Lezersrecensie
Met Freud op zoek naar de moordenaar
In 1900 wordt in Wenen een mooie en jonge vrouw dood aangetroffen in haar woning. Ze is neergeschoten maar er kan geen kogel worden gevonden. Niemand weet wat er kan gebeurd zijn en als dan blijkt dat de vrouw een bekend medium is, wordt de vraag gesteld of magie er iets mee te maken kan hebben. Dokter Lieberman weigert dit aan te nemen en gaat op onderzoek.
Tallis wil in dit boek in de eerste plaats een spannend verhaal neerzetten, de tekening van de tijd waarin dit zich afspeelt wordt fijn uitgewerkt, maar het is enkel decor. Hij schrijft nuchter, met korte hoofdstukken en met een beperkt aantal personages die goed worden getekend, zodat je een vlot lezende detective krijgt waarbij de spanning hoog wordt gehouden. In navolging van de boeken met Sherlock Holmes en Maigret wordt ook hier pas op de laatste bladzijden onthuld wie de moord heeft uitgevoerd.
De hoofdpersonen en het grootste deel van de personages behoren tot de “hogere kringen” in Wenen, wat ook het geval is in de boeken van Fellowes en Agatha Christie, maar Tallis schuift dan dokter Lieberman naar voor, een aanhanger van Freud en een vriend van politie-inspecteur Rheinhardt, zodat hij als psycholoog mee het raadsel gaat onderzoeken. Een nieuwe en frisse invalshoek, die erg goed wordt ingevuld.
Tallis is zelf psycholoog zodat hij via de sympathiek getekende dokter een geloofwaardig portret kan neerzetten van de eerste pogingen om psychoanalyse toe te passen in politieonderzoek. Dat zal in het Oostenrijk van de tijd niet makkelijk zijn geweest. De theorieën van Freud werden zeker niet algemeen aanvaard, te meer omdat hij jood was en in die tijd het antisemitisme de kop kwam opsteken. Ook deze problematiek wordt verwerkt in het boek, wat de geloofwaardigheid enkel ten goede komt.
In de tekening van de personages wordt ook de leefwereld van de “beau monde” van die tijd getekend in Wenen met de koffiehuizen, de gebakjes en de muziek. Er worden heel wat historische figuren vermeld zoals de componisten Brahms en Mahler, de schilder Max Klinger, de pianist Julius Epstein en de wetenschapper Karl Landsteiner die de bloedgroepen bepaalde, maar het blijven figuren in de marge. De tijdstekening is het kader, dat echter zeer fijn en accuraat wordt getekend, maar de vertelling van het spannend verhaal blijft centraal staan.
Persoonlijk hou ik meer van historische romans die de tijdstekening meer betrekken in het verhaal. Hier worden enkele belangrijke zaken aangehaald zoals het antisemitisme, het opkomend Duits nationalisme, de strijd om vrouwenrechten, de standenmaatschappij, maar ze worden nauwelijks uitgewerkt. Enkel de psychoanalyse van Freud is hier een item.
Ik vind het jammer, maar het is een keuze van de schrijver en desondanks blijf ik stellen dat dit een vlot lezend boek is geworden. Ik ga graag op zoek naar het vervolg.