Lezersrecensie
‘Kijk, een huis van poësij’
De titel van Gouts gedichtenbundel De muziek van het huis roept referenties op aan ‘de wijn van het huis’ maar heeft ook iets nostalgisch. Een slecht verstaander zou zijn gedichten ook op die manier kunnen lezen, ze zijn immers vol van gedachten en herinneringen aan vroeger toen zijn vader piano speelde en Cor zelf, een kind nog, pianolessen had. Cor Gout had echter een ander uitgangspunt toen hij deze bundel schreef. Het gaat hem om de epifanie: een zich aan de ratio onttrekkende, plotselinge, kortdurende, diep inwerkende ervaring waarin een zintuiglijk waarneembaar element in de gewone, alledaagse wekelijkheid een niet binnen een gangbaar kader te plaatsen reactie oproept bij wie het ondergaat. Kortom, het gaat eerder om de muziek die het huis opriep of maakte dan om de muziek die daar ooit werd gespeeld. Of zoals Gout in het gedicht ‘Bechstein’ schrijft:
Bechstein (fragment)
niet alleen
de klank van weleer
de toets van de vader
het moet
van de leraar
-‘muziek moet vloeien als taal’-
maar ook het toeval
van
wie er op speelt
en wat er dan ontstaat
De vorm die Gout kiest, die van een doorlopende regel, als een langzaam tot stand komende gedachte, als iemand die voorzichtig een melodie op een piano uitprobeert, de tonen proeft en de mogelijkheid open laat om er straks op te improviseren. Zo klinkt ook deze lange regel die zelfs geen punt, dus einde kent.
Niet alleen het geluid van de piano, ook dat van de meterkast, de verwarmingsketel of het krakende houtwerk roepen iets op. Maar ook daar geldt dezelfde regel:
Uit zichzelf (fragment)
en daar overheen gelegd
een melodie
die komt
uit zichzelf
Het mooiste voorbeeld van een epifanie is het gedicht dat ernaar is genoemd. In ‘Epifanie’ ziet de dichter op de trambaan van de Scheveningseweg een rode dienstwagen staan. Erop staat met grote, witte letters het woord Feuerwehr. Meteen is de dichter terug in het verleden. Het park is Sperrgebiet, de rechterarm wordt geheven en zijn huis draagt een vaan met hakenkruis. Waan en werkelijkheid roepen zo’n sterk beeld op dat hij het alleen nog maar hoeft op te schrijven.
Cor Gout is een erg goede observator. Hij ziet dingen waaraan anderen voorbij gaan en weet welke handeling erbij hoorde. Zo komen dode dingen tot leven. Ze vertellen een verhaal, als je tenminste tussen de regels door kunt lezen. Zo gaat het gedicht ‘Voorbi’j eigenlijk niet over de zakdoek met initialen maar over de bruuske beweging. Je ziet door het woord bruusk dat er spanning was als het glas en politoer werd gepoetst. Wanneer je daarna ‘Huis van glas’ leest, vraag je je meteen af of het zijn moeder was die de vingers wegpoetste. Als ze na drie weken thuiskomt, is het huis immers van glas en moet je heel voorzichtig manoeuvreren langs de kastjes en de foto’s. Het licht doet pijn aan haar ogen.
De bundel zit ook slim in elkaar. Weloverwogen manipuleert Gout de lezer. Zo voorkomt hij dat je op de automatische piloot gaat lezen. Het gedicht ‘Windkracht’ brengt je naar de tuin rond het huis. Het ranselen van takken en twijgen doet de dichter denken aan Shakespeares Great Birnham Wood. Met ‘Het rijk van de vos’ lokt hij je vervolgens naar het kippenhok achterin de tuin van weleer. Het gedicht dat verhaalt over een hond aan de rand van het donkere bos, gaat over meer dan dat. Zoals de titel al aangeeft, beschrijft het hoe de muziek van de taal in het hoofd van Cor Gout vorm aanneemt. Hij laat het idee voor een gedicht of lied aan de lijn rukken. Er zit iets wilds in. Ongetemd wil het idee vorm krijgen en de hond ruikt het en voelt de onrust. Haast primitief klinkt het rombom, rombom…
Wie verder leest of Cor Gout beter kent, weet dat hij naast dichter en schrijver ook muzikant is. De liefde voor muziek klinkt door in zijn gedichten over Fats Domino, de muziek van zijn jonge jaren die resoneerde tot zij na een rondgang door het hele huis terug in zijn kamer kwam. Steeds wanneer Gouts muzikale en poëtische talent samenkomt, en dat gebeurt regelmatig, levert het de mooiste gedichten op. ‘Het zijn de’ is het heerlijke gedicht waarmee Cor Gout De muziek van het huis afsluit. ‘Het zijn de’ is een goed voorbeeld van de schoonheid die een opsomming kan oproepen. Het gaat over het leven, de herhaling van de dingen, het effect van het een op het ander en het onmogelijk zonder kunnen. En het gaat om de dichter, de muzikant, de kunstenaar die alle dagen op scherp staat, zelfs als het verveling oproept, omdat hij op dat ene moment wacht dat al het wachten waard maakt. Die epifanie die uit een vreemde hoek moet komen… anders is het immers geen epifanie. Het gaat Gout om dat samenkomen dat tot creativiteit leidt. Het moment waarbij alle gewone momenten opzij geschoven worden omdat juist dat ene hem op een idee brengt. En daarna moet hij weer wachten en wachten…
Het zijn de (fragment)
het zwijgen, het ademen
tegen de ruiten
het breken, het maken
de regen, het kraken
het dak en de pannen
de vrouwen, de mannen
de uren, de maanden
het altijd maar wachten
en wachten en wachten
de ochtenden, middagen
avonden, nachten
Met De muziek van het huis heeft Cor Gout een bijzondere dichtbundel geschreven die verder gaat dan de verklanking van het huis waarin hij woont en ook is opgegroeid. En ook is het meer dan een typisch Haagse aangelegenheid. De muziek van het huis maakt ons bewust van een denkproces, van datgene wat maakt dat je geroerd wordt en waardoor dat kan ontstaan. In een bundel die vol met verleden staat, maakt hij ons bewust van onszelf en het leven dat we leiden. Daarmee is deze dichtbundel van Gout een vervolg op zijn twee verhalenbundels Noirette en De stilte die volgt op het woord. De taal van Cor Gout is uniek in zijn soort en onttrekt zich aan genres. De manier waarop hij taal en ritme naar zijn hand zet, is bewonderenswaardig. Misschien is nu het tijd voor een roman. Gout is, als geen ander, in staat ook deze vorm van literatuur een eigen geluid te geven. De muziek van het huis smaakt in ieder geval naar meer… in welke vorm dan ook.