Lezersrecensie

Wie zijn verleden vergeet, keert nooit weer


Ezra de Haan Ezra de Haan
26 mrt 2016

Kate Moss in Mahaai is een bijzonder project, een samenwerking tussen een dichter en een kunstenaar, beiden met een grote liefde voor Curaçao. De dichter, Hans Vaders (1949), was docent maar is nu vooral journalist en eindredacteur, achtereenvolgens bij diverse Curaçaose kranten. Hij schreef de korte roman Tropische winters en de meervoudig bekroonde bundel Otrobanda. Herman van Bergen (1953) studeerde aan de kunstacademie in Arnhem en culturele antropologie in Nijmegen. Hij is de maker van het zowel in het Papiaments, als in het Engels en Nederlands verschenen Snèk Book Curaçao.

De bundel bestaat uit drie delen: ‘Otrobanda’, ‘Kate Moss in Mahaai’ en ‘Het oude land’. De vorm geeft een reis weer, wellicht de reis die we leven noemen. Het aankomen en terugkeren en alles wat daartussen plaatsvindt. Het eerste gedicht ‘Verslag van een landing’ beschrijft de aankomst, de letterlijke landing met het vliegtuig in de vroege tropenmorgen.

Verslag van een landing (fragment)

Tenslotte toch weer die hoer,
Kòrsou, Curazon, Curaçao,
ons aller verachte stiefmoeder
in wier armen de veelbelovende
bruidsnacht immer dezelfde
onontkoombare val bevat.

Niet voor de eerste keer in de Caribische literatuur wordt Curaçao met een vrouw vergeleken, het is een fenomeen dat vaker voorkomt. Het eiland met een hoer vergelijken is nieuw. De sfeer van het gedicht ook. Het lijkt zich aan de tijd te ontworstelen. Even lijkt het of Arthur Rimbaud zich naar de Cariben heeft laten vliegen. Het is een gedachte die vaker opkomt tijdens het lezen van deze bundel die decadent en virtuoos overkomt. Misschien komt het ook door het gebruik van vaak archaïsche woorden. Ook in het tweede gedicht, ‘Hotel Maracaibo’, dringt zich de poète maudit aan ons op. Dat begint al met het beeld dat de twee pagina’s tevoorschijn toveren. Kakkerlakken, groot als onder een vergrootglas vormen een lijst om een oude zwart-wit foto, een zeilschip, wat gouden sieraden en foto’s van een mooie, donkere, vrouw in witte tanga en bh. Hotel Maracaibo is een ‘berooide haven’ lezen we: ‘het uitgelezen testament van Korsakov met zijn bruid, de volle bruine fles.’ Het gevoel dat Herman van Bergen ons al gaf met de illustratie wordt bevestigd. Dit gedicht gaat over de laatste haven van de mens, het eindpunt na vele teleurstellingen, waar alleen de drank nog soelaas brengt. Mooi is hoe Vaders heel subtiel kerk en erotiek met elkaar verbindt. Haast Reviaans klinken de laatste regels van de eerste strofe.

Hotel Maracaibo (fragment)

tijd stilstond als de kapotte klok
in berucht Hotel Maracaibo
en de immer heilige madelief Magda,
in besloten misdienst devoot
en langdurig werd bezeten.

In dit hotel blijkt lust de drijfveer te zijn, zelfs wanneer het pijnlijke vragen oproept.

Elk drinkt rum en slaapt
met zijn favoriete meisje

Maar waarom dan toch
die universele kilte,
gehuiver in flinterdunne dracht?

Misschien is het onrust die de dichter drijft en vinden we in het gedicht ‘Otrobanda’ daartoe de sleutel. Ondanks, of juist door de tropische zon lijkt de Otrobanda op Rotterdam. ‘Als na een straffe Duitse oefening’ lijkt de stad uit duizend rode bloemen te bloeden. Vaders ziet de gelijkenis ook al was hij in die tijd nog niet geboren ‘geborgen in het ei van mijn moeder’.

Twee van de ‘Grote drie’ van Curaçao krijgen een ode in deze bundel. Het levert schitterende regels op. ‘De Oude rumkoning’, een voor Tip Marugg geschreven gedicht bevat de woorden: ‘Wanneer met nauwelijks hoorbaar/ handschrift de oude rumkoning/ het roemloos lijnpapier/ zijn levenslot dicteert. Ook de regels die Hans Vaders aan Boeli van Leeuwen wijdt in ‘De banneling’ draaien er niet omheen.

