Lezersrecensie

De waanzin voorbij


Birgit_1989 Birgit_1989
8 mrt 2018

Ralph, een zesendertigjarige cameraman, wordt van de ene dag op de andere ontslagen, wat ervoor zorgt dat hij langzaam maar zeker ontspoort. Hij trekt zichzelf terug, verzorgt zichzelf niet meer en breekt ook met zijn geliefde van wie hij de minnaar is. Hij zinkt tot op een dieptepunt en slaat dan opeens helemaal om en besluit hij op zoek te gaan naar wat hij gezelligheid noemt. Zijn negativiteit verandert in een waanzinnige positiviteit met ernstige gevolgen.

In deze novelle benadrukt Christophe Vekeman zeer goed de waanzin die een mens kan treffen. Ralph zakt eerst weg in een soort van depressie nadat hij zijn ontslag heeft gekregen, maar geraakt er wonder boven wonder weer bovenop door dus op zoek te gaan naar gezelligheid. Christophe Vekeman omschrijft deze klik zeer goed in de novelle:

Eerst gebeurde er nochtans helemaal niets, wat het volgende betekent: de grootse gebeurtenis, klein als zij schijnbaar zijn mocht, of toch in de ogen van een buitenstaander, had reeds plaatsgevonden, en niettemin leek het aanvankelijk ook voor mij alsof er helemaal niets was gebeurd.
Ik zette de televisie uit en stond op, min of meer gedachteloos, niet in de verste verte in de greep van opwinding of zo, wat het volgende betekent: de gebeurtenis was doodeenvoudig nog niet tot mij doorgedrongen.
Elke grens bestaat uit twéé grenzen, waartussen zich het zogeheten niemandsland bevindt: ziedaar waar ik toen, achteraf bekeken, kortstondig, voor de duur van een aantal minuten, moet hebben vertoefd.
Ik keek door het raam naar buiten, zag niets, zoals ook de befaamde ‘klik’, waarover zo vaak en tot vervelens toe wordt gesproken en die ervaren wordt door mensen over de gehele wereld, op geen enkele wijze viel te ontwaren. Als het leven een probleem was, besefte ik – en een probleem was het leven heel zeker geweest, daarvan getuigden de voorbije dagen wel op onvergelijkbare wijze -, dan lag de oplossing ervan mogelijk plotseling binnen bereik, maar een ‘klik’ viel niet te horen, en ook anderszins werd ik niets wat voor een ‘klik’ kon doorgaan gewaar. Ik weet nog dat mij dat opviel, en ik weet nog dat ik wist dat ik van dan af aan nooit zou vergeten, nooit meer, hoe de kleinste dingen, echte details, de grootste veranderingen teweeg konden brengen – en nu begon ik dus toch te beseffen wat er gebeurd was. Dat er iets gebeurd was. Dat er iets ging gebeuren, dat er een belangrijke, definitieve, doorslaggevende verandering zou plaatsgrijpen. Hier begon het.
Ik had eens iemand horen zeggen, ooit, iemand die door mij gefilmd werd, een oude professor in de ethiek, dat een mens als hij geluk heeft – maar hij moest echt geluk hebben! – twee, maximaal drie ideeën heeft in zijn leven. Meer niet, maximaal drie, de meeste mensen hadden er welgeteld géén, en ik begreep nu pas wat hij bedoelde. Nu pas, terwijl ik met mijn beginnende pens en met mijn shirt en mijn baard die zo smerig was dat ze schier dampten, en met een keel die pijnlijk schuurde door het vele roepen, voor het raam niets stond te zien en ook de ‘klik’ die ik onmiskenbaar had of had gemaakt of hoe moest ik het zeggen zich niet op een door mij duidelijk te registreren wijze manifesteerde, terwijl ik voor de eerste maal, de allereerste, in mijn leven zelf een idee had, begreep ik wat die professor had willen zeggen. Opeens was alles anders, ‘klik’ of geen ‘klik’, - en hoe ik mij voelde? Moe, ja, of nee, niet moe. Opgelucht, natuurlijk. Opgelucht niet echt. Eerder dromerig. Dat was het woord. Ik voelde me dromerig. En ik besefte dat het gebeurde. Mijn leven was verleden tijd, dacht ik, maar wat dat dan ook betekenen mocht, heel zeker betekende het niet dat ik geen toekomst had.
Ik keek nog altijd door het raam, en nog altijd had ik geen benul van wat er zich aan gene zijde van het glas al dan niet afspeelde. Ik was mij slechts bewust van wie ik was en hoe ik eraan toe was en van wat ik had meegemaakt en gedaan. Ik was me bewust van mezelf. Van de levende gebeurtenis die ik was. En ik schudde mijn hoofd, verdrietig, hoopvol en ten zeerste vastberaden. Hier begon het.
‘Gezellig is anders,’ mompelde ik.

Na deze ‘klik’ begint Ralph zich compleet anders te gedragen en ondergaat een ware transformatie dat op het waanzinnige af is. Hij organiseert ter gelegenheid van de gezelligheid een feest en legt een absurd interview af, waarvan je je als lezer kunt afvragen of dit echt gebeurd is in het verhaal of dit eerder de waan weerspiegelt waarin Ralph zich bevindt. Ook bij de situatie met zijn geliefde kun je je vragen stellen, want ze deed zich voor als een getrouwde vrouw, maar blijkt dat ze al een aantal jaren weduwe is, maar geen afscheid kan nemen van haar gestorven man en zich daarom voordoet als een getrouwde vrouw. Alles in het verhaal speelt zich dus af op de rand van het waanzinnige en je kunt je afvragen of dit echt gebeurd is in het verhaal, maar wat belangrijker is, is dat je als lezer tot het besef komt dat iedereen gek is op zijn manier.

Christophe Vekeman (1972) schreef na Ish Ait Hamou de tweede novelle voor de Te Gek!?-campagne. Hij is van opleiding psycholoog, maar is van beroep schrijver en dichter. Hij schrijft ook over literatuur in De Morgen en heeft wekelijks een boekenrubriek Pompidou op radio Klara. In 2009 nam hij deel aan de tournee Te Gek Voor Woorden en in 2017 deed hij mee aan de Te Gek-voorstellingenreeks Open Geest XL.

Reacties

Meer recensies van Birgit_1989

Boeken van dezelfde auteur