Lezersrecensie

Ai, mi Dios! Waaraan heb ik dit verdiend?


Ezra de Haan Ezra de Haan
15 mrt 2016

De zwarte bladzijden van onze vaderlandse geschiedenis kwamen er tijdens de laatste Boekenweek, wat mij betreft, wat bekaaid af. Met name de boeken over de slavernij op Suriname en de Nederlandse Antillen brachten weinig nieuws. Vooral herdrukken zagen het licht. Misschien hing dit samen met een datum. Het is nog geen 1 juli en pas op die datum kwam er in 1863, nog maar 150 jaar geleden, een einde aan de schande van de slavernij op onze koloniën. Ruim voor deze eerste juli verscheen Porto Marie, drie novellen over het dagelijks leven op en rond de Curaçaose plantage Porto Marie.

Curaçao en het leven van de gewone man in de afgelopen eeuwen op dit eiland hebben Els Langenfeld al tientallen jaren bezig gehouden. Ze deed er onderzoek naar, schreef er artikelen over voor kranten tijdschriften en heeft diverse non-fictie boeken op haar naam staan. Porto Marie is haar literaire debuut. Drie novellen rond de jaren 1738, 1795 en 1888 verbeelden het dagelijks leven in die periodes op Curaçao. Vanzelfsprekend heeft Els Langenfeld gebruik gemaakt van haar expertise op het gebied van de Antilliaanse geschiedenis. Ze kent die als geen ander en was overduidelijk op iedere plek die beschreven wordt. Juist de combinatie van feitenkennis en liefde voor Curaçao vormt de basis voor de drie novellen. Het resultaat is imponerend.

‘1738’, de eerste novelle, beschrijft de wereld van Mbambo, een slaaf die aan zijn droevige lot probeert te ontsnappen. En het is geen wonder dat hij die poging waagt. Het werk dat van hem en de andere, soms al oude slaven, gevraagd wordt, is te zwaar. Sommigen bezwijken letterlijk onder hun last, ook omdat de zon onbarmhartig als de bomba, de slavenopzichter, is.

Mbambo’s gedachten gaan terug naar de rampzalige reis op het slavenschip die hem naar deze nieuwe wereld bracht. Langenfeld gebruikt deze flashbacks om uit te leggen waarmee deze mensen werden geconfronteerd. Langdurig opgesloten zijn in het snikhete ruim van een schip. Aangesproken worden in verschillende Afrikaanse talen en er niet een verstaan. Verkocht worden door Arabische slavenhandelaars om nogmaals doorverkocht te worden. Kinderen krijgen als favoriete slaaf van een meester. Het verlies van man, vrouw of familieleden die zich tegen de slavenjagers verzet hadden. De zware enkelboeien die het ontsnappen moesten bemoeilijken. De lange tocht van negentig dagen in de slavenkaravaan die vele doden kostte. De vracht die ze dragen moesten. De zweepslagen, de slechte voeding, de dorst…

Mbambo vlucht en daarmee krijgen we het eiland te zien.

‘Gebukt sprintte hij zo snel hij kon naar het noorden om na een tiental meters weer naar het westen te rennen. Zo zocht hij slingerend zijn weg door de mondi, de kale takken van de kibrahacha en de stekels van de wadi ontwijkend, telkens van koers veranderend, maar toch gestaag in westelijke richting trekkend. Hij maakte zo weinig mogelijk lawaai en vermeed de lange, door de droogte vergeelde takken van de katuna di seda, omdat de beweging van de lange staken hem zouden kunnen verraden.’

‘1795’, de tweede novelle, beschrijft de roemruchte slavenopstand onder leiding van Tula. Langenfeld schetst deze turbulente gebeurtenissen aan de hand van drie personages. Vanaf de eerste regels broeit er iets in dit verhaal.

‘Het lijkt alsof de lucht bezwangerd is met een verwachtingsvolle, ingehouden spanning, vermengd met een eeuwenoude, opgekropte woede. Hij voelt het op zijn tong, het vult zijn longen, het kronkelt in zijn maag en doet zijn hart samentrekken.’

En de angst groeit onder de personages naarmate het verhaal vordert. We leren de gruwelen van die dagen kennen als de jonge Pedro ene Bastiaan Karpata tegenkomt.

‘Hij zou aan de zijde van generaal Rigaud hebben meegevochten in de slavenopstand op Saint Domingue en eigenhandig veertig blanke suikerrietplanters en hun vrouwen hebben vermoord door hen aan hun voeten op te hangen en hun vervolgens de keel door te snijden. Als varkens had hij ze leeg laten bloeden.’

Porto Marie is de plek waar de opstandelingen zich deze keer zullen verzamelen. ’s Nachts zullen de troepen van Tula komen om samen met hen naar de stad op te trekken. Zodra de blanke heersers erachter komen, ook omdat er op de plantage Knip al een opstand is uitgebroken, besluiten ze krachtig en onbarmhartig in te grijpen. Ze hebben geen zin hun luxe leventje door opstandige slaven te laten bedreigen. Het komt tot een gewelddadig treffen. Voor velen betekent het eerder het einde van hun leven dan van hun slavernij.

‘1888’ is het derde deel van dit drieluik in novellen. De slavernij is voorbij. Desondanks zijn Juan en Anthony slechts in naam vrije mannen. In werkelijkheid zijn ze nog steeds in de macht van de plantage-eigenaar van Porto Marie en, niet te vergeten, van meneer pastoor. De laatste dwingt schoolkinderen tot het spreken van Nederlands en verbiedt hen het gebruik van Papiaments. Ook goedkope rum blijkt een grote risicofactor in het leven van de vrij geworden slaaf. Het weinige geld dat hij heeft en de kansen op een beter leven blijven meestal achter in de kroeg. En dan is er ook nog eens de tambú die volgens de pastoor door de duivel was uitgevonden. De sensuele dansbewegingen zijn hem een doorn in het oog. Uit alles in dit verhaal blijkt dat de ‘vrijgemaakten’ nog net zo afhankelijk van hun vroegere meesters waren als vóór de emancipatie.

Het laatste verhaal in Porto Marie beschrijft het ongelukkig samenvallen van omstandigheden, de effecten van discommunicatie doordat veel Nederlanders het Papiaments niet machtig waren en het noodlottig einde van Anthony Castablanca, een man die droomde van een beter leven totdat hij de verkeerde mensen tegenkwam…

Els Langenfeld heeft met haar Porto Marie een bijzonder boek geschreven. De drie novellen vormen tezamen een roman rond de oude Curaçaose plantage. Waarschijnlijk hebben de gebouwen en de grond haar dit verhaal ingefluisterd. Langenfeld heeft de kleine, dode takjes van de wabi op het zanderige pad dat naar haar verhaal leidt, weggeveegd. Drie fonkelende verhalen kwamen tevoorschijn. Drie juweeltjes die de soms huiveringwekkende geschiedenis van Curaçao vertellen.

Reacties

Meer recensies van Ezra de Haan

Boeken van dezelfde auteur