De banneling (fragment)

Maar christus, wat is
mij nu gebleven
na het ontluisterend paradijs,
eens het mijne, enig bewijs en
middel van bestaan?

Ook bij dit eerbetoon aan de grote schrijvers van Curaçao laat Herman Bergen zich niet onbetuigd. Twee kleurige portretten sieren de bladzijden en een sumpinja, een doornen kruis van acacia tortuosa met Zuid-Amerikaanse maagden en verboden vruchten. Passend en heftig is deze illustratie.

Het tweede deel van deze bundel ‘Kate Moss in Mahaai’ is een reeks van slechts drie gedichten. Zoals we al in het voorwoord konden lezen. vertegenwoordigt Kate Moss alle vrouwen, alle mensen op de mondiale catwalk van het sterfelijke leven. Erg goed en al een gedicht op zich is deze passage uit ‘Transitie’ (fragment)

Het is nooit echt veilig vrijen
onder ruisende palmen Kate,
maar troost je, de passaatwind is
hier altijd en immer geweest,
ook de wendbare ivoren zee
in haar rusteloze bekken
en tijden veranderen met het tij.

In ‘Het oude land’, het sluitstuk van deze bundel keren we terug naar ‘het broze hoekhuis’, het bedrijvig moederhuis en de ‘vaderlijke reisdeken van dons’. Meteen verandert de toon van de gedichten, het broeierige is verdwenen, de kilte neemt toe. Haast Vlaams wordt de taal. ‘Hier in kompel-Mons is een verlopen/ logement met Kerstmis meestal/ een verlaat gelag en een glas/ warm trappistenbier/ als gunst van de dikke waard’.

Het beste gedicht van deze afdeling is zonder meer ‘In den vreemde’. Dit gedicht is een roman in vierentwintig regels. Iedere regel is goed. Neem het begin: ‘Mijn vader staart mij/ altijd spraakloos bij’. Een slordige lezer zou staat mij bij lezen, maar de vader staart. Hij staart zijn zoon vanaf een portret aan. De foto krijgen we erbij in de collage van Herman van Bergen. Prachtig is ook: ‘komt verwijt aangekerfd/ op een exotische ansichtkaart’. Hier wordt niet geschreven, nee, het verwijt wordt er ingewreven en steekt als een dolk. Ook de vorm roept vragen op: drie strofen en dan een vierde, cursief met een citaat erin, alsof een van de Papoea’s van weleer je een brief schrijft.

Het is een vreemde maar steevast intrigerende bundel die Hans vaders schreef en die Herman van Bergen illustreerde. Je reist de hele wereld over, landt op Bouvet of in Appelscha. Helaas is het eindpunt weer

in dat koele land zonder smoel en goesting
waar sneeuw onze baar evenwel
met aandacht en warme liefde omsiert.

(uit Terugkeer- fragment)

In ‘Hotel Maracaibo’ schrijft Vaders: Wie zijn verleden vergeet,/ keert nooit weer,/ nooit weer naar het eiland,/ niet weer naar de havenstad,/ niet naar het hotel aan de kaai. De dichter weet zich onlosmakelijk verbonden met zijn eiland. Meer dan aan ‘het mistig land van overzee’. Deze woorden uit de derde strofe van Terugkeer spreken boekdelen.

Besef dit, ik keer in gedachten omziend
terug naar het mistig land van overzee
dat niet en nooit meer het mijne zal zijn,
het wordt maar voor even,
voor de klok die daar voor mij luidt.

Met de dood in gedachten kiest Hans Vaders voor Curaçao in een dichtbundel die bruist van de energie. Het plezier van het maken, de samenwerking van twee vrienden, het spat er vanaf. Daarmee is het lezen en ook het bekijken van dit boek een feest geworden. Het doet aan het Caribisch carnaval denken waarbij dood en leven dansend de nacht ingaan. Kate Moss mag trots zijn op deze dichtbundel die met recht haar naam draagt.

Reacties

Meer recensies van Ezra de Haan

Boeken van dezelfde auteur