Lezersrecensie
Verhaaltjes voor het sterven gaan
Recensie van:
Verhaaltjes voor het sterven gaan
Verhaaltjes voor het sterven gaan is een duistere zoektocht naar de waarheid, waarin ieder woord en elke blik de personages dichter bij hun diepste angsten brengt.
Auteur :
Chris Hoksbergen
Bron: www.intonijmegen.com
Chris Hoksbergen (1995) is prijswinnend auteur van verscheidene (fantasy)boeken, zoals Al het kwade komt in tweeën en Dagboek van een krankzinnige, waarin de nadruk ligt op de psychologie van de personages. Daarin zoekt hij graag de grenzen op van waan en werkelijkheid. Hij schrijft ondertussen ook voor een breder publiek, zoals zijn recent verschenen novelle De Dakpannengooier: een absurdistische satire op de moderne samenleving. Naast schrijver is Chris docent aan de Hanze Hogeschool in storytelling, video-/fotografie en vormgeving.
Wijze van lezen:
Recensie-exemplaar E-book ontvangen van Godijn Publishing in ruil voor mijn recensie en deelname aan de blogtour.
Uitgeverij:
Godijn Publishing
Genre:
Thriller
Cover en flaptekst:
Een prachtige combinatie aan kleuren onheilspellend zwart of in de symbiose van alles verbergen zodat je er niet op bedacht bent wat er voor of achter je opduikt. Rood de kleur van bloed dat door ieders aderen stroomt. Rood de kleur van liefde. Of van een glas rode wijn.
De flaptekst is mysterieus, intrigerend en nodigt tot lezen uit.
Quote:
‘Waarom is het,’ hoorde ik hem door het raam, ‘dat als je oud bent en ziek en je steeds verder achteruitgaat, het van je wordt verwacht dat je dat allemaal lijdzaam ondergaat? Alleen maar omdat er op zich wel iemand is die voor je wil zorgen? Is die keuze niet aan mij? Aan de stervende zelf?’
‘Veel mensen zullen u tegenwerpen dat er een geschapen, absolute waarde van het leven is. En dat er met die waarde niet gespeeld mag worden …’
‘Uhm, de waarde van het leven, tsja. Dat heb ik vaker gehoord: hoe zit het dan met de waarde van het leven? Maar ik vraag dan: hoe zit het met de waardigheid van het leven? Wanneer is een bestaan zo miserabel dat er een einde aan mag worden gemaakt? En, misschien nog wel belangrijker, wie kan dat beoordelen? Is dat per slot van rekening niet aan de stervende zelf? En niet aan bemoeizuchtige omstanders, die niet voelen wat hij voelt, niet doormaken wat hij doormaakt?’
De journaliste schreef knikkend mee en vroeg daarop: ‘Bent u bang voor uw einde?’
De slissende filosoof grinnikte, wat op zijn leeftijd haast meer een soort giechelen was. ‘Wat is er om bang voor te zijn?’
‘Niet weten wat er gebeurt. Het onbekende.’
Hij schudde het hoofd met een lach. ‘Ik koester het onbekende, mevrouw. Daar heb ik mijn levenswerk van gemaakt. Weet u, wat mensen vrezen is het doodgaan, niet de dood. En dat is waar ik dit drankje voor heb.’ Hij trok het reageerbuisje met een zwierig gebaar vanuit zijn binnenzak. ‘Dit maakt de overgang mogelijk van het leven naar de dood, zonder dat klunzige stukje ertussenin.’
Ik hoorde een tijdje alleen het krassen van het potlood en de vogels van het veld. Toen volgde: ‘U neemt dat drankje zelf in. U bepaalt. Wanneer weet u dat het uw tijd is?’
‘Oh, dat was afgelopen donderdag, maar toen had ik mijn leesclub.’
De journalist lachte en de oude filosoof plukte aan zijn baard, uitermate tevreden met zijn antwoord. Vervolgens zei hij: ‘Een klein grapje. Maar ik weet het niet. Wanneer het moment daar is, denk ik. Misschien morgen. Is dat niet de meest menselijke beslissing die er is? Om iedere ochtend wakker te worden met de vraag of vandaag de moeite waard is? Vandaag heb ik besloten van wel, want ik had een interview met een intelligente jongedame. Dus ja, misschien morgen.’
Dat werd zijn motto voor de tijd die hij bij ons doorbracht. Iedere ochtend kwam hij beneden in de woonkamer en vroeg naar de planning van de dag. Soms kwam zijn dochter op bezoek met de kleinkinderen. Soms kon hij wandelen met een medebewoner. Soms had hij lekker niets te doen. Soms keek hij uit naar het eten ’s avonds. Soms scheen de zon. Soms was het getik van de regen zo rustgevend. Soms was een dag zo voorbij. Vier maanden lang kwam hij iedere dag tot diezelfde conclusie: ‘Misschien morgen.’ Tot de dag van zijn verjaardag. Zijn ziekte was al zover gevorderd, dat hij niet meer uit bed kwam en zijn geestelijke vermogens hem regelmatig in de steek lieten. Zijn dochter en haar man waren er met de kinderen en samen aten ze taart op zijn bed, waarbij ze het voorzichtig hapjes voeren achterwege moesten laten, zo zwak was hij. Zo zaten ze om hem heen toen hij steeds zwakker werd en verder in slaap kwam. Tot hij zijn laatste adem uitblies, later die avond, zonder het drankje ooit gebruikt te hebben, klaar om het tijdelijke voor het eeuwige te verwisselen.
Zijn laatste gedachte een optimistisch: ah, daar gaan we.
Mooie tekst:
‘Alles dat mooi is, is ook verdrietig
Alles dat leeft, is ooit ook vernietigd
In dit universum, zijn wij twee maar nietig
Twee korreltjes zand op een eindeloos strand
Die waaien en hollen en speels rollebollen
Totdat ooit de vloed
Ons zachtjes ontmoet
En wij met z’n tweeën
Dan zinken de zee in
Als een van de korreltjes hoop ik dan het meest
Dat ’t niet slechts verdrietig, maar ook mooi is geweest.’
Het verhaal:
Wat doe je als je psychiater zegt gedachten te kunnen lezen?
Eva, een op non-actief gestelde arts, spreekt af in een verlaten kroeg met de psychiater die het oordeel over haar toekomst zal vellen. Wanneer deze man binnenkomt, lijkt hij niet alleen de sleutel te hebben tot Eva’s grimmige verleden, maar ook tot dat van Jurgen, de ogenschijnlijk doodgewone barman. Met zijn onverwachte benadering en ‘verhaaltjes voor het sterven gaan’, verandert de psychiater de avond in een ontmoeting die alles wat Eva en Jurgen over het leven denken te weten, op zijn kop zet.
Wat moeten ze met zo’n bizarre verschijning? En wat doen Eva en Jurgen als de beweringen van de psychiater in absurditeit toenemen?
Mijn leesbeleving:
Wat mij meteen opvalt is de inhoudsopgave. Uniek in zijn soort en deze inhoudsopgave geeft iedereen hoofdstuk een opstap naar het verhaal wat je gaat lezen. Niet alleen uniek en interessant maar ook grappig of schertsend de spanning opvoerend.
Dit verhaal of eigenlijk in elkaar grijpende verhalen draait in hoofdlijnen om Eva, een jonge vrouw, voormalig arts en nu op consult bij psychiater Boris in de kroeg van barman Jurgen.
Eva opent het bal met het vertellen van haar belevenissen op haar werk. Psychiater Boris beantwoordt deze belevenissen met levensverhalen. Jurgen heeft enkel een luisterend oor en als lezer ben je vaak deelgenoot van zijn gedachten. Ook leren we zijn levensverhaal kennen. Door de beeldende schrijfstijl bevond ik me ook in de kroeg en was ik aanwezig in de verhalen van Jurgen, Boris en Eva. Dit zijn de meest in het oog springende personages. Ook komen er andere personages voorbij die niet volledig uitgediept zijn maar wel een verbindende rol in het verhaal hebben.
De personages komen geloofwaardig op mij over en zijn met oog voor detail uitgewerkt. Ze kwamen door de levendige dialoogvoering en hun ontwikkeling gedurende het verhaal tot leven.
De schrijfstijl is prettig, overtuigend, boeiend en meeslepend.
Eerst is het gesprek van oppervlakkig naar verdiepend maar gaandeweg neemt de grimmigheid toe en lijkt van alle aanwezigen in rap tempo het verleden het heden en de toekomst te naderen. Soms sluimerend en met speldenprikjes tot krachtig en kraakhelder. Totdat alle “huh” momenten en gevoelens van achterdocht en paniek samen lijken te komen.
Toch is het luidop in elkaar klikken van de puzzel niet gewenst want dat kan munitie betekenen die in verkeerde handen kan vallen. Ook is de wijze waarop je interpreteert en vervolgens je antwoord formuleert en uitspreekt cruciaal voor het verdere verloop van de avond. De verhoudingen staan continu op scherp. Dat heeft Chris Hoksbergen uiterst knap gedaan. Daardoor blijf je geboeid en aan de bank gekluisterd doorlezen.
