Lezersrecensie

Misschien is lijden een lust


Ezra de Haan Ezra de Haan
26 mrt 2016

Het boekenvak heeft het moeilijk. Bestsellers zijn schaars en het is hoogst zelden dat een literair boek goed weet te scoren. De focus ligt daarom op softporno in meerdere kleuren grijs of op andere sportboeken. Schrijvers wringen zich in de vreemdste bochten om aandacht te genereren. Ze zijn gast in DWDD of bij Pauw en Witteman, al heeft dat zelden met de inhoud van hun boeken te maken. Ze bieden hun nier aan een onbekende aan, veinzen tijdelijk geheugenverlies of koketteren met hun criminele verleden. Anderen moeten het van bizarre boektitels hebben of hun eigen uiterlijk. De meeste auteurs hebben de soepele weg naar de top-10 gekozen, die van de thriller. Bijna zou je vergeten dat een echte schrijver het van stijl en zijn taal moet hebben. Wars van welke mode dan ook schrijft Harry Vaandrager aan zijn oeuvre. In een vorig leven debuteerde hij met de dichtbundel >i>Langs toendra’s (1978). Meer recent verschenen Wat telt is van niets gemaakt (2010) en de roman Aan barrels (2011). Koprot (2013) is zijn nieuwste boek, een verhalenbundel in klare taal.

Volgens de wervende tekst op de cover lijden alle personages in de verhalenbundel aan koprot. Deze openbaart zich in hun staat van onthecht zijn en delirante stijl van spreken. Vaandrager kiest voor de aanval en weigert te buigen in de richting van de commercie. Het levert wederom een zeer apart boek op.

Koprot staat als verhalenbundel op zichzelf en toch kun je die zien als een appendix bij Aan barrels. De schrijver geeft dit ook ruiterlijk toe in zijn verantwoording. Zo is het verhaal ‘Het zwart’ mogelijk een vervolg op Aan barrels. In het bijzonder de hoofdstukken ‘Marc’ en ‘Moeder’. Wie Aan barrels gelezen heeft, zal het niet verwonderen. Het is een roman die als een tank over je heen dendert. Je krijgt een kijkje in de donkerste spelonken van het menselijk brein. De gedachten en woordenstroom van zware delinquenten bijten zich langzaam in je vast. Dantes wandeling door de hel is ‘A walk in the park’ vergeleken met Vaandragers proza. Een boek dat zo inktzwart is (letterlijk en figuurlijk) moet nog enige tijd doorklinken in de schrijver. Blijkbaar kwam er iets los toen de roman al bij de drukkerij lag.

Het zwart (een fragment)

Trouwens, jij noemt het duisternis, maar wij reppen gewoon over Het Zwart. Alles wat jij kent is hier opgeheven. Tot en met de elementen. Er bestaat slechts één element: het zwart. Alles is in zwart gestoffeerd. Het zwart heeft alles verdrongen, zelfs de schaduwen. En dan nog wat, aan Het Zwart komt geen eind.

‘Het zwart’ doet aan eigenzinnige schrijvers denken als Samuel Beckett en de Poolse schrijver S.I. Witkiewicz. Een citaat van hem opent de verhalenbundel. ‘Maar het was net of dit alles zich niet in deze wereld afspeelde, maar ergens ver weg, achter een geheimzinnige scheidswand die echter in hemzelf stond opgesteld en niet in de werkelijkheid buiten hem.’ Harry Vaandrager neemt je mee naar zijn wereld die uit korte zinnen en harde taal bestaat. Met een beetje goede wil kun je ‘Het zwart’ ook als een avant-gardistisch toneelstuk lezen. Het is een reis door de hel waarin de doden, de wormen en de moker spreken. Zelfs het zwart spreekt. Net als die moker in het verhaal op de schedel van Marc neerkomt, raakt de taal de lezer. De moker zegt, en in zekere zin volgens mij ook de schrijver van dit verhaal: ‘Zelf ben ik liever in dienst van een sloper, dan van een bouwvakker. Iedereen weet toch dat wat wordt opgebouwd altijd tot een ruïne verwordt.’

Vaandrager is een schrijver die het zich niet makkelijk maakt. Of moet ik het anders zeggen. Vaandrager is een schrijver die zichzelf met onmogelijke opdrachten opzadelt. Welke schrijver begint aan een verhaal waarin de verteller nog slechts huid is? Bij geboorte was hij al blind en vanaf zijn vijftiende stokdoof. Slechts enkele geluiden kan hij zich nog herinneren. Tijdsbesef is hem vreemd. Zijn wereld bestaat uit kippenvel, zweet en rillen. Alles gaat op de tast en, niet te vergeten de reuk. De schrijversvakschool die zijn studenten zo’n opdracht geeft, zal snel sluiten. Want hoe maak je hier een verhaal van? En toch lukt het Vaandrager prima in zijn verhaal ‘Hatchi Kenatchi’.

Of wat te denken van het verhaal ‘Schennis’ waarin een man wordt geconfronteerd met de komst van twee rechercheurs die hem op de hoogte brengen van de grafschennis door zijn broer. Nota bene van het graf van hun vader! Weer is het heftigheid troef. Pagina’s worden met door seks gedreven gedachten gevuld. De ene broer doet weinig onder voor de andere, denk je. Die gedachte wordt meteen door de schrijver ontzenuwd.

‘Mijn familieleden en ik, wij vullen elkaar niet aan zoals in romans. Wij zijn geen stukjes van dezelfde puzzel. Onze geschiedenissen zijn bij toeval en ongewild een verbinding aangegaan.’

Natuurlijk moet je niet alles wat in een verhaal staat voor waar aannemen. Soms probeert de schrijver je bewust te misleiden. Eén passage zou je echter als een sleutel tot veel van de personages van Harry Vaandrager kunnen zien.

‘Het kan niet anders, ik ben verwekt op een dag dat god ernstig in de war was. Denkelijk in een vlaag van bezwijmde ongerijmdheid en verstandsvernauwing. Tegen wil en dank, ik neem het hem niet kwalijk. Wat ik zeker weet: er wordt met mij gepingpongd. Het is wachten tot het balletje stukgeslagen wordt.’

Harry Vaandrager ziet verhalen als een spel, een taalexperiment. Iets wat je in de Nederlandse literatuur te weinig tegenkomt. Hij geeft zichzelf een opdracht en voert die zo kaal en strak mogelijk uit. De taal moet je tegen de haren instrijken. Je moet kennis maken met dat wat je liefst uit de weg gaat. En juist die uitgebeende taal doet de verhalen volledig tot hun recht komen. Ademloos lees je over de zelfkant van onze samenleving. Niet in afstandelijke, journalistieke taal maar in directe woorden die je uit je schoenen blazen. Vaandrager laat zien wat de essentie van literatuur is: geen mooie verhaaltjes voor de vaak maar indrukwekkende scènes, geschreven in regels die voor de auteur typerend zijn. Koprot kun je telkens weer herlezen. Het is proza met de kracht van poëzie. Koprot is de rotschop die de ingeslapen en vercommercialiseerde literatuur nodig heeft. Laten we hopen dat er meer schrijvers met het lef van Vaandrager opstaan.

Reacties

Meer recensies van Ezra de Haan

Boeken van dezelfde auteur