Marloes Hebban Recensent

‘Mijn mama heeft op die Kerst van wat ik het jaar nul noem de deur achter zich dichtgeslagen, om niet meer terug te keren. Om nog niet terug te keren.’ Hoofdpersoon Isa voelt zich alleen, verdrietig en boos wanneer haar moeder plotseling vertrekt. Paul de Moor beschrijft in Toen de wereld nog werelt was op bijzondere wijze het verhaal van een verloren meisje.  

Isa woont bij haar vader en zijn nieuwe vriendin, na het vertrek van haar moeder. Ze is boos, verdrietig en wil haar moeder terug. Om een beetje grip op haar leven te krijgen, besluit ze een kunstwerk maken: Mijn Installatie. Zo hoopt ze haar moeder weer terug te vinden. Voor haar Installatie heeft ze allerlei spullen nodig uit de stad Gent. Tijdens haar zwerftochten door de stad probeert ze de wereld met een d net zo leuk te gaan vinden als de werelt met een t. ‘Mijn papa is de liefste papa van de werelt met een t. Mijn papa is ook de onnozelste papa van de werelt, ook met een t.’  

Het taalgebruik in Toen de wereld nog werelt was is opvallend. De strijdige gedachten en gevoelens van Isa worden levensecht weergegeven. De Moor neemt je op die manier écht mee in Isa’s wereld: je voelt haar boosheid en haar verdriet. Via ogenschijnlijk simpele zinnen creëert deze auteur een verhaal met veel diepgang. Hij schetst daarbij de twee werelden waarin Isa leeft: de wereld met een d en de werelt met een t.  

Ook haar innerlijke strijd, als het gaat om de relatie met haar vaders nieuwe vriendin, wordt op een herkenbare manier neergezet: ‘De vriendin van mijn papa mocht niet aardig en leuk zijn. Mijn mama had het nooit goed gevonden.’ Daarbij ondersteunt De Moors taalgebruik de thematiek in het verhaal. Het onbegrip van Isa en het kwijtraken van grip op haar leven uiten zich letterlijk en figuurlijk in het verhaal. Zo herhaalt Isa zinnen als ‘Ik bedoel maar’, soms tot vervelens toe. Maar juist de latere verklaring, ‘als ik woorden en zinnen herhaal voel ik me veilig, maar dat weet de juf Nederlands niet’ zorgt voor medeleven.  

‘Ik was dertien. Wat achter mij lag was wit. Wat voor mij lag was zwart. Er was meer zwart dan wit. Veel meer.’ Paul de Moor zet het eerder besproken thema op krachtige wijze neer door gebruik te maken van symbolen. De kleuren zwart en wit staan symbool voor Isa’s gevoel en ook speelt de driehoek een belangrijke rol. Bovendien is het symbolische meisje van Mars van groot belang voor Isa. De Moor maakt het boek op deze manier zeker interessant. Helaas gebruikt hij ook cliché-elementen. Zo loopt Isa dagelijks door Gent om te kunnen vergeten. Ook gebruikt ze een andere kunstvorm om haar leven op de rails te krijgen. Die kunstvorm weet De Moor wel weer op een boeiende wijze neer te zetten. Niemand mag Mijn Installatie zien, iedereen moet er aan meehelpen. De onrust van Isa wordt hierin steeds meegenomen.  

Het verhaal van Isa bevat weinig actiemomenten. Isa zwerft door de stad, neemt allerlei spullen mee en bouwt aan haar kunstwerk: geen spannende activiteiten. Haar gedachten en gevoelens spelen de hoofdrol in het boek. Waar De Moor verzaakt als het gaat om een strakke spanningsopbouw, is hij meester in het bespelen van je emoties. Zinnen als ‘En toen zei ik wat ik nog tegen niemand gezegd had. ‘Ik mis mama,’ zei ik’ bezorgen je kippenvel en laten je nadenken over de innerlijke strijd die Isa voert.  

Tot de laatste bladzijde van Toen de wereld nog werelt was leef je mee met Isa. De Moor laat je via Isa lachen en huilen. Hij laat je meer dan ooit voelen wat het vertrek van een moeder doet met een kind. ‘Mijn papa zet een boek met ezelsoren in de kast en kijkt er niet meer naar om. Soms denk ik dat ik ook ezelsoren heb.’      

Reacties op: Levensecht verdriet