De werkelijke wereld bestond niet meer. Iedere handeling in het dagelijkse leven duurde me te lang want ik wilde beslist doorlezen en het verhaal doorgronden.
Een verhaal vol metaforische en filosofische zinnen die je aanspoorden tot denken en reflecteren over je algehele aanwezig zijn in deze wereld. Een de maker, de breker en de sloper principe. Ook deed het me denken aan de verhalen van John Ajvide Lundqvist, Hjorth Rosenfeldt, Jerker Eriksson en Håkan Alexander Sundquist, Lars Kepler, Rolf en Cilla Börjlind en aan Stephen King of J.D. Barker. Datzelfde duistere, psychologisch diepgaande, filerende, onheilspellende wat je leest hoeft niet de waarheid te zijn effect. En daar houd ik van in verhalen. Chris heeft die gave ook en beheerst deze tot in perfectie.
Je wordt ook uitgedaagd om zelf mee te denken en te puzzelen. Naast het CSI gehalte leer je diverse personen te gronden. Boris doet de betekenis van zijn naam eer aan; strijd, wolf. Maar Eva ook; de leven gevende of adem van leven en Jurgen; bewerker van de aarde. Die betekenissen verweven zich perfect met het verhaal.
De plot zag ik niet aankomen maar als je erover nadenkt merk je wel dat alle verhaallijnen samenkomen. Of alle ingrediënten vormen het uiteindelijke hoofdgerecht.
En of het vetantwoord is om te eten dat moet zelf aan den lijve ondervonden worden.
Mijn mening:
Ik geef 5 sterren.
Een verhaal dat met stevige fundamenten gebouwd is. Met een sterke en gedetailleerd uitgewerkte cast aan personages. Die de dialoog met elkaar aangaan en elkaar het vuur na aan de schenen leggen, elkaars comfortzone verkennen en proberen elkaar te triomferen en een stap voor te zijn. Uit slimheid of uit oogpunt van lijfsbehoud.
Ik had nog niet eerder een verhaal van Chris Hoksbergen gelezen maar ik fan van zijn beeldende schrijfstijl, zijn diepgaande, metaforische, filosofische, duistere, mysterieuze, fascinerende manier om een verhaal te vertellen.
Voor mij uniek.
Bedankt Godijn Publishing en Chris Hoksbergen dat ik mee mocht doen aan de blogtour.
Verhaaltjes voor het sterven gaan
Verhaaltjes voor het sterven gaan is een duistere zoektocht naar de waarheid, waarin ieder woord en elke blik de personages dichter bij hun diepste angsten brengt.
Auteur :
Chris Hoksbergen
Bron: www.intonijmegen.com
Chris Hoksbergen (1995) is prijswinnend auteur van verscheidene (fantasy)boeken, zoals Al het kwade komt in tweeën en Dagboek van een krankzinnige, waarin de nadruk ligt op de psychologie van de personages. Daarin zoekt hij graag de grenzen op van waan en werkelijkheid. Hij schrijft ondertussen ook voor een breder publiek, zoals zijn recent verschenen novelle De Dakpannengooier: een absurdistische satire op de moderne samenleving. Naast schrijver is Chris docent aan de Hanze Hogeschool in storytelling, video-/fotografie en vormgeving.
Wijze van lezen:
Recensie-exemplaar E-book ontvangen van Godijn Publishing in ruil voor mijn recensie en deelname aan de blogtour.
Uitgeverij:
Godijn Publishing
Genre:
Thriller
Cover en flaptekst:
Een prachtige combinatie aan kleuren onheilspellend zwart of in de symbiose van alles verbergen zodat je er niet op bedacht bent wat er voor of achter je opduikt. Rood de kleur van bloed dat door ieders aderen stroomt. Rood de kleur van liefde. Of van een glas rode wijn.
De flaptekst is mysterieus, intrigerend en nodigt tot lezen uit.
Quote:
‘Waarom is het,’ hoorde ik hem door het raam, ‘dat als je oud bent en ziek en je steeds verder achteruitgaat, het van je wordt verwacht dat je dat allemaal lijdzaam ondergaat? Alleen maar omdat er op zich wel iemand is die voor je wil zorgen? Is die keuze niet aan mij? Aan de stervende zelf?’
‘Veel mensen zullen u tegenwerpen dat er een geschapen, absolute waarde van het leven is. En dat er met die waarde niet gespeeld mag worden …’
‘Uhm, de waarde van het leven, tsja. Dat heb ik vaker gehoord: hoe zit het dan met de waarde van het leven? Maar ik vraag dan: hoe zit het met de waardigheid van het leven? Wanneer is een bestaan zo miserabel dat er een einde aan mag worden gemaakt? En, misschien nog wel belangrijker, wie kan dat beoordelen? Is dat per slot van rekening niet aan de stervende zelf? En niet aan bemoeizuchtige omstanders, die niet voelen wat hij voelt, niet doormaken wat hij doormaakt?’
