Lezersrecensie
Het echte boerenleven in de 17e eeuw
“Als grote zeventiende-eeuwers als Hooft, Huygens, Bredero en Coster over boeren schrijven, zijn er grofweg twee mogelijkheden: ze verheerlijken het eenvoudige landleven en schetsen een idylle van het platteland en de geruste landman, of ze maken zich vrolijk over de domme en lompe boeren boven wie ze zich qua geest en verstand mijlenver verheven voelen.”
Onder andere dankzij de bewaarde brieven van boer Arien van Rijckhuisen uit Herwijnen en zijn zoon Gijsbert geeft dit boek een indruk van het echte boerenleven in de 17e eeuw. Het boek is opgedeeld in 6 hoofdstukken: eer, liefde, bezit, werk, cultuur en geloof. Een uniek inkijkje. Zo maar een aantal citaten:
59 Dat de plaatselijke pastoor zijn huik naar de wind hangt en verdergaat als predikant, is bepaald geen vreemd idee in deze periode. In tal van dorpen op het Gelderse platteland gaat het zo. Er zijn aan het begin van de zeventiende eeuw eenvoudig nog niet genoeg nieuwe, gereformeerde predikanten en schoolmeesters, en de steden hebben altijd de eerste keus. Niet alleen de zittende dorpsschoolmeesters, maar ook veel pastoors hebben dus de kans om eieren voor hun geld te kiezen. Ze onderwerpen zich aan een geloofsonderzoek, beloven dat ze het rooms-katholicisme afzweren, trouwen met hun huishoudster – en daarna kunnen ze in de pastorie blijven wonen en kan het dorpsleven gewoon doorgaan.
78 Vechten zit diep in de plattelandscultuur die in de archieven van deze streek zichtbaar wordt. Niet alleen jongeren die te veel gedronken hebben, maar ook de dorpsbestuurders, de schoolmeester en de predikant laten zich er soms toe verleiden.
104 Er zijn in de vroegmoderne tijd vier punten die iedereen in z’n achterhoofd houdt bij het bepalen van eigen en andermans status: godsdienst, bezit en inkomen, familierelaties, opleiding. Bij de huwelijkspolitiek van Tielerwaardse boeren spelen al die dingen een rol, maar bezit lijkt de belangrijkste van de vier.
381 Rampen worden gezien als straf op de zonden van het volk, zij het dat ook vrome mensen door rampen kunnen getroffen worden – in zulke gevallen is er sprake van een beproeving, niet van straf.
387 … de Heidelbergse Catechismus zegt: een gelovig mens moet in tegenspoed geduldig zijn, in voorspoed dankbaar, want het is God die regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede geeft. Het is een tekst die familieleden in hun kinderjaren uit hun hoofd hebben geleerd en die ze kennelijk tijdens hun volwassen jaren in praktijk proberen te brengen.
Onder andere dankzij de bewaarde brieven van boer Arien van Rijckhuisen uit Herwijnen en zijn zoon Gijsbert geeft dit boek een indruk van het echte boerenleven in de 17e eeuw. Het boek is opgedeeld in 6 hoofdstukken: eer, liefde, bezit, werk, cultuur en geloof. Een uniek inkijkje. Zo maar een aantal citaten:
59 Dat de plaatselijke pastoor zijn huik naar de wind hangt en verdergaat als predikant, is bepaald geen vreemd idee in deze periode. In tal van dorpen op het Gelderse platteland gaat het zo. Er zijn aan het begin van de zeventiende eeuw eenvoudig nog niet genoeg nieuwe, gereformeerde predikanten en schoolmeesters, en de steden hebben altijd de eerste keus. Niet alleen de zittende dorpsschoolmeesters, maar ook veel pastoors hebben dus de kans om eieren voor hun geld te kiezen. Ze onderwerpen zich aan een geloofsonderzoek, beloven dat ze het rooms-katholicisme afzweren, trouwen met hun huishoudster – en daarna kunnen ze in de pastorie blijven wonen en kan het dorpsleven gewoon doorgaan.
78 Vechten zit diep in de plattelandscultuur die in de archieven van deze streek zichtbaar wordt. Niet alleen jongeren die te veel gedronken hebben, maar ook de dorpsbestuurders, de schoolmeester en de predikant laten zich er soms toe verleiden.
104 Er zijn in de vroegmoderne tijd vier punten die iedereen in z’n achterhoofd houdt bij het bepalen van eigen en andermans status: godsdienst, bezit en inkomen, familierelaties, opleiding. Bij de huwelijkspolitiek van Tielerwaardse boeren spelen al die dingen een rol, maar bezit lijkt de belangrijkste van de vier.
381 Rampen worden gezien als straf op de zonden van het volk, zij het dat ook vrome mensen door rampen kunnen getroffen worden – in zulke gevallen is er sprake van een beproeving, niet van straf.
387 … de Heidelbergse Catechismus zegt: een gelovig mens moet in tegenspoed geduldig zijn, in voorspoed dankbaar, want het is God die regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede geeft. Het is een tekst die familieleden in hun kinderjaren uit hun hoofd hebben geleerd en die ze kennelijk tijdens hun volwassen jaren in praktijk proberen te brengen.
1
Reageer op deze recensie
