Lezersrecensie
Gladwell blinkt maar is geen uitblinker
De eerste hoofdstukken van het boek openen je ogen voor een aantal zaken waarvan je je nooit bewust bent geweest. Bijvoorbeeld dat professionele ijshockeyers veelal in het eerste kwartaal van een jaar geboren zijn. Hetzelfde geldt voor voetballers. En waarom? Omdat wanneer ze voor het eerst geselecteerd worden voor een selectieteam, rond hun zevende jaar, vaak fysiek aanzienlijk voorlopen op hun leeftijdgenootjes uit hetzelfde bouwjaar die in de latere kwartalen zijn geboren. En als ze eenmaal geselecteerd zijn, krijgen ze vaak meer training waardoor ze beter worden en het verschil tussen de relatief jonge spelers die minder trainen en zij nóg groter wordt.
Als je het ziet, is het simpel… Hetzelfde geldt ten aanzien van de hoeveelheid oefening of training. 5.000 uur oefenen maakt je in heel veel dingen (sport, muziek, programmeren, etc.) goed genoeg om er zelf les in te gaan geven… na 7.000 uur behoor je tot de betere beoefenaars… maar na 10.000 uur word je in dit specifieke gebied “geniaal”. Eigenlijk een No Brainer maar Gladwell toont dit deskundig aan.
Na deze hoofdstukken vind ik de materie iets minder aansprekend worden maar wordt de conclusie steeds duidelijker: alle uitblinkers worden geholpen door bepalende externe omstandigheden (noem het geluk) én interne gedrevenheid. Met andere woorden, het is nooit “zomaar” of “vanzelf” gegaan.
Een interessant gegeven in een steeds meer individualistisch georiënteerde maatschappij waarbij adoratie van personen om hetgeen ze kunnen bijzonder gewaardeerd wordt.
Een boek dat het waard is gelezen te worden!