Advertentie

Tegelijkertijd met je beide benen stevig op de grond staan én open staan voor het bovennatuurlijke lijkt een onmogelijke combinatie. Alles waarvoor geen verklaring is, maar waarvan ook niet bewezen is dat het niet waar is, verdeelt mensen in twee kampen. Het antwoord op de vraag of bovennatuurlijke verschijnselen nu echt zijn of dat het allemaal onzin is, doet echter niet zo ter zake. Het bewijs daarvoor wordt geleverd door Hubert Lampo. Zijn magisch-realistische roman “De komst van Joachim Stiller” is op de eerste plaats intrigerend.

Tot de dag dat journalist Freek Groenevelt getuige is van herstelwerkzaamheden aan een straat in zijn woonplaats Antwerpen leidt hij een rustig, wat teruggetrokken leven. Deze ogenschijnlijk gewone gebeurtenis is het startschot van een reeks mysterieuze voorvallen waarin Joachim Stiller een hoofdrol speelt. Voorvallen die een grote invloed hebben op het leven van Freek en zijn vriendin Simone.

Hubert Lampo presenteert Freek in de vorm van een ik-figuur die terugkijkt op een episode in zijn leven. Freek heeft de pen ter hand genomen en beschrijft niet alleen wat er allemaal gebeurd is, maar ook zijn beschouwingen daarop. Freek komt naar voren als een sympathieke, intelligente man die tegelijk sterk én kwetsbaar is. Hij bezit het vermogen tot zelfreflectie en spreidt een groot rechtvaardigheidsgevoel tentoon. Door de hartverwarmende waardering die Freek heeft voor de mensen om hem heen, is het heel aangenaam kennis maken met de andere personages in het boek.

Lampo moet iemand geweest zijn met kronkels in het brein waarmee alleen de ware verteller geboren wordt. Voor originaliteit en opbouw van spanning kan alleen maar waardering bestaan. Wendingen zijn nergens te voorzien en het verhaal is spannend tot aan de laatste bladzijde. Het mysterieuze en ongrijpbare van het boek blijft hangen ook nadat het is dichtgeslagen. Het bovennatuurlijke wordt nergens zweverig, maar de theologische en filosofische duidingen ervan die soms opduiken, zijn aan de taaie kant.

Dat het wel wat inspanning kost om toegang te krijgen en te houden tot het verhaal is te wijten aan het archaïsche, vormelijke taalgebruik. De zinnen zijn lang en staan vol met ongebruikelijke woorden. Zelfs met in het achterhoofd de wetenschap dat de roman niet recent is verschenen en het taalgebruik misschien deels aan de tijdgeest gerelateerd is, doen de dialogen gekunsteld aan. “Als het je té eng wordt, laten we de man Wiebrand rustig opvliegen en poetsen we onmiddellijk de plaat,” is een erg formele manier om tegen je vriendin te zeggen dat ze er vandoor mag als het haar te veel wordt.

Op andere momenten heeft het ietwat pompeuze taalgebruik ook wel weer iets weg van kunst. “Ik wachtte tot zijn ogen weer veilig achter de beschermende en kracht bijzettende beschutting van een behoorlijk aantal dioptrieën schuilgingen,” is een prachtige manier om te omschrijven hoe Freek wacht totdat zijn hoofdredacteur zijn bril met sterke glazen weer heeft opgezet.

De stad Antwerpen heeft in de persoon van Hubert Lampo nog steeds een mooi uithangbord. Weliswaar zal de stad veranderd zijn sinds het verschijnen van het boek, toch werkt de liefde waarmee de schrijver de stad door zijn boek rijgt aanstekelijk. Het roept een neiging op zelf (nader) kennis te gaan maken.

Niemand kan met zekerheid zeggen of er meer is tussen hemel en aarde. Feit is wel dat de vraag fascinerende stof oplevert voor een roman.

Reacties op: Meer tussen hemel en aarde

287
De komst van Joachim Stiller - Hubert Lampo
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker