Lezersrecensie

Sterk romandebuut


Jos Kunze Jos Kunze
5 mrt 2018

Dit was heerlijk!

Het is 1746 en de charmante Mr Smith uit de wereldstad London met 700.000 inwoners komt aan in het jonge New York met nog geen 7.000 inwoners. Een generatie geleden is Nieuw Amsterdam door de Britten overgenomen van de Hollanders en vernoemd naar de Duke of York. Het zal geen verbazing wekken dat Brits-Nederlandse invloeden de boventoon voeren in dit verhaal. Vooral voor de Nederlandse lezer dus veel herkenning, zoals het Sinterklaasfeest dat in die tijd blijkbaar nog uitgebreid gevierd werd, inclusief licht sarcastische gedichtjes.

Hoewel Gouden Bergen het romandebuut is van Spufford, is het niet zijn debuut als schrijver. Hij heeft al menig non fictie op zijn naam staan en vooral de theologische werken volg ik al langere tijd. Ook deze roman heeft hem veel onderzoekwerk gekost, dat word je als lezer steeds duidelijker. En toch is het niet echt een historische roman, althans niet in de vorm waaraan je zou kunnen denken bij de term historische roman. Alle kennis die Spufford heeft opgedaan weet hij ten dienste te stellen van de verhaallijn. Hij bouwt een wereld waarbij ieder detail van belang is voor het verhaal, geen overbodige ballast en zeker geen kennisfeitjes omdat de auteur die zo nodig aan de lezer kwijt wil. Op geen enkel moment wordt het een ‘geschiedenisboek’ en toch leer je tussen de regels door enorm veel over die periode. Daarmee dompelt Spufford de lezer onder in het New York van 1746. En je wilt er niet meer weg!

De verhaallijn zit vol verrassingen. Mr Smith komt in New York aan met een cheque van 1000 Britse Ponden, een astronomisch hoog bedrag en de Brits-Nederlandse upperclass is razend nieuwsgierig. Wie is die Mr Smits en hoe komt hij aan zoveel geld? De wendingen in het verhaal zijn misschien niet heel vernieuwend, maar er gebeurt wel heel veel (hoeveel pech kun je hebben?!) zodat je als lezer niet anders kunt dan doorlezen. Bovendien zit er op het eind nog een behoorlijke twist ... op het verkeerde been … die zag ik niet aankomen!

Buitengewoon knap gedaan is de positie van de verteller. De alwetende derdepersoon spreekt in de taal van die tijd, zonder dat het moeilijk wordt om te lezen, zelfs zonder dat de lezer het in de gaten heeft. Ook dat geeft het gevoel alsof je er zelf bij bent, dus veel meer actuele actie dan historische. Bovendien voegt het een verdere laag toe aan de scherpe humor die gehanteerd wordt. Zo worden prachtige filosofische stukjes tekst afgewisseld met heerlijke – bijna platte banale – jolige fragmenten. Bijvoorbeeld in de scene waarin Mr Smith wordt verleid door de dubbel zo oude en nogal voluptueuze Terpie Tomlinson. Voor even vindt Smith volledige rust bij haar en dat beschrijft Spufford op bijna filosofische wijze: ”… slaagde het tweetal erin die kleine cocon van zinnelijkheid te creëren die, voor zolang het duurt, misschien nog net niet voelt als een thuis dat beschutting biedt tegen de grote boze buitenwereld, maar toch zeker als een kleine wereld op zich, die het idee geeft dat alles daarbuiten er even niet toe doet. En ze bereiken samen misschien nog net geen extase, maar toch zeker die versmeltende convulsies die daar heel dicht bij in de buurt komen, dat moment waarop dankbaarheid en wederzijdse begeerte de enige elementen zijn om die kleine, vertrouwde wereld mee toe te rusten.” Mooi. Om vervolgens de volgende ochtend vrolijk als volgt te beschrijven “… wekte ze hem met haar mond; en toen ook hij wakker werd, installeerde ze zich achterstevoren boven op hem om op haar gemak de jonge roede te bewerken, terwijl hij slobberde aan de kletsnatte koraalrode lobben.” Heerlijk. Complimenten voor de vertaling trouwens.

Dat de verteller zo nu en dan – net niet te vaak – de vierde wand doorbreekt is een prachtige toevoeging op de vermakelijke schrijfstijl. En dan blijkt de alwetende verteller het opeens ook allemaal niet meer zo goed te weten. Bijvoorbeeld als Smith vertwijfeld achterin een kerk zit weggedoken “Hij deed zijn ogen dicht, drukte zijn vuisten tegen zijn voorhoofd en begon te bidden. Waarvoor zou ik niet kunnen zeggen.”

Wat mij betreft een sterk romandebuut van Spufford.
Dat er nog vele mogen volgen!

Reacties

Meer recensies van Jos Kunze

Boeken van dezelfde auteur