Dit boek had ik tijden geleden al getipt als mogelijk interessant boek voor de verbeeldingsliteratuur. Er werd me gezegd dat Vloed niet zo boeiend is vanwege de mateloze seks die erin voorkomt, waardoor ik het leesplan terzijde schoof. Nu toch gelezen en daar geen spijt van.

Het verhaal van is geen puur genreboek als je het "zomaar" en "vlot" leest. Dan zou het zelfs een saai boek kunnen zijn. Voor de goede lezer blijkt het een magisch-realistisch boek te zijn met de horror tussen de regels door en een open einde. Er zijn veel verwijzingen in verweven, onder meer naar Griekse drama's (Oedipus, Orpheus, Minotaurus, etc), maar dat moet je wel kunnen zien. Wat dat betreft is het geen boek voor beginners of vlotte lezers, je moet er af en toe bij nadenken, hoe wat je leest in het totale plaatje past, het verhaal achter de tekst.

Het taalgebruik varieert nog al, van korte, eenvoudige zinnen tot lange, bijna psychedelische teksten. Dat blijkt ook nut te hebben: de korte zinnen komen voor in het saaie leven van de hoofdpersoon, ze drukken de verveling uit, ook door herhaling van zinnen. De langere zinnen, die veel bloemrijker zijn, accentueren verwondering en opwinding want door de waterval van woorden in een prima ritme merk je hoe de hartslag omhoog gaat. In tegenstelling tot veel lectuur zijn in deze tekst de kortere zinnen ook ritmisch en sluiten ze goed bij elkaar aan.
Het taalgebruik was een genot om te lezen, zeker nadat ik recent nogal wat lectuur heb verwerkt waarin de kromme (korte) zin en de slechte tekststructuur steeds een hoofdrol in het verhaal gingen spelen. Na een tijdje maakte het niet meer uit waar Vloed over ging, alleen al het proza was voldoende om door te lezen.
Opvallend vond ik wel dat de tekst nogal Nederlands was, gezien het feit dat het een Vlaamse schrijver is. Typisch Vlaamse zinsvorming komt er niet in voor, wel enkele Vlaamse woorden, zoals frigobox en het schitterende woord gensters, die echter het lezen in het minst belemmeren.

Het verhaal speelt zich af in een studentenflat op een berg bij een niet nader genoemde universiteitsstad. De flat heeft wel een naam, Torres, waardoor het voor de hand ligt dat de stad Leuven als voorbeeld heeft gediend, want daar is inderdaad een studentenhuis met de naam Torres. Ook heeft Leuven een (bekend) begijnhof. Toch blijkt het vooral fictie te zijn, want Leuven heeft geen berg ter hoogte van wat in Vloed wordt beschreven.
Het verhaal begint met de regen, dat het altijd regent. Dit lijkt aanvankelijk de enige oorzaak van de vloed te zijn, maar verderop in het verhaal blijkt dat de hoofdoorzaak een gebroken dam is, waarna het water snel de stad deed onderlopen. De niet-aflatende regen laat de vloed alleen maar stijgen. De vloed lijkt samen te hangen met de Zondvloed (de regenboog speelt ook een rol), hoewel de vernietiging van Sodom en Gomorra meer voor de hand zou liggen.
Het fictieve en magisch-realistische blijkt ook uit het einde, waarin de hoofdpersoon naar het noorden trekt in de hoop op een andere oever. Vanuit Leuven zou je eerder naar het zuiden willen trekken, waar het land hoger ligt. Maar mythisch gezien ligt in het noorden het land van de doden.

Vloed gaat over een hoofdpersoon (de naam wordt aan het einde genoemd als welluidend slotakkoord, een nomen-est-omen) die gaat studeren en in de studentenflat Torres gaat wonen. Hij komt in de ban van Nina, die hem introduceert met seks en Ultra, een drug die "splitsing" veroorzaakt. Juist vanwege die drug wordt de ik-persoon een onbetrouwbare verteller en naarmate het verhaal vordert kun je je afvragen wat de werking van Ultra is, en wat de onbevroede bijwerkingen zijn.
Omdat hij door Nina en haar vrienden Michael en Joke van de studie wordt gehouden, vervalt de hoofdpersoon in een soort lethargie, een eindeloze verveling, een soort 'spleen'. Dat wordt versterkt door de regen en na het breken van de dam door het ontbreken van andere mensen in de studentenflat of daarbuiten. Seks, drugs en drank moeten de verveling verdrijven, maar versterken die juist. Overigens is dat proces precies wat je ziet gebeuren in Utopia, de real-life soap van SBS6 - daar komen de prikkels die het nog enigszins in leven houden van buiten, maar in Torres is er buiten niets, in elk geval niet in het eerste deel van het verhaal waarin de hoofdpersonen de flat niet verlaten (en de flat verder verlaten is).

Er gebeuren wel dingen in Torres, dingen die niet helemaal beschreven zijn maar waarvan je als lezer aan het einde zelf mag uitzoeken wat er is gebeurd, en waarom of hoe, waarbij je niet precies weet wat er echt is: Wat is er met Michael gebeurt en wie heeft daar mee te maken? Wie is de vader van het kind? Waarom blijft Nina de overleden moeder van de hoofdpersoon noemen? Wat is er met de nonnen in het Begijnhof gebeurd? Waarom lijkt de hele stad een BDSM-fetisj te hebben? Waar komen die vreemde planten vandaan? Deze vragen worden beantwoord, maar er zijn meerdere antwoorden en je moet zelf vinden wat de juiste is, afhankelijk van hoe je het verhaal leest, met welke kennis en welke invalshoek.
De vragen brengen de nodige spanning in het verhaal, meer dan vragen als "hoe gaan ze overleven?" want gebrek is er nauwelijks door het plunderen van eerst de flat en later de stad. Doordat de hoofdpersonen op elkaar zijn aangewezen, zijn de onderlinge spanningen niet heel groot wat dus ook weinig effect heeft op het verhaal, maar omdat alle frustratie wordt binnengehouden is de innerlijke spanning bij de hoofdpersoon enorm, hij weet niet wie hij kan vertrouwen en vraagt zich nu en dan af of de anderen net zo gefrustreerd zijn als hijzelf.

Al met al een boek dat het herlezen waard is om het nog eens van een andere kant te bekijken en meer aanwijzingen voor verschillende theorieën te vinden. En heerlijk om nog eens zo'n gedegen proza te kunnen lezen als tegenwicht voor de tonnen slecht proza die worden uitgegeven.

Reacties op: Magisch-realistische dystopie