Lezersrecensie
Springt over de eerste regel van een gedicht op een spiegel van water
De naam Leyn Leynse zal weinig mensen meer wat zeggen. Zeker als ze geen Rotterdammer zijn. En dat is jammer. Leynse was een bij vlagen zeer goede dichter en schilder en een erg bijzonder mens. Samen met de dichters Eddy Elsdijk en Rien Vroegindeweij was hij oprichter van de legendarische boekwinkel ‘Woutertje Pieterse in Poezie’.
Dat Leynse nu bij de Rotterdamse uitgeverij Douane uitkomt, bewijst alweer dat hij uniek was. Leynse was in 1941 in Amsterdam geboren en voelde zich kosmopoliet. Zijn onrust bracht hem naar Noord- Afrika, New York, Zuid-Amerika, het Midden-Oosten en zelfs… tot Rotterdam waar hij als redacteur voor Het Vrije Volk werkte. Voor zijn roman Afrika sterft ontving hij in 1968 de Anna Blaman Prijs. Ook zijn dichtbundel Antwerpen viel in de prijzen, de Gorterprijs in 1975. Leynse bracht zijn laatste jaren door in Parijs waar hij schreef en schilderde tot hij op 7 oktober 2006 stierf.
Wat maakt een dichter tot een goede dichter? Verstaanbaarheid? Originaliteit? Perfecte bundels? Of zijn een paar gedichten of zelfs regels genoeg? Herinneren wij ons de meeste dichters niet dankzij die paar strofen?
Leyn Leynse is een dichter die zich niet makkelijk gewonnen geeft. Je moet hem lezen en herlezen tot de stukjes van de puzzel op hun plek vallen. Hij verwacht net zoveel creativiteit van de lezer als hij als dichter in de gedichten stopte. Soms zijn die stappen niet altijd even makkelijk te volgen. Zelfs Eddy Elsdijk die het nawoord bij deze bundel schreef, zijn vriend en zelf ook dichter, heeft moeite het werk te duiden. Toch merkte ik, na regelmatig herlezen, dat Lynse veel te bieden heeft. En ook als het slechts om die paar regels van hem zou gaan, dan nog verdient hij het om bijgezet te worden bij de dichters die we niet mogen vergeten.
De Tweede Wereldoorlog speelt een belangrijke rol in veel van Leynses gedichten. Twee belangrijke gedichten staan naast elkaar. Een tweeluik waarin die oorlog en al het onrecht dat mensen, vooral kinderen, werd aangedaan. De gedichten dragen de titels ‘Kiddywood of Kittywood’ en ‘little boy’s day’. Het eerste gaat duidelijk over Anne Frank en bevat de huiveringwekkende regels:
waar kan het kind heengaan
en in welke taal
als het kind komt en gaat in
de hoofdletter a
Inderdaad, de a, van Auschwitz en van Anne. Maar ook de andere kant van de oorlogsgruwelen wordt belicht, die van de atoombom op Japan en het moment dat van een kind slechts een projectie op de muur door atoomgeweld overbleef.
een flits licht echter dan zonlicht
drukt het silhouet van een jongen
van zes af op een muur van steen
Ook in het gedicht ‘noem de thuishaven europa’ klinkt de oorlog door. Niet het eerste wat je verwacht van een gedicht dat het bezoek van een schoolklas aan de Amsterdamse dierentuin Artis beschrijft… Leynse lijmt de lezer eerst met wat mooie vondsten. Hij opent met:
een eigen ark is de trots van
elke voorstad van de stad
de van de wereld een voorstad
heeft gemaakt.
Kleine fijne en herkenbare observaties. ‘een in mij wakker geschrokken/ kind stapt samen met een klas/ kinderen uit.’ Het is mooi hoe Leynse speelt met wat hij tegenkomt en die werkelijkheid ombouwt tot speelse beelden.
een caisson houdt een dolfijn
in leven
een exemplaar springt over
het beeldscherm
een bewegende vis slikt
een dode vis
Pas op de vluchtheuvel, daar waar je op de tram stapt, valt het kwartje. Al die beelden van opgesloten zijn, eten en gegeten worden. De dichter staat tegenover de schouwburg en de onuitwisbare beelden die de Jodenvervolging heeft opgeleverd. Hij rept er met geen woord over. Waarom zou hij? Het staat immers allemaal al in het gedicht.
Leyn Leynse had oog voor de minder mooie kanten van de wereld en vooral voor de onwerkelijke kant daarvan. Zijn beste gedicht in deze bloemlezing was voor mij ‘mondriaan onder vuur’. Het schetst het leven van alledag. Er is niets aan de hand, het is een beetje banaal, saai zelfs. Een kind zeurt over dezelfde stomme reclame op de televisie. En bijna op het einde gooit Leynse zijn troef op tafel: twee wolkenkrabbers zinken in de wolken van hun stof omlaag… het is 9/11, een heel gewone dag in Nederland. Maar elders gebeurt het.
Mondriaan onder vuur
op de kop van het dorp
waar planken de bestrating vervangen
café-restaurant ‘de zeebries’
vlaggemast frisdrankvlag
in het dorp achter het duin oefent
een brassband
over het binnenterras waart
de geur van frites en koffie
op tafel staat een
televisie zonder geluid
een middag in september
een speelboot op zee
‘al ’n uurlang dezelfde stomme
reclame’, zeurt een meisje slaperig
op de schouder van een vader
naast een asbak schroeit ’n sigaret
een gat in een plastic tafelkleed
ver weg op het strand onder
de branding spelen kinderen
op het beeldscherm zinken steeds
weer dezelfde twee wolkenkrabbers
in de wolken van hun stof omlaag
een brassband oefent achter
het duin in het dorp
over het achterland klimt een
rookpluim
een kerkklok luidt
Het verhaal is geen kapitalen waard, geen interpunctie en of die rookpluim nu hier of daar omhoog komt, het dondert Leynse niet. Maar de sfeer is beklemmend en herinnert je meteen aan die dag. De dag waarop alles wat gewoon was anders werd.
Het is geweldig dat de kleine uitgeverij Douane de moed had deze Leyn Leynse bloemlezing uit te brengen. Die bevat indrukwekkende gedichten en speelse gedichten. Vooral die laatste over Foetsie de visch toont een andere kant van de dichter. Iemand die de taal kneedt alsof het klei is. Leynse laat via deze bundel Nadagen weer van zich horen. En ik weet dat ik hem nog vaak ga lezen en herlezen. Hij verdient het domweg.