Advertentie

Ik heb gisteren De kleine blonde dood gelezen. Ik was al aan een ander boek begonnen, maar Boudewijn laat mij niet los. Hij blijft in mijn hoofd rondlopen en kletsen als in een aflevering van De wereld van. Het boekje staat al bijna dertig jaar in de kast en de bladzijden voelen hard en breekbaar aan. Ik pak mijn witte handschoentjes en – nee, die heb ik niet hoor, zeker nu ik in de biografie gelezen heb dat die handschoentjes in allerlei kleuren alleen maar voor de show waren, omdat je met handschoenen aan minder voelt en het boek juist eerder beschadigt. Een van de betere onthullingen van Eva Rovers.

Het boekje voelt als een blok en ik moet de rug een paar keer breken om toegang tot de inhoud te krijgen. Heb ik het eigenlijk wel gelezen vroeger? Ik begin nu te twijfelen, want het voelt oud maar ook ongelezen. Ik ken het verhaal, maar na een paar bladzijden voelt het toch als nieuw. Ik moet alles vergeten zijn want hier en daar herinner ik mij specifieke scenes of zinnen.

Ik begrijp goed waarom dit zijn beste boek is en lang op nummer 1 staat. Ik lees het in één adem uit. Ik ken geen ander boek waarin de schrijver de dood van zijn vader en zijn zoon parallel laat lopen en zijn eigen rol van zoon en vader zo mooi uitdiept, al herken ik mij meer in het ruige gezinsleven van de zoon dan in het houterige vaderschap.

De verhalen lopen gelijk op met de dronkenschap van zijn vader en de dronken moeder van zijn zoon. Zijn vader die geen kerst wil vieren en de ouders die de zoon dreigen zijn verjaardag niet te vieren – onbestaanbaar, maar goed, de scenes aan het strand, de specifieke band, de eenzame uitvaart.

Het is niet te geloven dat hij als enige bij de crematie van een zo jong kind aanwezig zou zijn geweest. Hij geeft dat zelf al aan: ‘Ik dacht dat als ik van de crematie literatuur zou maken, de mensen mij niet zouden geloven.’ Maar hij volgt het vaak gekregen advies toch op: ‘Jij schrijft toch? Richt dan zo’n gedenkteken voor hem op.’

Wat is de waarheid in de literatuur? Het is een vraag die menig schrijver krijgt, is het fictie of is het echt gebeurd? Boudewijn is daar zelf duidelijk over: ‘Het verleden is altijd waar, zelfs als je het verzint.’ En hij zegt ook: ‘Als ik het geschreven heb, is het waar.‘ Hij gaat daarin zover dat hij niet alleen fictie mengt met de werkelijkheid, maar ook andersom zijn werkelijkheid aanvult met fictie.

Naar mijn idee doodt hij in De kleine blonde dood de vader en de zoon om zelf vrij te zijn, net zoals als hij zich bevrijdt van vrienden door ruzie te maken en van al te intieme relaties door homoseksualiteit voor te wenden. Zo is hij vrij van elke verplichting in staat om geheel op zichzelf zijn eigen wereld te scheppen, een universum van verzamelde verhalen, waar we allemaal graag in meegaan, die prachtige, fictieve, ware wereld van Boudewijn Büch.

Ate Vegter, 3 april 2019

Onder de hoogtezon:
www.atevegter.wordpress.com/170

Reacties op: Als ik het geschreven heb, is het waar

390
De kleine blonde dood - Boudewijn Büch
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 12,50
E-book prijsvergelijker