Advertentie

We kregen dit boek cadeau ter gelegenheid van Nederland leest. Een jaarlijkse actie waarin 1 bijzonder boek wordt geschonken aan zoveel mogelijk lezers in Nederland. We mochten in Vlaanderen - dankzij Hebban - ook meegenieten en inschrijven voor de leesclub. Bedankt daarvoor!

Winterbloei is een verzameling van verhalen, brieven, dagboekfragmenten en gedichten over de natuur. Een samenraapsel dus. Het meeste geschreven door Jan Wolkers. Hij was een bekend Nederlands auteur (1925-2007) die ook beeldhouwde en schilderde. De biograaf Onno Blom selecteerde de tekstfragmenten en schreef zelf een inleiding.
Doorheen het ganse boek voel je de bewondering en verwondering van de auteur voor de natuur. Hij probeert dieren in nood te helpen.

We krijgen door het verhaal ‘wespen’ een beeld van de relatie tussen Jan Wolkers en zijn vader tijdens zijn jeugd. Jans vader is heel autoritair wat ook heel normaal was in deze tijd. Zijn hardheid doet soms pijn. Bv. “Je bent me ook visser van niks”.
Hij wil van z’n zoon een stoere jongen maken die niet bang is om zijn hoofd onder de kraan te stoppen. “Steek je hoofd onder de kraan als een echte Hollandse jongen.”
Het lijkt alsof hij een band voelt met de wespen doordat hij niet gestoken wordt. Zo voelt hij het zelf ook aan. “Ik word beschermd door een hogere macht, dacht ik.”
Hij wil de dieren beschermen: de vissen, de wormen, de wespen,…

Er staan brieven in het boek die Jan stuurde naar zijn eigen zoon. Hij praat er vooral over zijn liefde voor de dieren en planten. Het is vreemd om zulk soort brieven te lezen waarbij hij bijvoorbeeld vertelt over zijn vrouw Karina die zeldzame bloemen kon determineren: Parnassia, Zeepostelein en Duizendguldenskruid. Dit zegt mij als lezer vrij weinig. Ik krijg er alleen een beeld van als ik de namen even opzoek om er een afbeelding bij te zien.

Wat erg aanspreekt zijn de dagboekfragmenten van zijn verblijf op het eiland Rottumerplaat. Op uitnodiging van de VARA gaat hij er naartoe met enkel een tent, een verbandtrommel, paar spulletjes.
Voor Jan is het een fantastische ervaring. Dankzij zijn poëtische beschrijvingen kunnen we ons er een mooi beeld van vormen. Zijn tent wordt plots een ‘sprookjesspelonk’. Er komen heel wat beschrijvingen over het licht. Die zijn zo mooi omschreven. Bv " achter mijn rug is de ondergaande zon weer iets mooi aan het bakken." Talloze wandelingen langs de zanddijk om de natuur goed te observeren, plantjes te determineren, dieren in nood op te sporen, …
Hij loopt er halfnaakt rond, helemaal één met de natuur. Zeer straf wordt het als hij een jonge scholekster met een gebroken onderpoot redt. In een doosje in z’n tent verzorgt hij zijn nieuwe vriend zo goed mogelijk. Het pootje wordt gespalkt, de scholekster krijgt garnaaltjes te eten,…
Op het eiland gaat het over eten en gegeten worden. De mantelmeeuw die de scholekster opschrokt. Maar ook hij moet overleven met wat de natuur te bieden heeft: palingen, botjes, zeepostelein, zeekraal,...
Alles wordt geobserveerd, het mooiste wordt gefotografeerd. In zijn volwassen leven beleeft hij de natuur heel intens.
Veel mensen zouden zich enorm eenzaam voelen maar voor Jan is het juist een gevoel van vrij zijn. Ooit had hij een tekst boven zijn bed waarvan de zinnen ‘Human beings are intented to be free. And to be free is to be lonely.’ nu echt betekenis krijgen. Hij voelt zich dus vrij en niet eenzaam.
Door een soort Robinson Crusoe-syndroom kan hij moeilijk afscheid nemen van het eiland. ‘Ik zou nooit vuren aanleggen om weer in de bewoonde wereld terug te komen’

Wat opvalt is het prachtige taalgebruik met oog voor vele beeldende vergelijkingen. ‘Steden en dorpen breiden zich in onbezonnen gulzigheid uit als vraatzuchtige inktvlekken.’ Ik kon er wel van genieten maar ik moest me er ook wel goed bij concentreren. Het is helemaal geen ontspannend boek.


In het laatste verhaal ‘de schuimspaan van de tijd’ geeft hij een hoopvolle gedachte weer. Hij hoopt dat er in zijn toekomst (nu dus) minder vervuiling is, een ondertunneling van spoorwegen en wegen , het verdwijnen van luxueuze bungalowparken, meer weilanden en bosrijke parken,… Maar Jan Wolkers zou erg ontgoocheld zijn.

Er staan vier columns in van Aaf Brandt Corstius. Ik vind deze niet echt een meerwaarde voor het boek.

De korte verhalen konden me het minst boeien. Ik moest echt wel moeite doen om ze helemaal door te lezen en de verhalen blijven ook niet hangen.

De bedoeling is om na het lezen van het boek in discussie te gaan over de klimaatopwarming en duurzaamheid.

Een heel actueel thema. Het is 5 voor 12. Of is het zelfs al 5 over 12? Jan Wolkers zei ‘het is nog niet te laat, maar als we zo nog enige decennia doorgaan hebben we geen landschap meer over.’
Veel individuen proberen al bewuster te leven maar er moeten dringend nog meer maatregelen komen. De wetenschappers hebben plannen uitgewerkt. Maar vooral de politici en grote vervuilers moeten in actie schieten. En ik vrees dat een ode aan de natuur ons niet veel vooruit helpt.






Reacties op: Een mooi samenraapsel maar weinig beklijvend.

62
Winterbloei - Jan Wolkers
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker