Advertentie

Ten tijde van het Sovjet-bewind werden er veel ‘productieromans’ geschreven: boeken over de bouw van grote industriecomplexen, waterkrachtcentrales of de exploitaties van bodemschatten. De Baai van Kara-Bogaz past in de laatste categorie en Paustovski heeft dan ook zeker literaire concessies moeten doen. Ook hij moest in deze worsteling de loftrompet steken over de industrialisatiedrift.

Paustovski moest verhalen over ‘de verovering’ van de baai, die een ‘Sovjet-overwinning op de natuur’ moest zijn. Ogenschijnlijke ‘vergissingen’ van de natuur moesten worden goedgemaakt. Enkele knievallen die Paustovski deed: geen letter over de werkkampen die werden opgericht om dit soort projecten af te ronden en in het laatste deel primeert de werkelijkheid van de socialistische heilstaat.

Enkele voorbeelden:

“Nomaden! Het Sovjetbewind heeft besloten uw streek te transformeren in bloeiende velden en boomgaarden. In de baai zijn wij begonnen met de winning van een bijzonder zout waaruit glas wordt gemakt en ook een meststof voor de wijngaarden, de katoenvelden en de gierstvelden.”

Lenin: “Wat Allah niet kan en Timoer niet kan, kunnen de bolsjewieken, Fajreddin.”

“De verovering van de baai zal een enorme invloed uitoefenen op heel het economische bestel, heel het leven van Turkmenië. Wij zullen de leuze van de partij uitvoeren en de industrialisering van de perifere gebieden realiseren. De Baai van Kara-Bogaz is een zee van witgoud.”

Dergelijke passages bevatten overduidelijk de taal die bij de vijfjarenplannen paste. Maar valt het Paustovski aan te rekenen? Het was simpelweg de spagaat waar Sovjetschrijvers in zaten. Gelukkig heeft de socialistische industrie deze roman niet kleingekregen. Integendeel.

Het boek is een prachtige collage van reisverslagen, natuur- en kustbeschrijvingen, landschapsschilderingen en de verslagen van kleurrijke en eigenzinnige geologen, wetenschappers, ontdekkingsreizigers, zeelui, expeditieleiders en partijleden.

Indrukwekkend en gruwelijk is het verslag over een overlevingstocht van gevangengenomen bolsjewisten tijdens de burgeroorlog. Witte doodseskaders zetten in januari 1920 een honderdtal Sovjet-gevangenen zonder eten en drinken aan land op een kaal en onbewoond eiland voor de Baai van Kara-Bogaz.

Ze overleden vrijwel allemaal. Was het niet op het eiland, dan wel tijdens de verschrikkelijke dodenmars op weg naar Krasnovodsk. Hoofdpersoon in dit verhaal is natuuronderzoeker Sjatski, die als een van de weinigen overleeft. Hij was eerder al tot drie keer toe aan het vuurpeloton ontsnapt, maar verloor wel zijn verstand. Zijn theorieën - Sjatski houdt onder meer een pleidooi over zonne-energie en kant zich tegen de uitputting van kolenvoorraden - zijn even prachtig als waanzinnig.

Op de flap staat dat ‘de goede verstaander’ begrijpt dat het boek bol staat van de twijfel aan de juistheid van de massale industrialisatie en de knechting van mens en natuur. Hier en daar zijn die twijfels inderdaad opgetekend, maar ‘bol staan’ is overdreven. Paustovski heeft toch vooral braaf (en literair meesterlijk) opgeschreven dat het bouwen van een industriële gordel langs de kust van de baai een knap staaltje werk van de Sovjettrust was.

Deze trust, de Kara-Bogaz-Sulfiet, kreeg in 1926 het monopolie op de zoutwinning in de baai. Ter informatie: de baai van Kara-Bogaz draagt de bijnaam ‘Zwarte Muil’ omdat alles wat vanuit de Kaspische Zee de baai binnenkwam werd vernietigd. Vissen stierven uit, vogels vielen dood neer, boten werden aangevreten.

De baai bevatte enorme voorraden glauberzout, grondstof voor onder meer wit en zwart glas. Ook de enorme hitte, woeste stroming van het water en gebrek aan zoet water en dus drinkwater maakten het vrijwel onmogelijk om de van zwaveldampen baai te exploiteren en er een industrieel complex neer te zetten.

En dat industriële complex kwam er ook niet. In 1980 werd de baai zelfs compleet afgedamd, waardoor het waterpeil daalde en er een zoutwoestijn ontstond. Een woestijn van voornamelijk het veel minder waardevolle keukenzout en niet van glauberzout. Doordat deze zoutlagen op de bodem over het vaste land waaiden, tastten ze enorme lappen landbouwgrond aan.

In 1992 liet Turkmenistan de dam doorsteken om de ‘gestolen baai terug te geven aan het Turkmeense volk’. De waterstand herstelde, maar ook tegenwoordig is de baai niet veel meer een gigantische zoutbank, omgeven door een verlaten woestijn.

Reacties op: Een zee van witgoud

4
De baai van Kara-Bogaz - Konstantin Paustovski
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker