Lezersrecensie
Kattenkwaad en courgettes
Recensie van:
Kattenkwaad en courgettes
Auteur :
Linda Jansma
Linda Jansma (1967) is bekend om haar psychologische thrillers met maatschappelijke thema’s. Met haar filmische stijl, oog voor detail en gedegen research weet ze haar lezers te raken.
Wijze van lezen:
Recensie-exemplaar E-book ontvangen van De verhalenfabriek in ruil voor mijn recensie.
Uitgeverij:
De verhalenfabriek
Genre:
Feelgood
Cover en flaptekst:
Een vrolijke cover met een groene achtergrond en groenten erop. Een vrouw en een man die zo te zien druk zijn met tuinieren/oogsten. En ik zie een mooie zwarte kat. Symbool voor ongeluk of zoals ik het zie gewoon knuffelig lief?
Quote:
Geen citroenenjurk deze keer, maar een afgesleten short en een tanktop. Haar omhoog, sneakers dicht. Ik gris het schema van de koelkast. Avond: Eva & Lieuwe. Water + onkruid. Eronder staat in Lieuwes strakke handschrift: 1900 uur sharp.
Buiten lijkt de wereld uit sepiakleuren te bestaan. De tegels zinderen, de lucht is gevuld met de geur van kruiden, met aan top de lavendel. Ik pak de tuinslang uit de schuur, stel de straal in op soft mist en begin bij de courgettes: onze groene diva’s (volgens Marijke dan).
Na een poosje besef ik dat Lieuwe er nog niet is. Ik check mijn telefoon: zeven minuten over zeven. Misschien vergeten? Of misschien dacht hij zeven uur dertig. Ik kijk omhoog naar het balkon van mevrouw Vink, waar de tuindeur op een kier staat. Zal ik roepen? Beter van niet; meneer Brouwer krijgt een rolling. Want in zijn tijd… Dus werk ik door. Basilicum sproeien. Aardbeienbed.
Wanneer ik de kraan uiteindelijk dichtdraai, voel ik voor het eerst in dagen een zuchtje wind. Geen verkoeling, maar het suggereert tenminste hoop.
Dan hoor ik een zacht plofje achter me. Poes. Ze springt met de gratie van een acrobaat van het het muurtje dat de groentebedden van de kruidenbedden scheidt en landt tussen de rozemarijn en de bieslook.
Ze werpt me een blik toe vol artistieke onverschilligheid en wandelt weg. Ik vloek binnensmonds. Geen idee of Poes zonder toezicht naar buiten mag, maar ik neem het zekere voor het onzekere.
‘Poes, kom hier!’ probeer ik met fluweelzachte stem, maar ze is al onder de klimroos door.
Net op dat moment komt Lieuwe de tuin in. Zijn haar zit in de war en zijn T-shirt plakt aan zijn rug. Hij houdt de schuursleutel even omhoog. ‘Ik was deze kwijt,’ zegt hij.
‘Ja ja,’ zeg ik snel. ‘Poes kwam net van het muurtje zeilen.’
Zijn blik gaat van mij naar het muurtje en weer terug. ‘Dacht dat die op bed lag te slapen.’
‘Nee, ze sprong net in de kruidentuin. Is het oké dat ze buiten losloopt? Of krijgt mevrouw Vink dan kortsluiting?’
‘Ze weet ervan,’ bromt hij. ‘En Poes blijft wel in de buurt. Waar is ze nu?’
Ik wijs naar de regenton, waar Poes’ pluimstaart achter vandaan steekt. En alsof ze weet dat we het over haar hebben, rent ze ineens door de pollen bieslook, in de richting van de appelboom.
Juist op dat moment verschijnt ook Nozem in de tuin. Zijn ogen volgen meteen de beweging tussen de planten en zodra hij Poes ziet, schiet hij in de dit-is-mijn-territorium-stand. Met zijn staart recht naar achteren en schouders laag snelt hij de tuin in.
Poes schiet weg, Nozem erachteraan. Binnen vijf seconden zitten ze beiden boven in de appelboom.
‘Shit,’ mompel ik. ‘Komen ze daar wel weer uit?’
