Advertentie

‘Van de uitgever van Dan Brown en Michael Crichton’, zo lezen we op de achterflap. De samenvatting op diezelfde achterflap belooft ook een 'Brown meets Crichton-achtig' verhaal, want zeg nou zelf; geheime codes, een virusuitbraak en een race tegen de klok, dat kennen we ergens van, toch? Het is te hopen dat de Zweed Fredrik T. Olsson van De code  een mooie mix van beide gemaakt heeft.

Een groep elitaire wetenschappers en wiskundigen verschanst zich al meer dan vijftig jaar in een afgelegen Europees kasteel. Onder leiding van een voormalige Britse militair, alleen bekend als Connors, trachten ze al jaren een complexe, gecodeerde boodschap te ontcijferen. Deze code, gelegen in het menselijk DNA lijkt een desastreuze ramp aan te kondigen waarbij de mensheid bloot wordt gesteld aan een dodelijk virus. De tijd tikt en het onvermijdelijke komt steeds dichterbij. De wetenschappers zijn ten einde raad, decennialang onderzoek heeft de code niet kunnen kraken en ze zijn genoodzaakt hun toevlucht te zoeken tot andere deskundigen. Er is echter een probleem; hun organisatie is strikt geheim en niemand mag weten wat er speelt. De Zweedse cryptoloog William Sandberg wordt – na een mislukte zelfmoordpoging – ontvoerd en door drie mysterieuze mannen meegenomen naar de verborgen locatie. Samen met de eveneens ontvoerde historica Janine Haynes wordt hij aan het werk gezet en moeten ze het raadsel ontrafelen in een laatste, wanhopige poging de mensheid te redden.

De code  is een groots verhaal, waarin de mensheid op de rand van de afgrond staat. Een allesomvattend virus, vergelijkbaar met de pest, dreigt deze te vernietigen. William Sandberg en Janine Haynes zijn de uitverkorenen en de laatste hoop van de geheime organisatie om de remedie te vinden. De lezers lopen als schaduwen achter Sandberg en Haynes aan en volgen hen op de voet. Rennend welteverstaan, want het verhaal wordt in een moordend tempo verteld. Vanaf het begin heeft Olsson de vaart er goed inzitten en houdt hij de aandacht stevig vast.

Na de ontvoeringen van Sandberg en Haynes, maken we kennis met Sandbergs ex-vrouw Christina, journaliste van beroep, en haar assistent Leo. Christina vertrouwt de plotselinge verdwijning niet en gaat samen met Leo op onderzoek uit. Zullen ze de verblijfplaats vinden en hen op tijd behoeden voor het onheil? Of willen de twee deskundigen niet gered worden, omdat alleen zij de wereld kunnen redden?

Het onderwerp is boeiend, maar niet echt geloofwaardig. Een onbekende boodschap in het DNA van de mens dat aangeeft wat er in de wereld staat te gebeuren, het klinkt onlogisch. Olsson laat echter met een zeer prettige schrijfstijl zien dat hij verstand heeft van verschillende vakken. Kundig combineert hij termen uit de biologie, natuurkunde en rekenkunde, en maakt hij het onwaarschijnlijke een stuk aannemelijker.

Vergeleken met zijn exceptionele uitgeversgenoten gebruikt Olsson net te veel ingrediënten, waardoor het verhaal als het ware de pan uit rijst. De zoektocht naar de oplossing, de uitleg over het ontstaan van de code, de speurtocht naar de twee vermiste deskundigen en de duistere organisatie; alle gebeurtenissen laten het geheel overkoken.

In een razendsnel tempo wordt het slotstuk bereikt, rechttoe rechtaan, zonder verrassende plotwendingen en met een totaal onbevredigende climax. Olsson neemt de lezers niet serieus met dit einde en heeft nog veel te leren om het niveau van Brown en Crichton aan te tikken. De ingrediënten kent hij, nu nog het juiste recept. Knap lastig, dat is het zeker, maar Olsson heeft het in huis, ook dat is zeker.

Reacties op: Nog niet het niveau Dan Brown en Michael Crichton