Lezersrecensie
Deze hoort tot je basis repertoire !
Ergens in je leven moet je dit historische werkje van Zola een keer gelezen hebben.
Liever wat later in je leven want het geeft in retrospect een mooie blik op enorm veel boeken die na deze – in die tijd opzienbarende roman – geschreven zijn. Eerlijk gezegd was het uit mijn blikveld verdwenen totdat ik begon aan de nieuwste roman van Stephen King. De hoofdrolspeler Billy Summers is namelijk precies dit boek aan het lezen, zo wordt in het eerste hoofdstuk al duidelijk. Dat maakt mij dan direct nieuwsgierig. En omdat ik het lezen van een Stephen King altijd zo lang mogelijk uitstel (voorpret!) besloot ik na Hoofdstuk 1 te stoppen en eerst Thérèse Raquin te lezen.
In 1867 schokt Émile Zola de Parijse critici met zijn ‘verdorven’ roman. Niets is zo goed voor de verkoop als een lekker mediaschandaaltje. Het is zijn eerste succes als romanschrijver. Na wat eerdere mislukking begeeft Zola zich op het pad van het naturalisme, de stroming in de schilderkunst en literatuur die het leven naar de natuur wil weergeven. Zola heeft duidelijke ideeën over waar het heen moet. De romantiek heeft haar tijd gehad, vindt hij. Onder invloed van het werk van Charles Darwin en het onderzoek naar erfelijkheidsleer en de menselijke psyche, dat in die tijd opkomt, wil hij de wetenschap de literatuur binnenhalen. Hij ziet zijn personages als studieobjecten die hij observeert en aan experimenten onderwerpt.
Het begint al met het voorwoord van Zola zelf in de tweede druk. Hij veegt de vloer aan met alle critici: de verontwaardiging was niet nodig geweest, schrijft hij, als zijn vakgenoten beter hadden gelezen en niet ‘de tere zieltjes [zouden] hebben van jongedames’.
Op ongeveer tweederde van de roman – Camille is al op pagina 84 vermoord, Zola houdt de vaart erin – verklaart hij uitgebreid waarom het de voormalige minnaars, nu moordenaars, zo slecht vergaat. Vóór de moord op Camille vulden ze elkaar aan en had de ‘onbuigzame, nerveuze natuur’ van Thérèse een goede uitwerking op het ‘botte, sanguinische karakter’ van Laurent. Nu is dat mechanisme verstoord.
Onbewogen beschrijft Zola de uitzichtloze hel waarin ze terecht zijn gekomen: ze slapen niet meer en lijden aan gruwelijke wanen waarin het koude, half vergane lijk van Camille opeens tussen hen in ligt. Ze zijn prikkelbaar, agressief en ten prooi aan redeloze angst en paniek. Nu zouden we zeggen: ze hebben een posttraumatische stressstoornis.
Ook de lezer verlangt op een gegeven moment naar een einde aan deze verschrikkelijke dagen en horrornachten. Gelukkig voorziet Zola ook in bijna slapstickachtige scènes, soms in een enkel beeld, om het geheel wat lucht te geven.
Een heerlijk en huiveringwekkend boek vol verschrikkelijke mensen die alleen aan zichzelf denken.
En nu dus weer verder in ‘Billy Summers’.