Lieuwe werpt een blik omhoog de boom in en kijkt dan opzij naar mij. Of tenminste, naar de tuinslang die ik nog in mijn handen hou. En voor ik kan protesteren, grijpt hij het ding beet, richt het op de katten en zet de straal aan.
Of ik het eens ben met zijn methode is een discussiepunt, maar het heeft in ieder geval effect. Nozem schiet met een hoge kreet de boom uit en sprint door de tuin naar de centrale hal. Poes is vlak na hem als een rijpe pruim uit de boom gevallen en rent de andere kant op.
‘Zo, opgelost,’ zegt Lieuwe.
‘Ja, en fijn dat je het even hebt overlegd ook,’ zeg ik vlak, terwijl het water uit mijn krullen druipt.
‘Had jij het anders willen doen?’ bast hij over zijn schouder. Het klinkt allesbehalve oprecht.
Ik pers mijn lippen op elkaar, mijn humeur zakt met de minuut. ‘Ik had het een beetje subtieler aangepakt,’ zeg ik bits. ‘Een klein beetje maar, hoor.’ Hij reageert niet. Met geen woord. En weet ik weer precies waarom hij me zo mateloos irriteert.
‘Je was trouwens te laat,’ bijt ik hem toe, terwijl ik mijn haar in model probeer te duwen, wat grandioos mislukt.
‘Dat komt doordat tante Vera…’
‘Ja, tante Vera’s zijn altijd perfecte excuses,’ snauw ik. ‘Maar we hadden een schema. Jóúw schema, weet je nog wel?’
Hij slaat zijn armen over elkaar. ‘Dit is mijn eerste dag hier. Misschien is er ruimte voor enige coulance?’
‘Coulance krijgen courgettes ook niet als ze dorst hebben,’ vit ik.
Hij draait zich om, werpt een stoïcijnse blik opzij en zegt dan nors: ‘Over courgettes gesproken… Je hebt ze verzopen.’
Ik doe een stap naar voren, naar de groentebedden, en zie glimmende aarde met modderplasjes.
‘Courgettes willen diep water, niet een uur druppelen,’ vervolgt hij.
‘Ik druppelde niet, ik besproeide ze gewoon.’
‘Hoe lang?’
‘Ja, weet ik veel? Tien minuten?’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Te lang. Bovendien is het beter om twee keer per week te sproeien dan dagelijks. Wortels worden lui.’
Ik hoor best wat hij zegt, maar mijn geïrriteerde brein interpreteert het als: je hebt alles fout gedaan. ‘O, dus nu ben ik ook nog een wortelverzieker?’ zeg ik sarcastisch.
Hij kijkt me onverschillig aan. ‘Ik zeg alleen…’
‘Weet je wat,’ snauw ik. ‘Doe de tuin deze keer maar alleen. Ik ga binnen afkoelen, voordat ik iemand verzuip.’ Ik gooi de tuinslang voor zijn voeten op de grond, draai me om en stamp in de richting van de centrale hal. Elke trede naar boven versterkt mijn frustratie.
Boven gooi ik de voordeur zo hard achter me dicht dat het kattenluikje kleppert, en dan laat ik me langs het hout omlaag zakken. Nozem zit al in de gang, een stuk minder nat dan ik ben, en likt rustig zijn pootje. Ik verbeeld me dat hij één wenkbrauw optrekt, alsof hij mij een klein, sukkelachtig schepsel vindt.
‘Jouw schuld,’ bijt ik hem toe. ‘Jij bent in die boom geklommen.’
Hij gaapt zonder berouw.
Mooie tekst:
Het verhaal:
Eva gaat op de gemeenschappelijke moestuin letten terwijl haar flatgenoten op vakantie zijn. Gelukkig krijgt ze hulp van de stugge Lieuwe.
Lieuwe zegt weinig, bromt veel en lijkt emotioneel verwant aan een regenbui. Toch raakt Eva steeds meer in de war van zijn aanwezigheid. En dan verdwijnen er groenten, krijgt haar kat Nozem vreemde kuren, en blijkt dat de tuin niet het enige is dat tot bloei komt.
Een zomer vol trammelant, kattenkwaad en gevoelens die je niet kunt snoeien. Want soms bloeit er iets onverwachts, precies daar waar je het niet gepland had.
