Meer dan 7,0 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid
×
Lezersrecensie

De ogen van Mona

Boekenpearls76 05 januari 2026
Recensie van:
De ogen van Mona
De ogen van Mona is een prachtige en ontroerende roman, die je uitnodigt de schoonheid in de wereld met andere ogen te bekijken.
Auteur :
Thomas Schlesser
8 december 1977
Thomas Schlesser is kunsthistoricus, directeur van de Hartung-Bergman stichting, docent aan de École polytechnique en auteur van verschillende essays. De ogen van Mona is zijn eerste roman, en wordt in 33 landen uitgegeven.
Originele titel:
Les yeux de Mona
Vertaald door:
Gertrud Maes
Wijze van lezen:
Recensie-exemplaar paperback ontvangen van uitgeverij Wereldbibliotheek, onderdeel van Park uitgevers in ruil voor mijn recensie.
Uitgeverij: Wereldbibliotheek onderdeel van Park uitgevers
Genre:
Roman
Cover en flaptekst:
Een prachtige cover. Een afbeelding van het meisje met de parel. Als je beter kijkt zie je kleine scheurtjes in het beeld dat je ziet. Alsof het zeer craquelé is. Het ene moment zie je het in de meest heldere kleuren en details maar het zou zomaar kunnen verpulveren tot een eindeloos zwart als je zicht zou veranderen.
De flaptekst is intrigerend en maakt me nieuwsgierig naar dit verhaal.
Quote:
Proloog
Niets meer zien
Alles werd donker. Het was als een rouwkleed. En toen hier en daar schitteringen, als vlekjes veroorzaakt door de zon wanneer je je ogen er vruchteloos op richt vanachter je oogleden die je dichtknijpt, zoals je je vuist balt om pijn of emotie te doorstaan.
Natuurlijk had ze het helemaal niet zo beschreven. Uit de mond van een fris, zorgeloos kind van tien klinkt wanhoop sober, zonder stijlbloempjes of lyriek.
‘Mama, het is helemaal donker!’
Mona had die woorden met verstikte stem uitgeroepen. Een noodkreet? Ja, maar dat niet alleen. Ongewild had ze er iets van schaamte in gelegd, wat haar moeder, wanneer ze dat opving, altijd heel serieus nam.
Want als er iets was wat Mona nooit veinsde, was het schaamte. Zodra die zich nestelde in een woord, een gebaar, een intonatie, viel er niet aan te ontkomen: er stak een akelige waarheid achter.
‘Mama, het is helemaal donker!’
Mona was blind.
Er leek geen aanwijsbare oorzaak te zijn. Er was niets bijzonders gebeurd; ze zat braaf haar wiskundehuiswerk te maken, een pen in haar rechterhand, een schrift onder haar linkerhandpalm geklemd, op de hoek van de tafel waarop haar moeder tenen knoflook in een lekker vet braadstuk stak.
Mona deed voorzichtig haar hanger van haar hals; die hinderde haar omdat hij boven haar blaadje met opgaven bungelde en zij de slechte gewoonte had aangenomen om voorovergebogen te schrijven. Ze voelde een zware schaduw neerdalen over haar beide ogen, alsof die ervoor gestraft werden zo blauw, zo groot, zo helder te zijn. De schaduw kwam niet van buitenaf, zoals normaal is wanneer de nacht valt of de lichten in het theater gedimd worden; de schaduw overmeesterde haar gezichtsvermogen vanuit haar eigen lichaam, van binnenuit. Er was bij haar een ondoorzichtig vlies binnengedrongen dat haar had afgesneden van de veelhoeken in haar schoolschrift, van de bruine houten tafel, van het braadstuk dat een eindje verderop lag, van haar moeder in een wit keukenschort, van de betegelde keuken, van haar vader die in de kamer ernaast zat, van het appartement in Montreuil, van de grijze herfstlucht boven de straten, van de hele wereld. Als door tovenarij zonk het kind weg in het duister.
Gejaagd belde Mona’s moeder de huisarts van het gezin. Ze beschreef warrig de doffe pupillen van haar dochter en verduidelijkte op een vraag van de dokter dat haar spraak niet aangetast leek te zijn en ze ook geen verlammingsverschijnselen had.
‘Het lijkt op een tia,’ liet hij los zonder verdere uitspraken te willen doen.
Hij verordonneerde meteen een hoge dosis aspirine en Mona moest onmiddellijk naar het Hôtel-Dieuziekenhuis worden overgebracht, waar hij een vriend zou bellen voor een spoedopname. Hij dacht niet zomaar aan hem: hij was een geweldig goede kinderarts, had een uitstekende naam als oogspecialist en was daarbij een begaafd hypnotherapeut. Normaal gesproken, rondde hij af, zou de blindheid niet langer dan tien minuten moeten duren, en hij hing op. Er was al ruim een kwartier verstreken sinds de eerste noodkreet.
In de auto huilde het meisje, stompte tegen haar slapen. Haar moeder hield haar ellebogen vast, maar diep vanbinnen zou zij ook tegen dat kwetsbare, ronde hoofdje hebben willen slaan, zoals je een klap tegen een kapot apparaat geeft in de domme hoop het zo weer aan de praat te krijgen. De vader, aan het stuur van zijn oude, hortende Volkswagen, wilde het kwaad waarvan zijn kleine meisje slachtoffer was te grazen nemen. Hij was boos, ervan overtuigd dat er in de keuken iets was gebeurd en dat ze dat voor hem verborgen hielden. Hij somde alle mogelijke oorzaken op, van het inademen van hete damp tot een nare val.
Maar nee, Mona verklaarde het honderd keer: ‘Het kwam zomaar!’
De vader geloofde er niets van.
‘Je wordt niet zomaar blind!’
Toch wel. Je wordt ook ‘zomaar’ blind, dat bleek. En je was nu Mona, met haar tien jaar en haar overvloedige tranen van angst tranwaarvan ze misschien hoopte dat die de roetaanslag die tegen haar pupillen kleefde zouden wegspoelen, die oktoberzondag bij het vallen van de avond. Maar toen ze nog maar nauwelijks bij het ziekenhuis naast de Notre-Dame, op het Île de la Cité, was aangekomen, bedwong ze plotseling haar snikken en verstijfde.
Het verhaal:
Bij Mona, tien jaar oud, wordt een aandoening geconstateerd die ervoor zorgt dat ze langzaam haar gezichtsvermogen verliest. Haar opa besluit dat ze, voor ze helemaal blind wordt, zo veel mogelijk schoonheid moet zien. Een jaar lang neemt hij haar elke week op woensdagmiddag mee naar een van de grote musea in Parijs om een kunstwerk te bekijken. Opa vertelt iets over de achtergrond, en Mona probeert te ontdekken welke levenslessen ze kan toepassen op haar eigen wereld. Zo bekijken ze werken uit de 15e eeuw tot nu, van kunstenaars als Leonardo Davinci, Frans Hals, Edgar Dégas en Marina Abramovic. Niet alleen komen grootvader en kleindochter steeds dichter tot elkaar, hun gesprekken vormen voor hen allebei een onverwachte inspiratiebron.
Mijn leesbeleving:
Het magnifieke aan dit boek vind ik het filosofische aspect. Niet alleen door het kijken naar kunstwerken. Wat bestaat uit in stilte observeren na een korte uitleg van Mona haar opa.
En dan vervolgens de interpretatie vanuit de belevingswereld van een tienjarig meisje. Fascinerend en magistraal omdat je anders leert kijken naar iedere geschilderde streep of stip op het doek of hoe een beeldje of fysiek kunstwerk tot stand kwam. Wat de kunstenaar wil laten zien, wat de aanleiding vormde tot het maken van een kunstwerk.
Ieder hoofdstuk begint met de naam van de kunstenaar. Daarna met een inkijk in het dagelijkse leven van Mona, haar ouders, haar grootvader en dat can haar grootmoeder. Daarna volgt een schuingedrukte tekst wat er te zien valt op het te bekijken schilderij of kunstwerk.