De journaliste schreef knikkend mee en vroeg daarop: ‘Bent u bang voor uw einde?’
De slissende filosoof grinnikte, wat op zijn leeftijd haast meer een soort giechelen was. ‘Wat is er om bang voor te zijn?’
‘Niet weten wat er gebeurt. Het onbekende.’
Hij schudde het hoofd met een lach. ‘Ik koester het onbekende, mevrouw. Daar heb ik mijn levenswerk van gemaakt. Weet u, wat mensen vrezen is het doodgaan, niet de dood. En dat is waar ik dit drankje voor heb.’ Hij trok het reageerbuisje met een zwierig gebaar vanuit zijn binnenzak. ‘Dit maakt de overgang mogelijk van het leven naar de dood, zonder dat klunzige stukje ertussenin.’
Ik hoorde een tijdje alleen het krassen van het potlood en de vogels van het veld. Toen volgde: ‘U neemt dat drankje zelf in. U bepaalt. Wanneer weet u dat het uw tijd is?’
‘Oh, dat was afgelopen donderdag, maar toen had ik mijn leesclub.’
De journalist lachte en de oude filosoof plukte aan zijn baard, uitermate tevreden met zijn antwoord. Vervolgens zei hij: ‘Een klein grapje. Maar ik weet het niet. Wanneer het moment daar is, denk ik. Misschien morgen. Is dat niet de meest menselijke beslissing die er is? Om iedere ochtend wakker te worden met de vraag of vandaag de moeite waard is? Vandaag heb ik besloten van wel, want ik had een interview met een intelligente jongedame. Dus ja, misschien morgen.’
Dat werd zijn motto voor de tijd die hij bij ons doorbracht. Iedere ochtend kwam hij beneden in de woonkamer en vroeg naar de planning van de dag. Soms kwam zijn dochter op bezoek met de kleinkinderen. Soms kon hij wandelen met een medebewoner. Soms had hij lekker niets te doen. Soms keek hij uit naar het eten ’s avonds. Soms scheen de zon. Soms was het getik van de regen zo rustgevend. Soms was een dag zo voorbij. Vier maanden lang kwam hij iedere dag tot diezelfde conclusie: ‘Misschien morgen.’ Tot de dag van zijn verjaardag. Zijn ziekte was al zover gevorderd, dat hij niet meer uit bed kwam en zijn geestelijke vermogens hem regelmatig in de steek lieten. Zijn dochter en haar man waren er met de kinderen en samen aten ze taart op zijn bed, waarbij ze het voorzichtig hapjes voeren achterwege moesten laten, zo zwak was hij. Zo zaten ze om hem heen toen hij steeds zwakker werd en verder in slaap kwam. Tot hij zijn laatste adem uitblies, later die avond, zonder het drankje ooit gebruikt te hebben, klaar om het tijdelijke voor het eeuwige te verwisselen.
Zijn laatste gedachte een optimistisch: ah, daar gaan we.
Mooie tekst:
‘Alles dat mooi is, is ook verdrietig
Alles dat leeft, is ooit ook vernietigd
In dit universum, zijn wij twee maar nietig
Twee korreltjes zand op een eindeloos strand
Die waaien en hollen en speels rollebollen
Totdat ooit de vloed
Ons zachtjes ontmoet
En wij met z’n tweeën
Dan zinken de zee in
Als een van de korreltjes hoop ik dan het meest
Dat ’t niet slechts verdrietig, maar ook mooi is geweest.’
Het verhaal:
Wat doe je als je psychiater zegt gedachten te kunnen lezen?
Eva, een op non-actief gestelde arts, spreekt af in een verlaten kroeg met de psychiater die het oordeel over haar toekomst zal vellen. Wanneer deze man binnenkomt, lijkt hij niet alleen de sleutel te hebben tot Eva’s grimmige verleden, maar ook tot dat van Jurgen, de ogenschijnlijk doodgewone barman. Met zijn onverwachte benadering en ‘verhaaltjes voor het sterven gaan’, verandert de psychiater de avond in een ontmoeting die alles wat Eva en Jurgen over het leven denken te weten, op zijn kop zet.
Wat moeten ze met zo’n bizarre verschijning? En wat doen Eva en Jurgen als de beweringen van de psychiater in absurditeit toenemen?