Mijn leesbeleving:
Dit verhaal deed mij denken aan het paradijs. Eva betekent leven gevende of moeder van de levenden. De Eva in het paradijs verbleef ook in een afgebakende tuin en had als taak deze te verzorgen en te laten bloeien. Levend te houden met haar aanwezigheid. De Eva in dit verhaal doet dat ook. De verlokkingen en geneugten van het echte leven buiten het “paradijs” worden in de wachtstand gezet. Lieuwe als stoïcijnse “Adam” laat een beschermer en verdediger pur sang zien. Ook geeft hij met haast militaristische precisie leiding om zo de moestuin te laten ad(a)men en bloeien. De naam Lieuwe betekent lief en dappere beschermer. In dit verhaal klopt dat dappere beschermer wel. Lief dat is mij niet gelijk duidelijk het principe ruwe bolster blanke pit is wel van toepassing. Zijn verschijning en gedrag doen me denken aan een familielid die dezelfde naam had.
Toch komt ook de slang tevoorschijn in dit verhaal. Meedogenloos, kruiperig, geniepig, verwoestend. Alle woordenwisselingen zijn raak in dit verhaal. Metaforisch en grappig. De katten in dit verhaal zijn vertederend, lief, soms hautain en ongelooflijk boevig maar precies hoe een kat zich gedraagt. Het hen aangedane leed is hemeltergend maar biedt wel een opening naar een nieuwe verstandhouding. Eentje waarbij een gebouwde muur afbrokkelt en het hart verwarmd en laat stralen. Waarbij liefdesvonken over en weer gaan en Cupido slaagt in zijn werk.
Dit verhaal is beeldend geschreven en beroert al je zintuigen. En mochten je zintuigen ingeslapen zijn op het moment van lezen dan komen ze gegarandeerd op scherp te staan. De moraal van dit verhaal? Stille wateren hebben diepe gronden. En als iemand is innerlijk en kwetsbaarheid bloot komt te liggen dan zie je pas ware parels.
Ik vind de personages en omstandigheden geloofwaardig en uit het leven gegrepen. Linda Jansma is niet alleen uitmuntend in het schrijven van steengoede thrillers ook het feelgood genre beheerst zij perfect. Ieder verhaal van haar bezit diepgang, perspectief, een duidelijk te bewandelen (tuin) pad, humor, cynisme, haat en nijd en in dit geval opbloeiende en later diepgewortelde liefde.
Maar naast de nodige tuin perikelen ook de moeilijk te nemen sporten van de carrière ladder. Maar als mensen dan toch de top behaalt is de beloning honingzoet.
Wat ik ook intrigerend vond waren de Friese woorden. En de typering van stugge Fries daarvan weet ik niet of het op alle punten uit het leven gegrepen en authentiek is omdat ikzelf misschien doordat ik Friezin ben niet objectief kan zijn. Maar dat je uiteindelijk de jackpot gewonnen hebt kan ik wel beamen. Mijn man, ook Fries, is uiterlijk stoer maar innerlijk beschermend, lief, een grote dierenvriend, een betrokken vader en echtgenoot. Maar ook een echte stân Fries; Stânfries (of Standfries) verwijst primair naar een geïdealiseerde, "echte" en degelijke Fries, vaak geassocieerd met standvastigheid en trouw aan eigen waarden, mogelijk teruggaand op de weigering van Friese afgevaardigden in 1555 om te knielen voor de koning. Daarnaast was het een bekende beurtvaartrederij (Reederij Stânfries) in Noord-Nederland.
De weg naar de plot is geen makkelijke. Er moet veel onkruid gebied worden om het liefdespaar te ontwarren en begaanbaar te maken. Maar als dat lukt is het sprookjesachtig mooi.
Mijn mening:
Ik geef 5 sterren.
Prima uitgewerkte en geloofwaardig geportretteerde personages die echt wel voor elkaar moeten strijden. Maar als alle splinters en balken uit de ogen zijn verwijdert kan de liefde krachtig opbloeien. Een prachtig verhaal over elkaar in het juiste licht zien en naar elkaar luisteren, elkaar bemoedigen en beschermen. Pas dan wordt de gezamenlijke levenstuin weelderig en schitterend mooi. En zullen zonlicht en regen niet wedijveren maar elkaar in balans houden.
Ik lees en recenseer graag meer van Linda Jansma.
