Lezersrecensie
Een boek die niemand onberoerd laat!
De auteur kende ik nog niet, tot ik de kans kreeg om een boek te gaan lezen voor Hebban.
Het is een verhaal geschreven vanuit de ogen van twee kinderen die moeten vluchten van hun land Syrië tijdens de oorlog. Aangezien ik jaren met vluchtelingen heb gewerkt, vond ik het leuk om deze kans te krijgen. Nooit kreeg ik een verhaal vanuit kinderogen. Kinderen ervaren een oorlog toch anders dan volwassenen.
Er staan heel mooie gedichten in het boek, ook de schrijfstijl bevalt enorm. Gabriele vertelt zeer luchtig het verhaal, geen te ingewikkelde zinnen , wat voor kinderen tot jongvolwassenen zeker niet onbelangrijk is.
De personages zijn beiden 13jaar, Salim en Fatma. Salim vlucht samen met zijn vader door de woestijn na een schokkende gebeurtenis. De broer van Salim (Abèd) hield er een heel speciale hobby op na, een mooie hobby: boeken redden van de oorlog zoals Abèd het noemt en ging hierbij op verboden terrein bij gebombardeerde huizen zoeken naar de boeken. Opletten dat je niet zelf geraakt werd of opviel voor een soldaat...
Salim: "Was het een geest? Zag ik een geest? Ik slikte, deed een stap achteruit, verborg mijn hand achter mijn rug. Sorry, wilde ik zeggen, ik weet dat je niet op de muur mag schrijven… Maar misschien kon het geesten niets schelen of je wel of niet op de muur schrijft. Hij keek me aan, met lege ogen, als door een witte nevel. Ook zijn huid was wit, wit en gebarsten, alsof hij een slang was die op het punt stond te vervellen. Ik zou echt iets moeten zeggen, dat dit mijn school was, dat ik alleen maar naar binnen ben gekomen voor de boeken, dat ik meteen weer ga. Maar ik kon mijn lippen niet eens van elkaar krijgen. Hij bewoog wel, hij kwam naar mij toe. Het krijtje viel uit mijn hand.
Abèd, schreeuwde ik, maar alleen in mijn hoofd, want mijn stem weigerde naar buiten te komen. Abèd! Abèd! Daar kwam Abèd, hij stond bovenaan de trap. Hoe kon hij me gehoord hebben als ik niet had geschreewd?
Abèd keek me aan, keek toen naar de geest. Hij ging naast hem staan, stak zijn hand uit.
“ Meneer”, zei hij. Meneer? Waarom zei Abèd ‘meneer’ tegen een geest? "
Fatma, die vooral met haar oudere broer, Khalil, haar verhaal vertelt, verhuizen van Damascus naar Raqqa omdat zij naar een Koranschool moet gaan van haar vader.
Voor haar is dit een aanpassing, ze laat haar vriendinnen op school achter maar ook haar opa met wie zij een heel sterke band heeft. Fatma lijkt tevreden omdat zij wel weet met haar opa contact te houden. Haar broer Khalil heeft een speciale opdracht voor Fatma en met een riem gaat ze de woestijn in, wat of wie ze daar tegen komt, laat haar beseffen wat haar te doen staat.
Een verhaal die niemand kan vergeten en niemand onberoerd gaat.