Lezersrecensie

Stervende dieren worden uit de kudde gestoten


Ezra de Haan Ezra de Haan
26 mrt 2016

Sterven doe je zo is de titel van het debuut van Tjeerd Ybeles Smit. Als je niet beter wist, zou je denken dat het een zelfhulpboek is, zo’n cursus voor Dummies die je middels een stappensysteem leert hoe je iets aan moet pakken. Sterven doe je zo mag dan een literaire novelle zijn, het boek vult wel een leemte in de markt.

Stein, het hoofdpersonage van het boek, verwoordt het zelf zo: ‘In onze informatiemaatschappij worden we bedolven onder kennis, wetenswaardigheden, feiten, leugens, nieuws. Via televisie, Internet, kranten en strooibiljetten dringt het zich aan ons op, dat wat ons leven inhoud geeft. Scholing, astrologie, cursussen woudlopen, lessen in modern boekhouden… We verrijken ons leven met geleerdheid, maar van een cursus “Sterven hoe doe je dat?” heb ik nog nooit gehoord. Tibetanen hebben hun dodenboek, Hindoes trekken zich terug in de Himalaya’s, gereformeerden zijn gereformeerd, joden zijn joden en islamieten voornamelijk islamiet, maar ik ben niets en heb niets. Als ik sterf moet ik het zelf maar uitzoeken. Ik ben een ongereformeerd, onbeschaafd, schrijvend dier en ik zoek een fles om mijn SOS te posten.’

Stein, een man van vijfenzestig met levercirrose, probeert zijn doodsangst onder controle te houden door te schrijven. Steeds valt hij terug op de regels die hij schreef toen hij nog jong was. ‘De ijsbloemen op de ramen smelten onder mijn adem, het kijkgaatje dat ontstaat is niet groter dan een kinderhand. Wanneer ik voorbij de bepoederde pruik van de oude berk kijk zou ik een besneeuwde achtertuin moeten zien, maar ik neem de werkelijkheid heel anders waar.’ Hij heeft literaire aspiraties maar Huidenkooper, de uitgever voor wie hij reclameteksten schrijft, ziet meer in een boek over dokterservaringen en grapjassende artsen. Het gaat hier om afgezaagde doktersgrappen als: ‘Een pracht van een levercirrose, zoals we dat hier noemen.’ Je lacht je dood zou een geslaagde titel voor het boekje zijn.

Stein schrijft echter geen romans en korte verhalen in opdracht. Hij verdient zijn brood met het schrijven van teksten voor brochures, advertenties en documentaires voor de meest uiteenlopende producten en diensten. Hij ziet geen schrijver in zichzelf. Hier speelt Tjeerd Ybeles Smit, die jarenlang dezelfde baan als zijn alter ego had, met feiten en fictie. Als hij iets toont, dan is het wel dat hij een schrijver in hart en nieren is. Met veel humor, soms cynisch, laat hij zien wat een mens allemaal denkt als het einde nadert. Geloof, ongeloof, reïncarnatie en de voor- en nadelen die Stein daarin ziet. Huidenkooper is een type dat je ook bij de schrijver Elsschot tegen had kunnen komen. Hij past prima in Lijmen/Het been. Hij is iemand die een ongelezen manuscript aan een schrijver teruggeeft met de vraag: ‘Wat is je doelgroep.’ Ybeles Smit beschrijft hem als een uitgever die dol is op ‘literaire detectives, bellettristische kookboeken, verstripte literatuur en de wat prozaïscher gezondheidslectuur’. Hier legt de auteur meteen de vinger op de zere plek van de hedendaagse literatuur. Met bijtende spot, maakt Tjeerd Ybeles Smit duidelijk wat er zoals misgaat in onze maatschappij.

Terwijl de dood met rasse schreden nadert, worstelt de verteller met zijn ziekte, zijn jonge, wilde jaren en met de overburen. Want het leven gaat door, ook als je stervende bent. Zijn fiets vormt de katalysator in een uit de hand lopende burenruzie. Zijn buurvrouw verplaatst zijn vervoermiddel ten faveure van haar vuilniszak. Alle woede die in Stein huist, vindt zijn uitlaatklep in deze irritante handeling die veroorzaakt dat zijn fiets omvalt.

Het was een dun draadje van fatsoen dat mij bond met conventies, dat me ervan weerhield op alle belknoppen op het paneel naast de voordeur te drukken. Het liefst op allemaal tegelijk! Des te beter dat het midden in de nacht was. Auto’s, vuilnis, mijn fiets, hun territoriumdrift, ik zou alles op hun eigen stoep willen dumpen. Ik stond te hijgen als een aangelijnde pitbull en werd misselijk van onmacht.
Ik begon met de vuilniszak terug te brengen naar de overkant, naar de kant van de straat waar hij hoorde. Daarna zette ik mijn fiets terug op zijn oude plek. Het was de woede die me de kracht daarvoor gaf, een kracht die wegebde toen de deur in het flatgebouw opensprong en ik geconfronteerd werd met een overmacht. Een vrouw, die ik als de daderes herkende, gevolgd door een man in hemdsmouwen stormden naar buiten, waar ik er, vrees ik, nogal ontredderd bij stond. ‘Blijf met je poten van mijn vuilnis af!’ riep de vrouw vanaf de overkant.

Het is een van de vele scènes die je doen lachen, ondanks de dood die Stein op de hielen zit. Juist door humor te gebruiken, is het boek geen moment larmoyant. Misschien zorgt het er zelfs voor dat de serieuze overdenkingen nog meer tot hun recht komen. Iedereen moet immers eens sterven en dat wat een terminale patiënt denkt, gaat in zekere zin ook over ons. Zij het dat we (hopelijk) meer speelruimte hebben. Is het niet pathetisch om aan een tijd te denken dat ik helemaal niet besta, is zo’n gedachte. Het is er een die je werkelijk aan het denken zet en dat gebeurt vaker tijdens het lezen van Sterven doe je zo.

Wanneer Huidenkooper Stein midden in de nacht belt, krijgt het verhaal een nieuwe draai. Door een geintje van Stein komen we erachter dat zijn uitgever pedofiele neigingen heeft en de reden van het bellen maakt het er niet beter op. Huidenkooper zit op een politiebureau in een ‘raar land’ , hij kan niemand bereiken en mag maar één keer bellen. Hij is aangehouden. Over jongensclubs zwijgt hij in alle talen. Hij vraagt Stein hem te helpen door zijn secretaresse, advocaten, ministers, ambassade, het geeft niet wat, te bellen. Stein belooft het. Hij weet niet dat de ware aftakeling de volgende morgen in zal zetten en dat hij energie noch tijd voor Huidenkoopers besognes zal hebben.

Sterven doe je zo is een uniek boek. Stein schrijft: ‘Ik heb er vijfenzestig jaar over gedaan om genoeg materiaal te verzamelen om deze schriftelijke cursus in elkaar te zetten, dus profiteer ervan. Nog nooit zijn mensen voor minder gestorven!’ Door Steins menselijke woede en onmacht een stem te geven ontstaat een verhaal dat je niet snel vergeet. Tjeerd Ybeles Smit verstaat de kunst iets uiterst serieus te nemen en er vervolgens om te lachen. Dat is niet iedereen gegeven.

Reacties

Meer recensies van Ezra de Haan

Boeken van dezelfde auteur