Lezersrecensie
Om een lang verhaal kort te maken
In tegenstelling tot Amerika kent Nederland geen echte traditie wat betreft het korte verhaal. Al gloort er hoop dankzij diverse jonge en veel belovende schrijvers zoals Sanneke van Hassel, Ton Rozeman en Maartje Wortel. Allen beoefenen ze de kunst van het kortverhaal, zoals de Vlamingen dat zo mooi zeggen. Vrijwel zeker kennen deze auteurs allemaal het complete oeuvre van de Amerikaanse schrijver Raymond Carver, dat overigens niet zo erg groot is. Het bestaat uit zijn debuutbundel Will you please be quiet, please?, Cathedral, Elephant en de bundel Waar we over praten als we over liefde praten die nu in een nieuw jasje als Beginners in de boekhandel te vinden is. Beginners laat zien dat De Bezige Bij een voorbeeldige uitgeverij is. Ze maken boeken die je wilt lezen, die je als liefhebber en schrijver van het korte verhaal zelfs moet lezen.
What We Talk about When We Talk About Love verscheen in 1981. Het was de verhalenbundel waarmee Carver naam maakte. Meteen was hij ‘de grootste schrijver van korte verhalen van de Amerikaanse twintigste eeuw’. En ook al is Amerika het land van de superlatieven, ik moet het ze nageven, ze hadden gelijk. Zo mager als Jan Arends bij ons gedichten schreef, zo uitgebeend is het proza van Carver. Zijn minimalisme vond dan ook gelijk navolging. Tegelijkertijd ging het gerucht dat niet Carver maar zijn redacteur en vriend Gordon Lish verantwoordelijk was voor de kille, meedogenloze stijl. Tijdens zijn leven heeft Carver er geen woord aan willen besteden, al bleek uit later verschenen verhalen dat hij ook anders kon schrijven. Men weet dan aan zijn overwonnen alcoholisme.
Jaren later bleek dat de geruchten op waarheid berustten. In het archief van Gordon Lish vond men het originele typoscript, compleet met de veranderingen die daar in twee redactiefasen in waren aangebracht. Hierdoor kunnen we eindelijk lezen wat Raymond Carver oorspronkelijk schreef en wat de redacteur er vervolgens aan veranderde. Beginners bestaat uit de twee versies van Carvers meest bekende verhalenbundel: de geredigeerde en de oorspronkelijke. Om een indruk te geven van het verschil zal ik twee fragmenten van het verhaal ‘Willen jullie niet dansen?’ in de vertaling van Sjaak Commandeur onder elkaar zetten.
(De oorspronkelijke, dus ongecorrigeerde versie)
‘In de keuken schonk hij zich nog iets in en keek naar het slaapkamerameublement op het gras voor zijn huis. Het bed was afgehaald en de in zuurstokkleuren gestreepte lakens lagen met twee kussens op de ladekast. Afgezien daarvan zag het geheel er eigenlijk net zo uit als voorheen in de slaapkamer: nachtkastje met leeslamp aan zijn kant van het bed, een nachtkastje met leeslamp aan haar kant. Zíjn kant, háár kant. Daar dacht hij slokjes whiskey nemend over na. De ladekast bevond zich op een meter van het voeteneind. Hij had de laden 's ochtends leeggegooid in dozen, en de dozen stonden in de kamer.’
(De gepubliceerde tekst, na redactie, in de typische Carver-stijl)
‘In de keuken schonk hij zich nog iets in en keek naar het slaapkamerameublement op het gras voor zijn huis. Het bed was afgehaald en de in zuurstokkleuren gestreepte lakens lagen met twee kussens op de ladekast. Afgezien daarvan zag het geheel er eigenlijk net zo uit als voorheen in de slaapkamer : nachtkastje met leeslamp aan zijn kant van zijn bed, nachtkastje met leeslamp aan haar kant.
Zijn kant, haar kant.
Daar dacht hij slokjes whiskey nemend over na.
De ladekast bevond zich op een meter van het voeteneind. Hij had de laden 's ochtends leeggegooid in dozen, en de dozen stonden in de kamer.’
Onder elkaar zie je het meteen. De uiteindelijke tekst ‘ziet’ er beter uit. Het ademt. Sommige zinnen worden benadrukt waar ze in de originele versie opgingen in de tekst. Door zinnen onder elkaar in plaats van achter elkaar te plaatsen komen ze tot hun recht. Een schijnbaar simpele truc die iedere keer werkt. Ik kan het niet laten nogmaals twee fragmenten te tonen.
(Uit ‘Zoeker’, de oorspronkelijke versie)
Ik had van achter het raam toegekeken.
‘Waar zei u dat de wc was?’
‘Daar, rechtsaf.’