Maar ook de diepgaande en liefdevolle band tussen een grootvader en zijn kleindochter. Een grootvader die zijn kleindochter de rijkdom van het kijken naar kunst gunt. En wat voor schitterende levenslessen daaruit voortvloeiende vloeien en gaandeweg meanderend met het verhaal mee de achterliggende reden van het verdwijnen van Mona haar zicht. Het verhaal is zo beeldend geschreven dat je als lezer overal bij bent. Je volgt de personages overal waar zij gaan. Hun gevoelens en gedachten worden perfect op je overgebracht.
Ook het gedeelte met alle kunstwerken in kleur geeft je als lezer een nog intensere en driedimensionale belevenis van de tekst in beeld. Dit gecombineerd met de metaforische, diepzinnige, scherpe, filosofische overpeinzingen maken dit een gouden combinatie. Ook maak je kennis met tal van nieuwe kunstenaars of je leert een kunstwerk of schilderij dat je al kende nog beter en op andere wijze kennen. Continu leerzaam en je horizon verbredend. Je krijgt nog meer respect, als je dat al niet had, voor kunst en de kunstenaar erachter. Niet gelijk gaan roepen dat je iets raar of lelijk vindt. Nee luister naar de uitleg en leer op een andere manier kijken en vandaaruit interpreteren. Dat maakt je wereld zoveel rijker.
Wel is het nodig om dit boek met rust en aandacht te lezen. Dat verdient dit boek ook. Want het is niet een boek dat je in een beweging uit leest. Daarvoor is het te rijk, te diepgaand, te diepzinnig, te hartverscheurend en te prachtig. Dit verhaal zoekt zich een weg naar je hart en ziel en gast onderhuids en etst zich voor altijd vast in je lijf en psyche. De beleving van dit verhaal voel je vanuit je kruin tot in je tenen. Je ogen vertalen datgene wat je ziet en leest in woorden en laten de betekenis daarvan ten volle door je heen stromen.
Dit boek heeft mijn verwachtingen vooraf overtroffen. Het raakte me diep zowel met de foto’s die ik zag en de kennis en achtergronden die ik kreeg vanuit het verhaal. Dit boek bezit een ongekende schoonheid en mag zich meten met andere populaire literaire parels. Ik gun iedere lezer dezelfde unieke leeservaring als die ik had.
De plot is exceptioneel, intens maar ook een waarin alle verhaallijnen samenkomen. Een die me emotioneerde. Een verhaal dat nu nog steeds resoneert.
Mijn mening:
Ik geef 5 sterren.
De combinatie: het observeren van en het filosoferen over kunst van een persoon die met haar tien jaar aan het begin van het leven staat en een persoon die in de herfst van zijn leven is aanbeland is ongelooflijk fascinerend en leerzaam. Ook het leren op een andere, rijkere, manier te kijken verdient alle lof. Twee belevingswerelden jong en oud die samen komen. Kunst en de hechte band met je dierbare etst zich vast in je ziel. Laat je niet los. Biedt verwondering, stilte en rust in deze chaotische en drukke wereld. Leert je de schoonheid zien van het dagelijks leven.
Ook het spirituele, de echo van een leven dat ooit was. Een stem die ooit sprak, voetstappen die gezet werden en waarvan de afdruk achterbleef op aarde. Een erfenis van een veelbetekenend kleinood. Het is prachtig verweven in dit verhaal.
Een diepe buiging voor Thomas Schlesser. Ik lees en recenseer graag meer boeken van hem. Maar ook hulde aan vertaalster Gertrud Maes voor het zo accuraat en zo perfect vertalen van de originele woorden van deze auteur in het Nederlands. Zonder de schitterende betekenis van het origineel geweld aan te doen.
Uitgeverij Wereldbibliotheek hartelijk dank dat ik door jullie kennis mocht maken met dit geweldige boek.





Reageer op deze recensie

Meer recensies van Boekenpearls76