Advertentie

In de nabije toekomst is Nederland veranderd in een zompig moeras. Economische vluchtelingen uit ons land zijn naar Noord-Afrika geëmigreerd en proberen daar een nieuw bestaan op te bouwen, naast de lokale bevolking die niet erg zit te wachten op al die ‘Kazen’.

Het boek volgt de hoofdpersoon, Christiaan, op zijn weg naar volwassenheid in die nieuwe wereld. Hij gaat naar school, dolt met zijn beste vriend, Willem III, verdient een illegaal centje bij met de handel in kif en heeft stiekem een vriendinnetje, de islamitische dochter van de kruidenier. Ondertussen drukken de tradities zwaar op de Nederlandse gemeenschap: er wordt geleefd naar zware bijbelse tradities en de interactie tussen de Nederlanders en de lokale bevolking is minimaal. De groepen leven volkomen langs elkaar heen. Christiaan droomt van een toekomst op de universiteit samen met ‘zijn’ Layla en doet halfslachtige pogingen om zich te ontworstelen aan zijn beklemmende roots.

Als de oude dominee sterft en er plotsklaps een nieuwe voor de deur staat, wordt het wankele evenwicht verstoord. De nieuwe vindt dat de kasgelden van de kerk niet besteed mogen worden aan een airco, nee, er moet een hoge kerktoren worden om God beter te eren. Dat is vragen om moeilijkheden: de geloofsstrijd met de lokale bevolking laait op.

Jerry Goossens geeft ons met dit boek een naargeestig inkijkje in een mogelijke toekomst. Hij beschrijft een gesloten gemeenschap van bijzonder kleingeestige Nederlanders die zijn blijven hangen in het dorp van hun jeugd, zoals het zelfs toen al niet meer bestond. De hang naar tradities uit het vaderland is bijna karikaturaal; de Kazen dragen klompen, de macht van de kerk is absoluut en de dominee bepaalt hoe het eraan toe gaat. Niemand neemt initiatief om toenadering tot elkaar te zoeken. Niemand vraagt zich af of deze manier van samenleven uiteindelijk wel kans van slagen heeft. Alle verschillen worden uitvergroot weergegeven.

Het taalgebruik in het boek is opvallend. Enerzijds wordt de werkelijkheid ruw beschreven, anderzijds gebruikt Goossens prachtige metaforen. De scene waarin beschreven wordt hoe Christiaan “een God is in het diepst van zijn gistende onderbuik” is prachtig. De tekst wordt verder doorweven met zware bijbelteksten die bij nadere analyse vast wel wat toevoegen aan het verhaal, maar eigenlijk alleen maar remmen. Ze lijken meer tot functie te hebben om uitdrukking te geven aan de bekrompenheid van de Nederlanders, dan echt iets toe te voegen aan de verhaallijn.

Wat het verhaal ongeloofwaardig maakt als toekomstroman, is het onvermogen en de onwil van de personages om te veranderen. SF heeft een functie: het houdt ons een spiegel voor. Als het verhaal moet dienen als een metafoor voor de huidige maatschappij, is het een bijzonder naargeestige metafoor, en is het er eentje die ik niet herken en niet wil herkennen. Als het verhaal moet dienen als waarschuwing tegen bekrompenheid, schiet het daarin behoorlijk door.

Reacties op: Geen hoop voor de toekomst.

18
Tot bloed op het droge - Jerry Goossens
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners