Advertentie
    Inge Deutekom Hebban Recensent

“Wij twee, in een smalle bruine boot, op het spiegelende water, dat nu eens zwart leek en dan weer blauw, uitgelicht door een stralende zon, toegeknikt door overhangende bomen, aangemoedigd door fluisterend gras en suizend riet, nagestaard door koeien en vissers, met het geblaat van schapen of de hoorn van een vrachtschip in onze oren, met de wind die in onze haren streek en onze longen met zuurstof vervulde.”


De lyrische novelle Over het water van journalist Hans Maarten van den Brink (1956) stamt uit 1998, heeft sindsdien lovende recensies gekregen in binnen- en buitenland en wordt regelmatig herdrukt, maar geniet weinig bekendheid. Hoe valt dat te verklaren?

Het is een dun boekje van 143 bladzijden, bestaande uit vier delen die weer onderverdeeld zijn in kortere fragmenten, gescheiden door een witregel. De ik-verteller, die later Anton blijkt te heten, blikt in de winter van 1944 terug op een gelukkige periode van zijn leven. Dat het oorlog is, kun je opmaken uit de overvliegende vliegtuigen, verduisterde ramen en de stille stad met lege etalages, doelloze tramrails en holle mensen:

“Aan de overkant van de rivier ligt de stad. Ik zie haar niet, maar het is of ik kan voelen hoe zij zwaar en angstig ademt. Als een groot dier dat te lang in winterslaap heeft gelegen en, stinkend, veel te mager, zich afvraagt of het ooit nog wakker wordt.”


Anton is afkomstig uit een teruggetrokken arbeidersgezin in de Edelstenenbuurt. Zijn vader werkte bij de tramremise en was voor Anton niet iemand om naar op te kijken. Van jongs af aan was hij al gefascineerd door de nabijgelegen rivier en het beeld van roeiers die in volmaakte harmonie over het water gleden. Dolgraag wilde hij daarbij horen! Het lukte hem om lid te worden van de roeivereniging, waar hij gekoppeld werd aan de rijkeluiszoon David en met hem zelfs geselecteerd werd door Schneiderhahn, de mysterieuze trainer die in een hotel woonde en soms op reis moest.

Anton is ernstig en onzeker, bang om te falen en verbeten in zijn ijver om te slagen. De trainingen zijn zwaar en in eerste instantie ervaart hij vooral onmacht, een gebrek aan beheersing over zijn lichaam en de boot. Geleidelijk aan ontwikkelt hij meer grip en lukt het hem om te genieten van de momenten dat alles samenvalt, maar hij blijft bang voor een verstoring van de balans. Die zomer van 1939 is hij vervuld van geluk wanneer alles goed gaat, maar eenzaam wanneer de vakantie de trainingen onderbreekt.

Van de aanstaande oorlog heeft de zeventienjarige Anton geen weet; er worden bij hem thuis geen kranten gelezen. Het enige wat zijn geluk tempert, is de gedachte dat hij het niet kan vasthouden, dat hij David zal verliezen wanneer deze gaat studeren. Hij, die opgevoed is met de gedachte dat hij niets voorstelt, leeft als in een droom. Dankzij zijn sterke ambitie, discipline en zware fysieke training verwerft hij beheersing over zijn lichaam, samenwerking met interessante mensen en zelfvertrouwen. Toch blijft hij – net als zijn trainer – een buitenstaander, die later weemoedig terugblikt op een voorbije tijd van vrede en geluk.

Deze novelle is een ode aan het water en de harmonische beweging. De Griekse god Apollo lijkt de muze te zijn geweest van deze verstilde, subtiele en beeldende stijl die tegelijkertijd ook eentonig aandoet. Er gebeurt namelijk weinig. De spanningen van de oorlog worden gesuggereerd. Het water is wel ijzig koud, deze winter.

Reacties op: Geluk dat voorbij gaat

44
Over het water - H.M. van den Brink
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 12,50 Bestel het e-book € 9,99
E-book prijsvergelijker