Advertentie

Als zijn vriend Tomas is overleden, reist een jonge schrijver (de ik-figuur in het verhaal) af naar Alexandrië om een belofte in te lossen. In het verleden hebben zij afgesproken elkaar op een bepaalde datum te ontmoeten bij de bibliotheek van Alexandrië om te proberen de boeken die zij gepubliceerd hebben daar achter te laten tussen de boeken die er staan. Tomas had de ik-figuur opgedragen voor die tijd een boek te publiceren.
In Alexandrië gaat de ik-figuur ook op zoek naar de tombe van Alexander de Grote, omdat hij een biografie over hem wil schrijven.
Daarnaast bezoekt hij het huis waar de Griekse dichter K.P. Kaváfis (1863/1933) de laatste 25 jaar van zijn leven heeft gewoond en waar zich ook het dodenmasker, een gipsafdruk van zijn gelaat, van de dichter in een vitrine ligt.
Voor hij naar Alexandrië reist, lezen we over de studententijd van de ik-figuur en Tomas in Leiden. Samen maken ze reizen die zogenaamd naar grote steden gaan, maar in werkelijkheid naar kleine plaatsjes in Nederland of België die eenzelfde naam hebben of waar een gebouw staat met dezelfde naam. De officiële plaatsen en gebouwen worden dus niet bezocht, maar in hun fantasie bezoeken zij het wel en filosoferen erover.
Na de dood van Tomas verhuist de schrijver naar St. Louis, waar zijn vrouw een baan krijgt. Omdat hij geen werk heeft, gaat hij daar veelal vervallen gebouwen fotograferen en speelt veel met zijn kat, Amy, die achter hem aan loopt als hij op pad gaat.
In het boek zijn een aantal foto's opgenomen die, volgens de tekst, gemaakt zijn met een goedkoop cameraatje dat de schrijver op het vliegveld gekocht heeft. Op aanraden van zijn vrouw had hij geen smartphone meegenomen. Anders zou hij steeds op internet zitten en het was beter voor hem dat niet te doen.

De Tomas in het boek is Thomas Blondeau (1978 - 2013), Vlaams schrijver, dichter en journalist en vriend van Arjen van Veelen.
"Aantekeningen over het plaatsen van obelisken" beschrijft de zoektocht van de schrijver naar de zin van leven en dood en gaat regelmatig psychologisch flink de diepte in. Ook zijn er veel verwijzingen naar de Griekse mystiek en zijn er veel filosofische gesprekken tussen Tomas en de ik-figuur opgetekend.
Dit alles maakt het een complex verhaal, maar door de diepgang een aanrader.
Het boek is deels op feiten gebaseerd en deels fictie. Welk deel feit is en welk deel fictie is voor een deel wel te achterhalen (de vriendschap, de verhuizing naar Amerika), maar is eigenlijk niet van belang. Het is een prachtig requiem, een eerbetoon aan zijn vriend Thomas Blondeau. Voor wie deze schrijver en dichter nog niet kende een mooie gelegenheid hem te leren kennen. Met dit boek richt hij een obelisk op voor Blondeau.

De schrijfstijl van Van Veelen is boeiend en lyrisch. De veelheid van uitweidingen maakt het boek ook nog eens heel leerzaam.

Arjen van Veelen (1980) is een Nederlandse journalist, columnist, schrijver en docent Latijn. Hij studeerde klassieke talen en journalistiek. Bekend werd hij als columnist van NRC Next.
Van 2014 tot 2016 woonde Arjen in St. Louis, waar hij "Correspondent Klein Amerika" was voor De Correspondent.
In 2009 won Van Veelen de Jan Hanloo Essayprijs Klein voor zijn vroege werk, "Over rusteloosheid" stond op de longlist van de AKO Literatuurprijs in 2010 en in 2015 won hij de Jan Hanlo Essayprijs voor "En hier is een plaatje van een kat & andere ongerijmdheden van het moderne leven". In 2018 won hij de Homerusprijs.

Reacties op: Een obelisk voor een gestorven vriend

204
Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken - Arjen van Veelen
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker