Lezersrecensie
Doctor Jekyll op Curaçao
Hot Brazilian Wax en het requiem van Arthur Booi is de intrigerende en erg lange titel die Eric de Brabander voor zijn tweede roman koos. De auteur debuteerde in 2009 met de roman Het hiernamaals van Doña Lisa. Beide boeken spelen zich grotendeels op de Caraïben af en dat is niet toevallig. Eric de Brabander (1957) is opgegroeid op Curaçao, studeerde tandheelkunde in Nederland en werkte vervolgens in New York om uiteindelijk definitief terug te keren naar Curaçao. In beide boeken valt de liefde voor de Caraïben op, vrijwel ieder woord dat De Brabander schrijft, ademt het uit. Zelfs als de inhoud van de bladzijden duister wordt.
De Curaçaoënaar Arthur Booi is de hoofdpersoon van Hot Brazilian Wax en het requiem van Arthur Booi en net als bij Márquez’ Kroniek van een aangekondigde dood weten we door het woord requiem in de titel dat het niet goed met hem zal aflopen. Ondanks die wetenschap blijf je tot de laatste pagina geboeid doorlezen.
Arthur Booi raakt tijdens zijn studie geneeskunde gefascineerd door de alternatieve geneeskunde. Een ontmoeting met de kwakzalver dr. Kretchmer brengt hem in direct contact met deze wereld. Arthur wordt geconfronteerd met resultaten die de westerse wetenschap net iets te gemakkelijk afdoet met het placebo-effect. Hij slaat ook aan het experimenteren in de hoop zijn vinger te kunnen leggen op dat wat ‘leven’ is. Het is een wereld die hij nog kent uit zijn jeugd. Ook toen nam hij het niet zo nauw met dat wat je wel en niet kunt doen. Geïnspireerd door de gruwelijkheden die hij in de boeken van Karl May was tegengekomen, martelde hij, samen met zijn vriendje Barabbas, een hond tot de dood erop volgde.
Arthur Booi gaat in op het voorstel van dr. Kretchmer om voor hem te komen werken, ondanks zijn bezwaren tegen het alternatieve circuit. Hij blijkt makkelijk te manipuleren. Of is dat schijn en is het slechts de witte doktersjas die de ware Arthur Booi voor de buitenwereld verborgen houdt? Eric de Brabander speelt met die vraag en toont stukje bij beetje de werkelijke aard van de arts in opleiding. Estelle, zijn vriendin, ziet alles met lede ogen aan. Ze probeert Arthur op andere gedachten te brengen maar merkt dat ze tegen een muur aanloopt. Arthur Booi gaat helemaal op in de mogelijkheden die de praktijk van dr. Kretchmer hem biedt en vergeet voor het gemak wat men hem tijdens zijn studie probeerde te leren.
‘Hoe is het mogelijk, die oude vrouw liep als een kievit de zaal uit,’ zei Arthur na de lezing.
‘Ja, geheim van de smid,’ zei Kretchmer.
‘Wat zat er in dat drankje? Toch geen zink?’
‘Iboprufen, 1200 milligram. Uitstekende pijnstiller maar ook een ontstekingsremmer. En een gestampt tabletje valium, 2,5 milligram. Worden ze lekker rustig van. Wonderdrankje. Het arme mens. Het was toch voor iedereen duidelijk dat ze artrose had? Ze kon nauwelijks dat trapje opkomen.’
‘En dat verdriet?’ vroeg Arthur.
‘Elk mens op die leeftijd heeft wel iets verloren, hetzij een gezinslid, hetzij een illusie.’
‘Dat is boerenbedrog,’ zei Arthur verontwaardigd.
‘Helemaal niet, hooguit wat misleiding met als doel het vertrouwen te winnen. Zonder vertrouwen kom je er niet. Ik heb niet gelogen over die zinkdeficiëntie. Die heeft ze en daar gaan we ook wat aan doen. We krijgen die vrouw weer op haar benen, we geven haar aandacht, dat is waar ze behoefte aan heeft.’
Naarmate Arthur Booi zich meer in de praktijken van dr. Kretchmer verdiept, komt echter ook een onbehagen bij hem boven, een gevoel dat langzaam maar zeker voor woede zorgt. Visioenen vol geweld van wat hij wel niet met hem of zijn collega Karel zou kunnen doen, komen steeds vaker bij hem op. Er blijkt een vrijwel onbeheersbare drift in de atletisch gebouwde Curaçaoënaar te zitten. Wellicht zit het in de genen. Zijn vader was immers een afstammeling van de Nederlandse en Duitse West-Indische Compagniesoldaten die in de zeventiende en achttiende eeuw de kolonie Curaçao bestuurden. Wanneer een kankerpatiënte van dr. Kretchmer te horen krijgt dat het slechts een ontsteking is, bereikt Booi het punt van dat wat hij voor zichzelf kan verantwoorden. Er ontstaat een woordenwisseling die grote gevolgen heeft.
Het nieuwe leven van Arthur Booi speelt zich op Curaçao af. Ook tijdens de reis daarnaartoe op een containerschip leert de lezer wederom de andere kant van de hoofdpersonage kennen. De plotselinge gewelddadigheid die bij hem opkomt, doet aan Robert Louis Stevensons Dr Jekyll and Mr Hyde denken. Arthur Booi blijkt een arts die tot doden in staat is als de situatie daar volgens hem om vraagt. Vooral dat het juist een arts is die tot dit gedrag komt, zet de lezer aan tot denken. Boois fascinatie voor de grens waar leven in dood overgaat en zijn grenzeloosheid om dat in kaart te brengen, zorgt voor een haast ondraaglijke spanning. Wanneer Eric de Brabander dan ook nog eens westerse kwakzalverij tegenover Caraïbische voodoo in stelling brengt, weet de lezer dat Arthur Boois laatste dagen waarschijnlijk geteld zijn.
Met Hot Brazilian Wax en het requiem van Arthur Booi heeft Eric de Brabander een roman geschreven die zich steeds weer tussen twee werelden beweegt. Die van Nederland en Curaçao, die van de medische wetenschap en die van de kwakzalverij, die van leven en dood. Vooral bij het laatste komt regelmatig de herinnering op aan André Malraux’ roman La conditon humaine, Het menselijk tekort, een boek uit de tijd van Sartre en Camus. De Brabander plaatst de vragen van toen in de tijd van nu. Hij schetst waartoe de mens in staat is en laat de lezer daar zijn vraagtekens bij zetten. Dat hij zijn geliefde Curaçao uitkoos als podium voor dit toch wel morbide verhaal toont aan dat hij als schrijver werkelijk voor niets uit de weg gaat. Het levert een roman op die tot nadenken stemt over dat wat er meer zou kunnen zijn tussen hemel en aarde. Met Hot Brazilian Wax… heeft Eric de Brabander een uniek boek aan de Caraïbische literatuur toegevoegd.