Advertentie

Op een avond lag een jongen stilletjes in zijn bed te lezen. Hij was dertien jaar en hij heette Otto – een bijzondere naam, dat wist hij zelf heel goed. Daarom schreef hij die altijd duidelijk, met hoofdletters, op zijn schriften en in zijn boeken en soms op muren en glazen. Hij had zijn naam ook in het boekje gezet dat hij aan het lezen was: een lorrig, beduimeld dik boekje, waarschijnlijk niet eens tweedehands of derdehands, misschien wel vierdehands. De omslag was eraf, sommige blaadjes hadden losgezeten en waren weer vastgeplakt en de eerste bladzijden ontbraken, zodat hij niet eens de titel wist. Maar daardoor, en om nog een andere reden, vond hij het juist extra interessant. Het was op een geheimzinnige manier in zijn bezig gekomen en er zat een uitdaging aan vast: kon hij, door het te lezen, erachter komen hoe het heette? (blz. 15)

Otto krijgt een vreemd boekje als hij in het magazijn van de boekwinkel van meneer Maandag aan het werk is. Het boekje is niet compleet. Het is een geheimzinnig boekje. Otto leest dat elke deur bijzonder is en dat het best zou kunnen dat jouw deur opeens toegang geeft tot iets anders dan anders. Otto is nieuwsgierig en doet zijn kamerdeur open…

Otto gaat op onderzoek uit. Hij komt niemand tegen en het is er doodstil. Na rondgekeken te hebben gaat Otto terug naar zijn kamer. Een paar avonden later ziet hij weer de hal van het kasteel als hij zijn deur opendoet. Dit keer sluit hij zijn kamerdeur achter zich. En daardoor verandert er iets. Otto komt mensen tegen en gaat op avontuur. Hij leert van het Galgekind dat het grote huis een ambassade is, de Januariaanse ambassade. Van dat land heeft Otto nog nooit gehoord. In het boekje heeft Otto gelezen dat hij moet uitkijken dat hij zichzelf niet vergeet. Wat zal er gebeuren als hij vergeet wie hij is? Wie is eigenlijk de Ambassadeur? Wil Otto nog wel terug naar zijn eigen wereld?

Lees de rest van mijn recensie op Ikvindlezenleuk

Reacties op: Aan de andere kant van de deur