Lezersrecensie
Een mooi maar leeg omhulsel
Na de dood van haar man, een befaamd karpervisser, brengt weduwe Miyuki de vissen naar de keizerlijke hoofdplaats. Zij ontmoet tijdens haar reis verschillende kleurrijke personen. De beloofde schitterende beschrijvingen van het middeleeuwse Japan en filosofische beschouwingen blijven uit. In de eerste zin gaat het al mis: een middeleeuwse weduwe die consumptiebeperkingen naleeft. De woordkeuze past niet bij de middeleeuwse mystiek die het boek belooft. Woordgebruik als opzij kukelen, zijn blaas legen en flikflooien passen ook niet in de context van het verhaal. Daarnaast irriteren de enorm lange zinnen (regelmatig beschrijft Decoin een zin die zo’n 20 regels tekst beslaat) doordat een overvloed aan niet belangrijke details wordt gegeven. Alsof Decoin besloten heeft om iedere zoveel pagina’s zijn verhaal op te sieren met een dwaze lange zin. Waarom?
Uiteindelijk wordt het verhaal lachwekkend ongeloofwaardig op pagina 118. Miyuki loopt zeer zorgvuldig, om de vissen zo voorzichtig mogelijk te vervoeren. In de “in golven oprukkende nacht” … “Op dat moment botste ze met haar klompjes tegen iets slaps, dat dwars over de weg lag.” (…) “Het was een lijk” (…) “Dat ze over een lijk was gestruikeld” (…) (Botsen en over iets struikelen zijn niet het zelfde) Vervolgens staat op pagina 120 dat ze in de verte een bootje ziet: “… lieten drie in strooien regenmantels gehulde mannen om beurten lange vaarbomen in de rivierbedding zakken…” As je de kleding van mannen op afstand zo nauwkeurig kunt beschrijven, zie je dan een dode man op het pad voor je niet? Één pluspunt: de cover van dit boek is prachtig. Dichtslaan dus.