Advertentie

Tobias Jones werd geboren in Somerset, waar hij ook opgroeide. Hij studeerde Engels en geschiedenis aan de Oxford University, en werkte vervolgens een jaar in een boekenantiquariaat in Bloomsbury. Aansluitend werkte hij als journalist bij de Independent on Sunday totdat hij in 1999 naar Italië emigreerde. Daar trouwde hij en schreef hij zijn eerste boeken en documentaires. In 2004 verhuisde hij terug naar Engeland, waar hij en zijn vrouw momenteel een vier hectare groot bosgebied beheren, waar zij varkens fokken. Bloed op het altaar is Jones’ derde non-fictieboek.

Op zondagmorgen 12 september 1993 verdwijnt de 16-jarige Elisa Claps. Zij heeft in de kerk van Potenza afgesproken met Danilo Restivo, maar niemand heeft hem of haar daar die ochtend gezien. Restivo beweert dat hij haar wel degelijk gesproken heeft, maar dat zij na hun gesprek gezond en wel uit elkaar zijn gegaan. Al gauw blijkt dat dat niet zo is. Vooral het ontbreken van ieder spoor van Elisa doet vermoeden dat Restivo veel meer van haar verdwijning weet dat hij doet voorkomen. Restivo echter is de zoon van een vooraanstaande familie en het is overduidelijk dat hij van alle kanten beschermd wordt; door zijn vader, de dokter (die vermoedelijk connecties in de georganiseerde misdaad heeft) en de pastoor, Don Mimi, die een doorzoeking van de kerk niet toestaat. En ook de lokale overheid blijkt een oogje dicht te knijpen door de politie te verbieden om bebloede kleding van Restivo in beslag te nemen. Elisa’s broer Gildo en haar moeder Filomena weigeren echter de zoektocht naar hun zus en dochter op te geven en bijten zich vast in elk spoor dat ze kunnen vinden. Eén spoor leidt uiteindelijk naar Bournemouth, waar Restivo in 2002 naartoe verhuist en waar in november van datzelfde jaar zijn overbuurvrouw vermoord en verminkt wordt aangetroffen.

De mens kan de waarheid tegenwerken, maar nooit tegenhouden.” Het is een zinnetje uit een aankondiging die op de dag voor de begrafenis van Elisa op elk televisiescherm te zien was, uitgezonden door de plaatselijke omroep van Potenza. En dat is de kern van Bloed op het altaar. Hoe de plaatselijke hoge heren ook draaiden en cruciale informatie trachtten achter te houden, de waarheid komt hoe dan ook boven water. Maar zelfs als die waarheid ontdekt is, proberen ze nog uit alle macht hun eigen hachje te redden. Tobias Jones vertelt met passie het verhaal van de zoektocht naar gerechtigheid. Al vanaf het begin weet Elisa’s broer vrijwel zeker dat Restivo haar vermoord heeft en wat volgt is een zoektocht naar wat er die ochtend in september gebeurd is, maar meer nog naar Elisa’s lichaam. Dat het uiteindelijk gevonden wordt op de plek waar zij in zekere zin ook verdween, de zolder van de Chiesa della Santissima Trinità kerk, niet ver van haar ouderlijk huis, is des te schrijnender. Jones beschrijft de jaren die volgen op de vermissing van Elisa met veel kleur en oog voor detail. Verhalen van getuigen tekent hij natuurgetrouw op, de gevoelens en het verdriet van Elisa’s familie brengt hij aangrijpend op de lezer over. Soms gaan de beschrijvingen van de omgeving, geschiedenis en politiek van Italië wel wat te ver en krijg je wel een beetje het gevoel een reisverslag te lezen. Dat haalt van tijd tot tijd enigszins de vaart uit het verhaal, maar dat vergeven we Jones gauw, als we rekening houden met zijn uitzonderlijke liefde voor Italië en het feit dat hij al meerder reisboeken over het land op zijn naam heeft staan. 

Bloed op het altaar is geen thriller. Het is een ijzingwekkend verslag over de vasthoudendheid van de familie Claps en het speurwerk van Jones. Oftewel: “een handleiding voor alle dingen die nooit mogen gebeuren als iemand wordt vermist.”

Reacties op: Een ijzingwekkend verslag