Mijn leesbeleving:
Wat mij meteen opvalt is de inhoudsopgave. Uniek in zijn soort en deze inhoudsopgave geeft iedereen hoofdstuk een opstap naar het verhaal wat je gaat lezen. Niet alleen uniek en interessant maar ook grappig of schertsend de spanning opvoerend.
Dit verhaal of eigenlijk in elkaar grijpende verhalen draait in hoofdlijnen om Eva, een jonge vrouw, voormalig arts en nu op consult bij psychiater Boris in de kroeg van barman Jurgen.
Eva opent het bal met het vertellen van haar belevenissen op haar werk. Psychiater Boris beantwoordt deze belevenissen met levensverhalen. Jurgen heeft enkel een luisterend oor en als lezer ben je vaak deelgenoot van zijn gedachten. Ook leren we zijn levensverhaal kennen. Door de beeldende schrijfstijl bevond ik me ook in de kroeg en was ik aanwezig in de verhalen van Jurgen, Boris en Eva. Dit zijn de meest in het oog springende personages. Ook komen er andere personages voorbij die niet volledig uitgediept zijn maar wel een verbindende rol in het verhaal hebben.
De personages komen geloofwaardig op mij over en zijn met oog voor detail uitgewerkt. Ze kwamen door de levendige dialoogvoering en hun ontwikkeling gedurende het verhaal tot leven.
De schrijfstijl is prettig, overtuigend, boeiend en meeslepend.
Eerst is het gesprek van oppervlakkig naar verdiepend maar gaandeweg neemt de grimmigheid toe en lijkt van alle aanwezigen in rap tempo het verleden het heden en de toekomst te naderen. Soms sluimerend en met speldenprikjes tot krachtig en kraakhelder. Totdat alle “huh” momenten en gevoelens van achterdocht en paniek samen lijken te komen.
Toch is het luidop in elkaar klikken van de puzzel niet gewenst want dat kan munitie betekenen die in verkeerde handen kan vallen. Ook is de wijze waarop je interpreteert en vervolgens je antwoord formuleert en uitspreekt cruciaal voor het verdere verloop van de avond. De verhoudingen staan continu op scherp. Dat heeft Chris Hoksbergen uiterst knap gedaan. Daardoor blijf je geboeid en aan de bank gekluisterd doorlezen.
De werkelijke wereld bestond niet meer. Iedere handeling in het dagelijkse leven duurde me te lang want ik wilde beslist doorlezen en het verhaal doorgronden.
Een verhaal vol metaforische en filosofische zinnen die je aanspoorden tot denken en reflecteren over je algehele aanwezig zijn in deze wereld. Een de maker, de breker en de sloper principe. Ook deed het me denken aan de verhalen van John Ajvide Lundqvist, Hjorth Rosenfeldt, Jerker Eriksson en Håkan Alexander Sundquist, Lars Kepler, Rolf en Cilla Börjlind en aan Stephen King of J.D. Barker. Datzelfde duistere, psychologisch diepgaande, filerende, onheilspellende wat je leest hoeft niet de waarheid te zijn effect. En daar houd ik van in verhalen. Chris heeft die gave ook en beheerst deze tot in perfectie.
Je wordt ook uitgedaagd om zelf mee te denken en te puzzelen. Naast het CSI gehalte leer je diverse personen te gronden. Boris doet de betekenis van zijn naam eer aan; strijd, wolf. Maar Eva ook; de leven gevende of adem van leven en Jurgen; bewerker van de aarde. Die betekenissen verweven zich perfect met het verhaal.
De plot zag ik niet aankomen maar als je erover nadenkt merk je wel dat alle verhaallijnen samenkomen. Of alle ingrediënten vormen het uiteindelijke hoofdgerecht.
En of het vetantwoord is om te eten dat moet zelf aan den lijve ondervonden worden.
Mijn mening:
Ik geef 5 sterren.
Een verhaal dat met stevige fundamenten gebouwd is. Met een sterke en gedetailleerd uitgewerkte cast aan personages. Die de dialoog met elkaar aangaan en elkaar het vuur na aan de schenen leggen, elkaars comfortzone verkennen en proberen elkaar te triomferen en een stap voor te zijn. Uit slimheid of uit oogpunt van lijfsbehoud.
Ik had nog niet eerder een verhaal van Chris Hoksbergen gelezen maar ik fan van zijn beeldende schrijfstijl, zijn diepgaande, metaforische, filosofische, duistere, mysterieuze, fascinerende manier om een verhaal te vertellen.
Voor mij uniek.
Bedankt Godijn Publishing en Chris Hoksbergen dat ik mee mocht doen aan de blogtour.
1
Reageer op deze recensie