Kattenkwaad en courgettes
Auteur :
Linda Jansma
Linda Jansma (1967) is bekend om haar psychologische thrillers met maatschappelijke thema’s. Met haar filmische stijl, oog voor detail en gedegen research weet ze haar lezers te raken.
Wijze van lezen:
Recensie-exemplaar E-book ontvangen van De verhalenfabriek in ruil voor mijn recensie.
Uitgeverij:
De verhalenfabriek
Genre:
Feelgood
Cover en flaptekst:
Een vrolijke cover met een groene achtergrond en groenten erop. Een vrouw en een man die zo te zien druk zijn met tuinieren/oogsten. En ik zie een mooie zwarte kat. Symbool voor ongeluk of zoals ik het zie gewoon knuffelig lief?
Quote:
Geen citroenenjurk deze keer, maar een afgesleten short en een tanktop. Haar omhoog, sneakers dicht. Ik gris het schema van de koelkast. Avond: Eva & Lieuwe. Water + onkruid. Eronder staat in Lieuwes strakke handschrift: 1900 uur sharp.
Buiten lijkt de wereld uit sepiakleuren te bestaan. De tegels zinderen, de lucht is gevuld met de geur van kruiden, met aan top de lavendel. Ik pak de tuinslang uit de schuur, stel de straal in op soft mist en begin bij de courgettes: onze groene diva’s (volgens Marijke dan).
Na een poosje besef ik dat Lieuwe er nog niet is. Ik check mijn telefoon: zeven minuten over zeven. Misschien vergeten? Of misschien dacht hij zeven uur dertig. Ik kijk omhoog naar het balkon van mevrouw Vink, waar de tuindeur op een kier staat. Zal ik roepen? Beter van niet; meneer Brouwer krijgt een rolling. Want in zijn tijd… Dus werk ik door. Basilicum sproeien. Aardbeienbed.
Wanneer ik de kraan uiteindelijk dichtdraai, voel ik voor het eerst in dagen een zuchtje wind. Geen verkoeling, maar het suggereert tenminste hoop.
Dan hoor ik een zacht plofje achter me. Poes. Ze springt met de gratie van een acrobaat van het het muurtje dat de groentebedden van de kruidenbedden scheidt en landt tussen de rozemarijn en de bieslook.
Ze werpt me een blik toe vol artistieke onverschilligheid en wandelt weg. Ik vloek binnensmonds. Geen idee of Poes zonder toezicht naar buiten mag, maar ik neem het zekere voor het onzekere.
‘Poes, kom hier!’ probeer ik met fluweelzachte stem, maar ze is al onder de klimroos door.
Net op dat moment komt Lieuwe de tuin in. Zijn haar zit in de war en zijn T-shirt plakt aan zijn rug. Hij houdt de schuursleutel even omhoog. ‘Ik was deze kwijt,’ zegt hij.
‘Ja ja,’ zeg ik snel. ‘Poes kwam net van het muurtje zeilen.’
Zijn blik gaat van mij naar het muurtje en weer terug. ‘Dacht dat die op bed lag te slapen.’
‘Nee, ze sprong net in de kruidentuin. Is het oké dat ze buiten losloopt? Of krijgt mevrouw Vink dan kortsluiting?’
‘Ze weet ervan,’ bromt hij. ‘En Poes blijft wel in de buurt. Waar is ze nu?’
Ik wijs naar de regenton, waar Poes’ pluimstaart achter vandaan steekt. En alsof ze weet dat we het over haar hebben, rent ze ineens door de pollen bieslook, in de richting van de appelboom.
Juist op dat moment verschijnt ook Nozem in de tuin. Zijn ogen volgen meteen de beweging tussen de planten en zodra hij Poes ziet, schiet hij in de dit-is-mijn-territorium-stand. Met zijn staart recht naar achteren en schouders laag snelt hij de tuin in.
Poes schiet weg, Nozem erachteraan. Binnen vijf seconden zitten ze beiden boven in de appelboom.
‘Shit,’ mompel ik. ‘Komen ze daar wel weer uit?’
Lieuwe werpt een blik omhoog de boom in en kijkt dan opzij naar mij. Of tenminste, naar de tuinslang die ik nog in mijn handen hou. En voor ik kan protesteren, grijpt hij het ding beet, richt het op de katten en zet de straal aan.
