Lezersrecensie
De wereld is al ernstig genoeg
De afgelopen jaren zijn productief geweest voor K. Schippers (1936). In 2005 schreef hij de roman Waar was je nou die bekroond werd met de Libris Literatuur Prijs 2006. Stil maar : verhalen en beschouwingen verscheen in 2007. 2008 bracht ons De hoedenwinkel, een roman. In 2010 kwam het briljante De bruid van Marcel Duchamp uit. Tellen en wegen (2011) liet ons de dichter in Schippers na jarenlang wachten weer zien. En nu ligt er alweer een roman op mijn tafel. Op de foto is in feite een verhaal dat voortborduurt op De hoedenwinkel. Maar Schippers zou Schippers niet zijn als hij er niet weer een heel eigen draai aan geeft. Vooral omdat het verhaal ook verwant is aan Tellen en wegen.
Als je alleen de flaptekst van het boek leest, gaat het over niet meer dan een geheimzinnige fotograaf met een heel eigen stijl die een snapshot maakt van twee mensen op vakantie. Die foto krijgt een geheel eigen leven als mensen er een kunsthistorische waarde en dus ook een handelswaarde aan gaan toekennen. Hoe leuk en origineel dat verhaal ook is… daar gaat het niet over. Schippers gebruikt een verhaal om ons heel andere zaken te laten zien. Het verhaal is dus niet het doel maar een middel. Niet voor niets schrijft hij zelf: ‘Dat het belangrijkste vaak niet op papier komt.’
Al enige tijd fascineert het K. Schippers dat je het gevoel kunt hebben dat de taal je ontglipt. Dat er ook taal is vóórdat er woorden zijn. Denk daarbij aan nog niet sprekende kinderen. Hoe klinken die woorden dan? En hoe schrijf je zoiets op? En zo zijn er meer fenomenen. Mensen die de kleuren door het zwart-wit van de zwart-witfoto heen kunnen zien. Dat je door ‘dikke lucht’ kunt voelen of er iemand aan komt lopen en dat je van een schaduw een oorbel kunt maken. Het is dan ook niet verrassend dat hij het ‘kinderlijke’ denken bewondert. Hij maakt daar dankbaar gebruik van en laat kinderen opduiken waar je ze niet verwacht. Midden in de taal. De wereld is immers al ernstig genoeg, vindt Schippers. En hij is degene die bepaalt wat, voor hem, belangrijk is. Hij is de scherprechter over dat ‘wat een zin haalt en wat onvermeld blijft.’
Schippers’ eigenzinnige kijk op taal en literatuur zorgt voor een soort van mengvorm tussen proza en poëzie die af en toe de kop in deze roman opsteekt. Daarmee laat die ook zien dat literatuur een kunstvorm is. Iets dat we helaas niet al te vaak in de Nederlandse literatuur mogen opmerken. Schippers schroomt dan ook niet om een idee door middel van typografie duidelijk te maken. Op pagina 101 komen we een stervorm tegen ‘met voorvalstralen eromheen om de regeldwang te slopen.’ Een deel van deze pagina had niet misstaan in zijn dichtbundel Tellen en wegen. Waar het geluidsvolume van iemand afneemt, krimpt de lettergrootte tot het allerkleinste. Je ziet het geluid zachter worden. Een landschap wordt met woorden en letters letterlijk getekend. Het woord scheur wordt verscheurd geschreven als schuer. Schippers schrijft: ‘iets meer wit, dat lokt.’ en laat vijf regels wit, totdat de tekst vervolgt met: ‘komen ze vanzelf wel tevoorschijn, open ruimte moet worden gevuld.’ Het tijdschrift Du wordt bekeken, als zwijgende verbinding met de naam van de fotograaf Dubout. Eigenlijk zit het hele boek boordenvol met dit soorten grapjes en ideeën. Het deed mij aan Lewis Carroll denken. Ook hij was dol op rebussen en puzzels.
Hij pakt een notitieboekje, zoekt even en daar staat het, id adms ijnzkr, ook Baskisch zeker.
‘Dat heb je in het Nederlands net zo goed,’ zegt Yvette, ‘schroom of schreeuw, een trits medeklinkers achter elkaar.’
‘Het is Nederlands,’ zegt Alain , ‘kijk steeds een letter verder in het alfabet en je krijgt je bent zoals.’
Net als in zijn vorige boeken, gedichten en films of in het tijdschrift Barbarber wijst K. Schippers op wat hem opvalt. Heerlijke dingen als het kijken in de spiegel die al lang niet meer aan de muur hangt, de titels van de composities van Schumann, de schoonheid van pakpapier voor brood en sinasappels, hondenrennen waarbij de honden achter een echte haas aanrennen, een winkel voor linkshandigen, iets schrijven met woorden uit een kruiswoordpuzzel zoals rivaal en pluisbal, etc. Hij maakt je bewust van de ‘haastkomma’s’ bij woorden als zo’n en ’s middags en komt een verre voorloper van de I-phone tegen in de vorm van een paar handschoenen, waar op de ene in de handpalm een kaart van het centrum van Londen is geborduurd. ‘Het lijkt wel porno,’ lacht Jan , ‘je kijkt er zo steels op, alsof het eigenlijk niet mag.’ Meteen denk je aan een citaat van Nicolson Baker in het boek: Taal geeft de werkelijkheid een schijn van precisie.
Mooi aan het schrijven van K.Schippers is de helderheid. Lang ga je daarom mee in de fantasie en word je gefascineerd door het oeuvre van Alain Dubout, de fotograaf die door het maken van een foto van twee vakantiegangers een hele reeks van gebeurtenissen in gang zet. De zoektocht naar hem en de 27e letter van het alfabet is volstrekt realistisch. Toch is dit boek ook een reactie op het grote graaien naar geld in deze tijd en de kunst die daaraan ondergeschikt is. Niemand heeft het over de schoonheid van de foto wanneer de waarde ervan een rol gaat spelen. Dat geldt ook voor de 27e letter van het alfabet, immers een verkoopargument bij de foto. Dat Schippers de taal als overwinnaar uit deze strijd laten komen mag geen verrassing zijn.
K. Schippers heeft weer een heerlijk speels boek geschreven, een boek dat om nauwgezet lezen en denken vraagt en tegelijkertijd voor een brede glimlach op het gelaat zorgt. Juist die combinatie is typerend voor zijn oeuvre. Hij leert ons lezen, lachen en kijken tegelijk.