met Peter Havgard en krijgen ze samen Pieternella: een meisje dat blank en zwart in zich verenigt.

Zeven mannen die allemaal een rol in het leven van de vrouwen hebben gespeeld, vertellen over hun eigen leven. De mannen hebben allemaal echt bestaan, wat ervoor zorgt dat het verhaal lading krijgt. Zo is daar Bart Borms, visser. Nadat hij schipbreuk heeft geleden, wordt hij gered door een sloep van de Aernhem. Na dagen dobberen op zee weten ze de kust van Mauritius te bereiken. Later vestigt Bart zich op De Kaap, waar hij Theuntje trouwt. Al snel ontdekken ze de wreedheden van de gezaghebbenden: Theuntje wordt voor een kleinigheid gevangengezet op Robbeneiland, het eiland dat we kennen als het eiland waar ook Nelson Mandela jarenlang gevangen heeft gezeten. Als Theuntje vrijkomt, gaan ze terug naar Mauritius, waar ze later de stiefouders van Pieternella worden.

Het boek beschrijft de eerste vijftig jaar van de Kaap, een belangrijke post voor de VOC: ' Iedereen kon het als een kinderversje opzeggen: de sleutel tot het succes van de Compagnie is het bezit van Oost-Indië, de sleutel tot Oost-Indië is het Kaapse verversingsstation. Tientallen jaren later ontdekte hij zelf wat in dit wankele kaartenhuis nog ontbrak: de sleutel tot het Kaapse verversingsstation waren de buitenposten. En zelfs dié kennis was niet volledig. Er viel nog meer te ontdekken. De buitenposten waren levende mensen.'

Klerk De Grevenbroek weet alle verhalen uiteindelijk met elkaar te verbinden, waardoor een totaalbeeld ontstaat. Alles en iedereen stond ten dienste van de VOC-heren in Nederland, die geen idee hadden (?) van hetgeen zich afspeelde in Zuid-Afrika. De oorspronkelijke bevolking wordt verslaafd gemaak aan drank en tabak, ze worden verdreven van hun grondgebied -niet goedschiks, dan maar kwaadschiks-, worden bespot, geminacht, gemarteld, verbannen en desnoods vermoord. De mensen op de buitenposten hadden zich maar te voegen naar de luimen van de leidinggevenden en ook zij werden om kleinigheden wreed bestraft. Barbertje, de waardin, verwoordt het als volgt: 'Een vreemd soort schepsel is zo'n Hollandse matroos toch. Hij neemt zijn handelswaar, zijn taal en godsdienst en zijn ziektes mee de aardbol rond. Hij draagt de dood in zijn geweer. Hij maakt een land leeg en bevolkt het met bastaards. En het brengt hem niets op, behalve dan zeven gulden per maand in het tegoedboek.'

Stemmen uit zee heeft geen tempo en is emotieloos beschreven, waardoor je geen deel gaat uitmaken van het verhaal. Geselingen, afhakken van ledematen, brandmerken, ophangen: Sleigh beschrijft het allemaal zeer nuchter en afstandelijk, wat zeker in het begin af en toe mateloos irritant is. Gelukkig wordt dit ruimschoots goedgemaakt door fraai taalgebruik en originele beeldspraak. De doorzetter vindt uiteindelijk wat hij zoekt: een indrukwekkende geschiedenis die je niet loslaat. 'Maar ongetwijfeld zou de geschiedenis zich herhalen, en wat was, zou weer zijn. (...) Maar je kunt nooit zo vertellen dat iemand het volledig begrijpt, want degene die luistert zit in zijn eigen droom gevangen. Echt begrip en een echt einde zullen er nooit zijn, omdat een cirkel eindeloosheid in zich meedraagt.'

Reacties op: '...eilanden, afgezonderd in een lege zee'