Lezersrecensie
Potentieel dat nog beter benut kan worden
John reist samen met zijn vriendin en zijn klimpartner af naar Peru om te helpen bij de zoektocht naar een oude tempel. Het leger beschermt ondertussen het kamp dat door de onderzoekers werd opgezet, want de missie is niet zonder gevaar. Eén voor één krijgen de deelnemers te maken met een bijzonder kristal dat zijn oorsprong heeft in het verre verleden. Amurei was immers de laatste Akara en probeerde zonder succes een opvolger te vinden. Om te voorkomen dat de kennis van haar volk in vergetelheid raakte, maakte ze een relikwie waar de toekomst van de hele wereld wel eens vanaf zou kunnen hangen.
‘Amureis Nalatenschap – Deel I: het kristal’ is werd geschreven door Joris Adriaansen en is zijn debuut. De auteur geeft op zijn profiel aan dat hij door dyslexie geworsteld heeft met het schrijven van het boek, maar er wel veel plezier aan heeft beleefd. Dat hij genoten heeft van het schrijven blijkt uit de uitwerking van de personages en het achtergrondverhaal van enkelen van hen. Adriaansen heeft de tijd genomen om na te denken over de veelheid aan personages die de revue passeren en hoe ze zich tot elkaar verhouden.
Het idee achter dit verhaal is dan ook boeiend en heeft potentieel, helaas schort er wat aan de uitwerking. De plot zit op zich goed in elkaar en er is duidelijk over nagedacht, zodat de meeste puzzelstukken netjes passen. Sommige gebeurtenissen zijn echter net iets te toevallig en worden wat te snel afgehandeld, andere scènes worden te lang uitgesponnen en zijn niet relevant genoeg voor de verdere ontwikkelingen. Zo levert de toevallige ontmoeting thuis tussen John en één van de medewerksters die later nog voor knullige taferelen zorgt met klimmaatje Erik weinig op, net zoals het feit dat de koelkast van John en Isabel een vervelend geluid maakt. Schrappen is wat dat betreft de boodschap, dat creëert meteen ruimte voor wat meer diepgang en de kans om andere personages zoals Fiorella nog wat meer body te geven.
‘Amureis Nalatenschap’ heeft zeker een aantal fijne elementen en het is geen onaardig boek om te lezen, maar zoals vaak met selfpubs kan het geen kwaad om er een goede redacteur naar te laten kijken. De zinsbouw is nog te eentonig. Te veel zinnen achter elkaar beginnen bijvoorbeeld met ‘hij’/’zij’ en dat stoort het leescomfort. Verder is er ook naar slordigheden in de structuur nog wel één en ander op te merken. Jammer, want het verhaal is op zichzelf interessant genoeg. Nu ja, alle begin is moeilijk en hopelijk heeft Adriaansen dit zelf ook opgemerkt, raakt hij er niet door ontmoedigd en neemt hij het deze punten gewoon mee in zijn deel II.