Of ik het eens ben met zijn methode is een discussiepunt, maar het heeft in ieder geval effect. Nozem schiet met een hoge kreet de boom uit en sprint door de tuin naar de centrale hal. Poes is vlak na hem als een rijpe pruim uit de boom gevallen en rent de andere kant op.
‘Zo, opgelost,’ zegt Lieuwe.
‘Ja, en fijn dat je het even hebt overlegd ook,’ zeg ik vlak, terwijl het water uit mijn krullen druipt.
‘Had jij het anders willen doen?’ bast hij over zijn schouder. Het klinkt allesbehalve oprecht.
Ik pers mijn lippen op elkaar, mijn humeur zakt met de minuut. ‘Ik had het een beetje subtieler aangepakt,’ zeg ik bits. ‘Een klein beetje maar, hoor.’ Hij reageert niet. Met geen woord. En weet ik weer precies waarom hij me zo mateloos irriteert.
‘Je was trouwens te laat,’ bijt ik hem toe, terwijl ik mijn haar in model probeer te duwen, wat grandioos mislukt.
‘Dat komt doordat tante Vera…’
‘Ja, tante Vera’s zijn altijd perfecte excuses,’ snauw ik. ‘Maar we hadden een schema. Jóúw schema, weet je nog wel?’
Hij slaat zijn armen over elkaar. ‘Dit is mijn eerste dag hier. Misschien is er ruimte voor enige coulance?’
‘Coulance krijgen courgettes ook niet als ze dorst hebben,’ vit ik.
Hij draait zich om, werpt een stoïcijnse blik opzij en zegt dan nors: ‘Over courgettes gesproken… Je hebt ze verzopen.’
Ik doe een stap naar voren, naar de groentebedden, en zie glimmende aarde met modderplasjes.
‘Courgettes willen diep water, niet een uur druppelen,’ vervolgt hij.
‘Ik druppelde niet, ik besproeide ze gewoon.’
‘Hoe lang?’
‘Ja, weet ik veel? Tien minuten?’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Te lang. Bovendien is het beter om twee keer per week te sproeien dan dagelijks. Wortels worden lui.’
Ik hoor best wat hij zegt, maar mijn geïrriteerde brein interpreteert het als: je hebt alles fout gedaan. ‘O, dus nu ben ik ook nog een wortelverzieker?’ zeg ik sarcastisch.
Hij kijkt me onverschillig aan. ‘Ik zeg alleen…’
‘Weet je wat,’ snauw ik. ‘Doe de tuin deze keer maar alleen. Ik ga binnen afkoelen, voordat ik iemand verzuip.’ Ik gooi de tuinslang voor zijn voeten op de grond, draai me om en stamp in de richting van de centrale hal. Elke trede naar boven versterkt mijn frustratie.
Boven gooi ik de voordeur zo hard achter me dicht dat het kattenluikje kleppert, en dan laat ik me langs het hout omlaag zakken. Nozem zit al in de gang, een stuk minder nat dan ik ben, en likt rustig zijn pootje. Ik verbeeld me dat hij één wenkbrauw optrekt, alsof hij mij een klein, sukkelachtig schepsel vindt.
‘Jouw schuld,’ bijt ik hem toe. ‘Jij bent in die boom geklommen.’
Hij gaapt zonder berouw.
Mooie tekst:
Het verhaal:
Eva gaat op de gemeenschappelijke moestuin letten terwijl haar flatgenoten op vakantie zijn. Gelukkig krijgt ze hulp van de stugge Lieuwe.
Lieuwe zegt weinig, bromt veel en lijkt emotioneel verwant aan een regenbui. Toch raakt Eva steeds meer in de war van zijn aanwezigheid. En dan verdwijnen er groenten, krijgt haar kat Nozem vreemde kuren, en blijkt dat de tuin niet het enige is dat tot bloei komt.
Een zomer vol trammelant, kattenkwaad en gevoelens die je niet kunt snoeien. Want soms bloeit er iets onverwachts, precies daar waar je het niet gepland had.
