Lezersrecensie
De auteur neemt je in tien hoofdstukken mee in zijn aanpak van training van gedrag bij je hond.
Jeroen Oomen is al jaar en dag hondenexpert, trainer en ervaringsdeskundige in het omgaan met honden en hun soms problematisch gedrag. Hij wil met dit boek tien theoretische lessen geven aan hondeneigenaars. Dit gaat van het uitkiezen van een ras tot het trainen en opvoeden van je nieuwe vriend en het leren begrijpen van je dier, ook als die niet het door jou gewenste gedrag vertoont. Elke hoofdstuk begint met een verhaal over een andere hond en welke conclusies je hieruit kan trekken.
Ik mocht van uitgeverij Harper Collins deel uitmaken van het reviewteam van ‘Hond in huis’, waarvoor dank. Deze nonfictie werd geschreven door Jeroen Oomen, die jarenlang heeft samengewerkt met de bekende Nederlandse hondentrainer Martin Gaus.
Mijn motivatie om dit boek te lezen en te recenseren, komt voort uit het geluk zelf een hondenbaasje te zijn. Mijn verwachting over dit boek was één en ander bij te leren. Vooral het afleren van ongewenst gedrag en het bekomen van gewenst gedrag staat op mijn prioriteitenlijstje. Heel concreet hoopte ik te leren hoe ik erin kan slagen om met mijn hond te wandelen aan een slappe lijn. Het eeuwige getrek wil ik graag achterwege kunnen laten.
Het boek bevat tien hoofdstukken met elk een ander thema en is ook steeds geïnspireerd op een andere hond. De auteur geeft zeer veel voorbeelden van probleemgedrag bij honden waarmee hij gewerkt en getraind heeft. Hij geeft hierbij de theoretische uitleg waar dit gedrag uit voortkomt of waar dit mee te maken heeft. Je krijgt dus heel veel inzichten mee.
In het eerste hoofdstuk wordt aandacht besteed aan zaken waarmee je rekening moet houden als je een hond wil aanschaffen. Wat ik hierbij een beetje mis voor mensen zonder ervaring met het opvoeden en trainen van een hond, zijn de concrete methoden van het aanleren van basiscommando’s. In dit boek wordt het principe van de operante conditionering aangehaald, maar het wordt niet grondig genoeg uitgelegd en benadrukt, terwijl dit de belangrijkste basiskennis is.
De hoofdstukken die volgen tot en met hoofdstuk 8 gaan dieper in op werkervaringen en inzichten. Jeroen Oomen geeft veel ideeën weer, maar met respect voor andere meningen en visies en zonder te claimen dat hij de wijsheid in pacht heeft. Dat apprecieer ik aan dit boek. Thema’s zoals het verschil tussen een belonende versus een bestraffende trainingsstrategie vind ik interessant.
Ik was het meest aangenaam verrast door de laatste twee hoofdstukken. In hoofdstuk 9 wordt dieper ingegaan op (alternatieve) medicatie en voedingssuplementen voor het omgaan met negatief gedrag dat je echt niet aangepast krijgt met de therapeutische aanpak of voor uitzonderlijke situaties zoals bijvoorbeeld een verhuis.
Hoofdstuk 10 gaat in op het meest voorkomend probleemgedrag bij honden én beschrijft zeer concreet hoe je dit kan aanpakken.
Wat onthoud ik voor mezelf uit dit boek? Ik wil samen met mijn hond aan de slag gaan om te leren wandelen aan een slappe lijn en heb besloten om hiervoor een clicker aan te kopen. Mijn verwachting over dit boek is dus ingelost.
Toch wil ik eraan toevoegen dat ik dit boek vooral aanraad aan mensen die al ervaring met honden hebben. Wil je voor het eerst een hond in huis halen, dan heb je nog aanvullende informatie nodig, zoals het zeer concreet aanleren van basiscommando’s zit, blijf, los, neer, … in een soort stappenplan.