Lezersrecensie

Ik was het vlees geworden nachtleven


Ezra de Haan Ezra de Haan
10 mrt 2016

Waar vroeger mensen in de trein een boek lazen, zie ik ze nu koortsachtig hun smartphone raadplegen. De telefoon heeft de pocket vervangen, dat handige kleine boek dat je bij je draagt als je even niets te doen hebt. Doodzonde is het dat daardoor minder mensen lezen. Vooral omdat er boeken genoeg zijn die de moeite waard zijn. Neem de laatste novelle van Daniël Dee, De zondige daad, een boek(je) dat in de achterzak van je jeans past.

Daniël Dee staat vooral bekend als dichter en bloemlezer. Wanneer dichters gaan schrijven, ontstaat er vaak iets moois. Als geen ander kennen ze de kracht van het woord. Ze schrijven nauwgezet en geen woord teveel. Wat proza betreft ‘oefende’ Dee, samen met Karel ten Haaf, door een boek over vechtsport te schrijven met de titel K-1. Daarna volgde zijn echte prozadebuut: Vrouwen en ik eerst (2012), een hoogst vermakelijke, maar soms ook schokkende verhalenbundel. De zondige daad is soepel als ware het door Ronald Giphart geschreven, maar doet toch eerder aan Jan Wolkers of Jan Cremer denken dan aan hun zachtzinnige, brildragende opvolger. De taal van Dee draait er niet omheen en de dialogen zijn echter dan echt.

‘Waarom stond jouw mobiel gisteren uit?’ vroeg ze.
‘Ik zat in een restaurant,’ zei ik.
‘Met wie?’
‘Zomaar iemand.’
‘Met wiehie?’
‘Een vriendin. Die ken je toch niet.’
‘Welk restaurant?’
‘Ik heb de naam niet onthouden. Wat is dit? Een kruisverhoor?’
‘Hoe was het eten?’
‘Weet ik veel. Ik zit nooit nuchter in een restaurant. De kok zou een bolus op mijn bord kunnen draaien met wat garnering ernaast en ik zou het verschil niet merken.’
‘Klinkt als een pittige maaltijd,’ zei Jasmijn. ‘Maar waar ik voor belde: waar zullen we wat afspreken?’

De verteller van het verhaal ziet zijn leven als totaal mislukt. Wat betreft de vrouwen is dat niet helemaal waar. De vrouwen of meisjes lijken voor hem klaar te liggen. Hanna, de tomboy met het pezige lijfje, dat ze overigens met Jasmijn gemeen heeft, Catalina met haar ongelooflijke wespentaille en Nick, de blonde uitvoering van Christina Hendricks die hij liefst met een machtige slagroomtaart vergelijkt… allemaal willen ze vaste verkering. Hanna komt daarvoor nog het meest in aanmerking, zeker als het op trouwen aan zou komen.

Vrouwen worden met groente en fruit vergeleken. Hij eet alles, zolang het maar vers is. Of, in een meer muzikale vergelijking: Hij houdt van ieder genre, zolang het maar kwaliteit heeft. Dat dit geen machopraatjes zijn blijkt snel. De verteller is altijd op zoek, maar heeft geen idee naar wat. Hij is rusteloos en tegelijk alert op het altijd loerende gevaar gevoelens ‘voor een of ander mokkel’ te krijgen. Een bezoekje aan zijn ouders, dat lachwekkend maar ook benauwend blijkt, zet zijn tot op dat moment overzichtelijke leven danig op zijn kop.

Zij waren in al die jaren nooit overgestapt op mobiele telefonie. Pure krenterigheid, iets anders was het niet.
‘Ja, hallo?’ zei mijn vader.
‘Met mij pa, zei ik.
‘Wat is er?’
‘Ik dacht: ik kom weer eens op bezoek.’
‘Heb je soms geld nodig? Je weet dat wij ook niet zoveel hebben.’
‘Nee pa, ik kom gewoon voor de gezelligheid.’
‘O, dan houd ik je niet langer aan de lijn, want anders wordt het bellen veel te duur.’
‘Druk dan maar even op de zoemer, want ik sta praktisch voor je deur.’

Door te trouwen kan hij vermogend worden, maar dat moet dan wel gebeuren voordat zijn ouders het leven laten. Alle vrouwen die zijn leven beheersen passeren, in gedachten, de revue. Voor en tegens worden afgewogen.

‘Nick vond ik te dik en haar gewicht zou met het stijgen der jaren hoogstwaarschijnlijk alleen maar toenemen, Jasmijn was me te dramatisch en te zwartgallig en Catalina was altijd op reis, wel lekker rustig, maar niet echt een stabiele basis om een relatie voor de rest van je leven op te bouwen. De enige die overbleef was Hanna, een reële optie.’

Er moeten beslissingen genomen worden, relaties verbroken en de ware moet de hand worden gevraagd. Helaas is dit makkelijker gezegd dan gedaan. Wat een scharrel leek, blijkt een vrouw van vlees en bloed. Zijn liefdesleven keert zich tegen hem met alle gevolgen vandien.

De zondige daad bewijst, na de verhalenbundel Vrouwen en ik eerst, wederom het schrijftalent van Daniël Dee. Voor de liefhebber heeft hij literaire grapjes in de tekst verstopt. Mussen die, zomaar, van het dak vallen. Het citeren van: Toch goed dat er een god is etc. Hopelijk durft de dichter een dezer dagen de uitdaging van een roman aan te gaan. Alles wijst erop dat hij in staat is een eigentijdse, grootsteedse en vooral Rotterdamse roman te schrijven.

Reacties

Meer recensies van Ezra de Haan

Boeken van dezelfde auteur