Advertentie
    Ellen IJzerman (prowisorio) Hebban Recensent

Het Lam Gods is een boek dat de stad Gent in samenwerking met Uitgeverij Vrijdag heeft uitgebracht ter gelegenheid van het Van Eyckjaar 2020, dat als thema 'OMG! Van Eyck was here' kreeg. Ter gelegenheid van het Van Eyckjaar wordt er in diverse Gentse musea uitgebreid aandacht besteed aan (onder andere) het topstuk van de gebroeders van Eyck en zijn er vele evenementen en activiteiten in de stad gepland. Natuurlijk is dat programma inmiddels aangepast, zoals dat met veel evenementen het geval is ten gevolge van het coronavirus. Niet getreurd, want niet alleen is het themajaar met een half jaar verlengd (en duurt nu dus tot en met juni 2021), er is ook dit boek waarvan je op voorhand al kunt genieten en in de stemming kunt komen om later dit jaar (of volgend jaar) alsnog naar Gent te gaan om met eigen ogen ‘De aanbidding van het Lam Gods’ te bekijken.

De aanbidding van het Lam Gods open (links) en gesloten (rechts) 

Wie was deze van Eyck, of beter gezegd, wie waren deze van Eycks? En wat is er zo bijzonder aan ‘De aanbidding van het Lam Gods’ (kortweg het Lam Gods)?  Om met dat laatste te beginnen:

‘De Rechtvaardige Rechters en het Lam Gods zijn veel meer dan een gestolen kunstwerk. Het is een van de hoogtepunten van de westerse cultuur. Het meesterwerk dateert uit de 15de eeuw en hoort thuis in het rijtje van meesterlijke cultuurschatten, zoals de Notre-Dame van Parijs, de David van MIchelangelo, de Kruisoprichting van Rubens en de Guernica van Picasso. Volgens de Duitse kunstenaar Albrecht Dürer, die Gent bezocht in 1521, was het Lam Gods het meest uitmuntende en meest intelligente schilderwerk van zijn tijd.’

Het is niet bekend hoelang de gebroeders Van Eyck aan het altaarstuk (want dat is het) gewerkt hebben, maar dat zou goed een klein decennium kunnen zijn geweest. Wat wel bekend is, is wanneer het stuk voor het eerst in het openbaar bekeken kon worden: 6 mei 1432, ter gelegenheid van het doopsel van Joos, het zoontje van Filips de Goede. De opdrachtgever was Joos Vijd, een rijke koopman uit Gent.

Het altaarstuk bestaat uit twaalf panelen, waarvan er acht door middel van scharnieren gesloten kunnen worden. Elke vleugel is aan beide kanten beschilderd, zodat er – of het stuk nu open of dicht is – altijd een voorstelling te zien is. Als het open is, dan zijn de panelen zichtbaar waar achtereenvolgens: Adam, zingende engelen, Maria, de gekroonde Christus of God de vader op de troon, Johannes de Doper, musicerende engelen, Eva, en onderaan de Rechtvaardige Rechters, de ridders van Christus, de aanbidding van het Lam Gods, de kluizenaars en de pelgrims zichtbaar zijn.

De panelen zijn uit elkaar gehaald, (illegaal) verkocht, verstopt, vervalst, meer dan tien keer gestolen, gecensureerd door sommige (edele) delen over te schilderen, het is op het nippertje ontsnapt aan de beeldenstormers, gebruikt voor losgeld, als diplomatiek wapen ingezet, doorgezaagd, door dubbelagenten gered en uiteindelijk is bij de Vrede van Versailles bepaald dat het teruggebracht moest worden naar Gent.

De biografie van dit kunstwerk zou door al deze avonturen een spannend avonturenboek of een detective hebben kunnen opleveren, maar dat is het beide niet geworden. Ook de speurtocht(en) naar het verdwenen paneel van de Rechtvaardige Rechters, die als een rode draad door het boek loopt, zorgt daar niet voor. Het is een geschiedenisboek geworden, een vlot leesbare, voorzien van diverse grappige illustraties, maar door die enorme hoeveelheid kleine en grote feiten is het toch een beetje droge opsomming geworden.

Als het echter je bedoeling is om te weten te komen wat er de afgelopen eeuwen allemaal gebeurd is met dit topstuk van die twee geweldenaren uit de 15de eeuw, Hubert en Jan Van Eyck en/of ergens in het komende jaar goed voorbereid toch nog naar Gent af te reizen, dan gaat dat zeker lukken met dit mooi uitgevoerde, informatieve boek.

Reacties op: Te droge biografie van een spannend altaarstuk