Mijn leesbeleving:
Dit verhaal deed mij denken aan het paradijs. Eva betekent leven gevende of moeder van de levenden. De Eva in het paradijs verbleef ook in een afgebakende tuin en had als taak deze te verzorgen en te laten bloeien. Levend te houden met haar aanwezigheid. De Eva in dit verhaal doet dat ook. De verlokkingen en geneugten van het echte leven buiten het “paradijs” worden in de wachtstand gezet. Lieuwe als stoïcijnse “Adam” laat een beschermer en verdediger pur sang zien. Ook geeft hij met haast militaristische precisie leiding om zo de moestuin te laten ad(a)men en bloeien. De naam Lieuwe betekent lief en dappere beschermer. In dit verhaal klopt dat dappere beschermer wel. Lief dat is mij niet gelijk duidelijk het principe ruwe bolster blanke pit is wel van toepassing. Zijn verschijning en gedrag doen me denken aan een familielid die dezelfde naam had.
Toch komt ook de slang tevoorschijn in dit verhaal. Meedogenloos, kruiperig, geniepig, verwoestend. Alle woordenwisselingen zijn raak in dit verhaal. Metaforisch en grappig. De katten in dit verhaal zijn vertederend, lief, soms hautain en ongelooflijk boevig maar precies hoe een kat zich gedraagt. Het hen aangedane leed is hemeltergend maar biedt wel een opening naar een nieuwe verstandhouding. Eentje waarbij een gebouwde muur afbrokkelt en het hart verwarmd en laat stralen. Waarbij liefdesvonken over en weer gaan en Cupido slaagt in zijn werk.
Dit verhaal is beeldend geschreven en beroert al je zintuigen. En mochten je zintuigen ingeslapen zijn op het moment van lezen dan komen ze gegarandeerd op scherp te staan. De moraal van dit verhaal? Stille wateren hebben diepe gronden. En als iemand is innerlijk en kwetsbaarheid bloot komt te liggen dan zie je pas ware parels.
Ik vind de personages en omstandigheden geloofwaardig en uit het leven gegrepen. Linda Jansma is niet alleen uitmuntend in het schrijven van steengoede thrillers ook het feelgood genre beheerst zij perfect. Ieder verhaal van haar bezit diepgang, perspectief, een duidelijk te bewandelen (tuin) pad, humor, cynisme, haat en nijd en in dit geval opbloeiende en later diepgewortelde liefde.
Maar naast de nodige tuin perikelen ook de moeilijk te nemen sporten van de carrière ladder. Maar als mensen dan toch de top behaalt is de beloning honingzoet.
Wat ik ook intrigerend vond waren de Friese woorden. En de typering van stugge Fries daarvan weet ik niet of het op alle punten uit het leven gegrepen en authentiek is omdat ikzelf misschien doordat ik Friezin ben niet objectief kan zijn. Maar dat je uiteindelijk de jackpot gewonnen hebt kan ik wel beamen. Mijn man, ook Fries, is uiterlijk stoer maar innerlijk beschermend, lief, een grote dierenvriend, een betrokken vader en echtgenoot. Maar ook een echte stân Fries; Stânfries (of Standfries) verwijst primair naar een geïdealiseerde, "echte" en degelijke Fries, vaak geassocieerd met standvastigheid en trouw aan eigen waarden, mogelijk teruggaand op de weigering van Friese afgevaardigden in 1555 om te knielen voor de koning. Daarnaast was het een bekende beurtvaartrederij (Reederij Stânfries) in Noord-Nederland.
De weg naar de plot is geen makkelijke. Er moet veel onkruid gebied worden om het liefdespaar te ontwarren en begaanbaar te maken. Maar als dat lukt is het sprookjesachtig mooi.
Mijn mening:
Ik geef 5 sterren.
Prima uitgewerkte en geloofwaardig geportretteerde personages die echt wel voor elkaar moeten strijden. Maar als alle splinters en balken uit de ogen zijn verwijdert kan de liefde krachtig opbloeien. Een prachtig verhaal over elkaar in het juiste licht zien en naar elkaar luisteren, elkaar bemoedigen en beschermen. Pas dan wordt de gezamenlijke levenstuin weelderig en schitterend mooi. En zullen zonlicht en regen niet wedijveren maar elkaar in balans houden.
Ik lees en recenseer graag meer van Linda Jansma.
1
Reageer op deze recensie