Hij had zich inmiddels, buigend en wringend, uit het tuig gewerkt. Hij legde het fototoestel op de bank en trok zijn jasje recht. ‘Kijkt u intussen hier even naar.’
Ik nam de foto van hem aan. Er was een rechthoekje gras te zien, het pad, de carpoort, treden naar de voordeur, erker, keukenraam. Waarom zou ik een foto van dat drama willen? Ik keek nog eens goed en zag de contouren van mijn hoofd, mijn hoofd, voor het keukenraam, een paar passen naar achter bij het aanrecht vandaan. Ik bleef een tijdje naar de foto kijken en toen hoorde ik de wc schoongespoeld worden. Dichtgeritst en glimlachend kwam hij de gang in; de ene haak hield zijn riem vast, de andere stopte zijn overhemd in.
‘Wat vindt u?’ zei hij. ‘Naar wens? Ik vind hem persoonlijk heel goed gelukt, maar ja, ik heb verstand van fotograferen en laten we wel zijn: zo moeilijk is het niet, een huis kieken. Tenzij de weersomstandigheden tegenzitten, en als de weersomstandigheden tegenzitten, werk ik alleen binnenshuis. Projectfotografie, dat werk.’ Hij zat aan zijn kruis.
‘Hier is de koffie,’ zei ik.
(Uit ‘Zoeker’, de gepubliceerde tekst)
Ik had namelijk van achter het raam toegekeken.
‘Waar zei u dat de wc was?’
‘Daar, rechtsaf.’
Buigend, wringend, werkte hij zich uit het tuig. Hij legde het fototoestel op de bank en trok zijn jasje recht.
‘Kijkt u intussen hier even naar.’
Ik nam de foto van hem aan.
Er was een rechthoekje gras te zien, het pad, de carport, treden naar de voordeur, erker, en het raam in de keuken waardoor ik had staan kijken.
En waarom zou ik een foto van dat drama willen?
Ik keek nog eens en zag mijn hoofd, mijn hoofd, daar binnen in het keukenraam.
Het gaf me te denken toen ik mezelf zo zag. Neem van mij aan: dat geeft een mens te denken.
Ik hoorde de wc doorgespoeld worden. Ritsend en glimlachend kwam hij de gang in; de ene haak hield zijn riem vast, de andere stopte zijn overhemd in.
‘Wat vindt u?’ zei hij. ‘Naar wens? Ik vind hem persoonlijk heel goed gelukt. Heb ik verstand van fotograferen of niet? Laten we wel zijn: ieder zijn vak.’
Hij zat aan zijn kruis.
‘Hier is de koffie,’ zei ik.
Nog meer dan bij het vorige voorbeeld ben je aanwezig bij het proces van schrijven en schrappen waarmee Raymond Carver school maakte. De oplettende lezer ziet dat het wit in de definitieve versie een veel grotere rol speelt. De dialoog begint na een witregel. Carver koppelt de twee teksten los. Een beschrijvende tekst breekt hij af om een dialoog te laten beginnen. We zien ook dat het woord namelijk in de laatste regel voor de witregel is toegevoegd. Deze combinatie zorgt voor een effect dat met het inzoomen in een film valt te vergelijken. De woorden Hij had zich inmiddels zijn geschrapt. Meteen begint de zin met Buigend, wringend. Carver heeft ruis verwijderd. Vervolgens gaat hij de tekst lucht geven. De korte zinnen staan nu onder elkaar. Het zorgt voor focus. Waar het eerste bladvulling was, doet iedere zin, zelfs elk woord er nu toe.
Het is ook niet zo dat Carver alleen maar schrapt. Soms blijkt ‘keukenraam’ hem te weinig en verandert hij het in ‘het raam in de keuken waardoor ik had staan kijken’. Er komt een moment van reflectie bij dat in het origineel ontbrak: ‘Het gaf me te denken toen ik mezelf zo zag. Neem dat van me aan: dat geeft een mens te denken.’ Soms gaat het om details. Dichtgeritst wordt ritsend. Wat we van deze twee teksten leren is het echte schrijven. De originele tekst is het verhaal. De definitieve tekst is het verhaal zo beschreven dat het effect op de lezer heeft. Alles is doordacht, manipulatief. Carver was daar een meester in. Hij schreef verhalen die films in je hoofd vormen die er nooit meer uitgaan. Ze hebben een mooi soort troosteloosheid dat aan de schilderijen van Hopper doet denken. Beginners is een heerlijk boek, het geeft de liefhebber van Carvers verhalen alles wat tot nu toe verborgen bleef en leert schrijvers wat nu eigenlijk schrijven is. Daarmee is Beginners een hoogtepunt in de reeks Ulysses Klassieken van uitgeverij De Bezige Bij.