Lezersrecensie

De onverbiddelijke tijd


Peter Bakema Peter Bakema
8 mrt 2023

In de loop van je lezende leven verschuiven je voorkeuren. Schrijvers die je eens zo goed vond, zeggen je later minder. Of je krijgt een voorkeur voor een bepaald genre. Met de jaren lees ik steeds vaker autobiografieën, dagboeken en brieven van schrijvers, zoals in het Nederlands uitgegeven in de serie privé-domein. Vaak komt het verleden in zulke boeken meer tot leven dan in non-fictie over geschiedenis. Sommige schrijvers zijn zelfs op hun best in hun autobiografisch werk, zoals Koos van Zomeren.

‘Een jaar in scherven’ verscheen oorspronkelijk als privé-domein 150. Het is een gevarieerd dagboek van het jaar 1987, maar Van Zomeren blikt terug op zijn leven. Hij vertelt hoe hij opgroeit in het dorpje Herwijnen aan de Waal. Zijn familie woont er vanouds, ze werken buiten hard op het land. Mensen van weinig woorden bij wie hij zich vertrouwd voelt. Ze zijn wie ze zijn. Het is een wereld die door de vooruitgang voorgoed verdwenen is. Van Zomeren gaat af op zijn herinneringen en interviewt zijn vader om zoveel mogelijk te achterhalen.

Later sluit Van Zomeren zich aan bij de Socialistiese Partij. Het is een sektarische club, waarin iedereen op dezelfde ideologische lijn moet zitten. Van Zomeren voelt zich wel verbonden met de partij, maar is toch te veel individu om de standpunten steeds te aanvaarden. Hij stapt eruit, maar staat dan alleen. In zijn dagboek probeert hij dit verleden te reconstrueren door zijn vroegere kameraden op te zoeken.

Er is in het dagboek een verlangen naar het verleden dat toch niet gelijk te stellen is aan heimwee of nostalgie. Bij Van Zomeren overheerst het wrange besef dat alles onverbiddelijk voorbij is, dat het vertrouwde onherroepelijk verdwijnt in de tijd.

Van Zomeren lijkt voor zichzelf twee uitwegen te zien. De eerste is schrijven, waar hij al vroeg mee begint. Hij schrijft als jongen verhalen en wordt later journalist. Het zijn pogingen de wereld vast te leggen voordat het te laat is, de chaos te ordenen door te beschrijven. We vinden in ‘Een jaar in scherven’ veel opmerkingen over literatuur en schrijven.

De tweede is de troost van de natuur. Nu de wereld van zijn jeugd is verdwenen en hij van zijn politieke idealen is vervreemd, doet de natuur weldadig aan. De natuur blijft zichzelf gelijk en stelt nooit teleur. Hij houdt van zijn hond Rekel die hij overal mee naartoe neemt. Hij zoekt de natuur in binnen- en buitenland.

De ultieme bestemming voor Van Zomeren is het dorpje Grindelwald in de Zwitserse Alpen, waar hij zodra hij kan bergtochten maakt. In Friesland trekt hij erop uit om de laatste otter te zien: ‘Op een of andere manier moet ze weten dat haar bestaan zinloos voorbij gaat. Ergens in dat prachtige lijf moet het verlangen sluimeren naar een soortgenoot, een ontmoeting, een opening naar de toekomst. Uitsterven is wel een erg hevige manier van sterven’.

Van Zomeren schrijft volkomen natuurlijk, hoe kan het ook anders. Hij is nooit breedvoerig of omslachtig, maar compact en trefzeker. Bij hem geen retoriek of literaire poespas, de woorden gaan niet met hem aan de haal. Het is moeilijk om zo te schrijven en het resultaat is van een verbluffende vanzelfsprekendheid.

Nu de natuur evenzeer op het punt van verdwijnen staat als al het andere uit het verleden dat Van Zomeren zo dierbaar is, begrijpen we de drijvende kracht achter zijn schrijverschap: het verlangen de natuur en het verleden te behouden voor het goed en wel verdwenen is. Toch zegt hij ook: ‘Heel wat moois ben ik kwijtgeraakt door erover te schrijven’.

Reacties

Meer recensies van Peter Bakema

Boeken van dezelfde auteur