Lezersrecensie
Achterdocht, verraad tegenover vertrouwen, vrienschap.
Een gewoon dorpsmeisje, Huda, raakt bevriend met de dochter van een sjeik, Rania. Ze worden hartsvriendinnen en sluiten een bloedverbond om hun vriendschap te bezegelen. De twee verliezen elkaar echter twintig jaar uit het oog en wanneer ze elkaar toevallig terugzien, werkt Huda op de Australische ambassade en probeert Rania te overleven door kunst te verkopen en alles wat ze overhoudt
van haar vroegere bezittingen. Irak is hetzelfde niet meer als toen ze nog kind waren. Er is een schrikbewind; bedreigingen, angst en armoede vieren hoogtij. Op de Australische ambassade komt een nieuwe jonge ambassadeur vergezeld van zijn vrouw, Ally. Zij leert snel dat ze niemand kan vertrouwen en dat ze haar levensstijl noodgedwongen moet aanpassen. Het lot beslist er over om het pad van deze drie vrouwen te doen kruisen. Zullen ze er in slagen om elkaar te vertrouwen in die uiterst moeilijke tijden?
De auteur, Gina Wilkinson, die zelf in Irak verbleef als ambassadeursvrouw schreef dit boek uit eigen ervaring. Een aantal van de belevenissen van Ally heeft ze ook zelf meegemaakt maar het verhaal op zich is fictief. De auteur heeft een mooie stijl, mooie zinnen en mooie beschrijvingen, maar ze valt wel veel in herhaling. Ze gebruikt bv veel dezelfde woorden: de blauwe hemel, abrikooskleurige jurk, het feit dat Rania en Huda vriendinnen waren vroeger, witte ruis, de geur van de raffinaderijen… Misschien heeft ze haar stijl aangepast aan het onderwerp en aan de plaats waar het verhaal zich afspeelt. Haar schrijfstijl lijkt meer op dat van een journalist, - wat ze zelf is geweest vooraleer ze vertrok naar Irak -, die gebruik maakt van spreekwoorden en de manier van spreken en/of schrijven van het land waar ze heeft gewoond en waarover ze schrijft. Maar toch legt de auteur wel de juiste gevoelens en sfeer in het verhaal, misschien wel net door deze aparte stijl.
‘Een moment in het geheugen gegrift, onveranderd vastgelegd als een insect in een ambersteen.’
‘In een volmaakte wereld zouden we kunnen wachten tot de abrikozen bloeien. Helaas is de wereld niet volmaakt.’
Ze beschrijft het verhaal vanuit het standpunt van de drie hoofdpersonages: Rania, Huda en Ally. Ze komen beurtelings aan bod, soms krijgt elk een hoofdstuk, soms een deeltje ervan waardoor je langere hoofdstukken krijgt. Doorheen hun verhaal leer je de personages en hun verleden en hun toekomstplannen beetje bij beetje kennen. Je voelt zo ook de spanning in het boek stijgen, en zeker naar het einde toe. Maar toch mist het verhaal een zekere diepgang.
De personages worden niet heel uitvoerig uitgewerkt. Je leert Huda, Rania en Ally oppervlakkig kennen en mist hier wat toelichting over hun denken en handelingen. Misschien is dat een reflectie van de auteur haar eigen ervaringen in Bagdad.
Wat wel heel goed naar voor komt is het hoofdthema: hoe het leven veranderd is van de drie hoofdpersonen, vooral van Huda en Rania en hun kinderen en hun familie. Hoe ze elkaar ontmoeten of terugzien ,elk met hun verdriet, angsten en vragen. Je voelt mee met hun pijn, angst, hun vernederingen en schaamte. En wellicht is dat het doel van het boek.
‘Haar verlies werkte als de zwaartekracht en pinde haar vast op haar plaats.’
‘Hoog boven Basils tuin maakte een hongerige roofvogel de lucht onveilig, alsof hij vanuit Rania’s herinnering was komen aanvliegen.’
Het verhaal is goed geschreven. De auteur slaagt er in om de gevoelens van de personages, drie vrouwen uit totaal verschillende milieus, goed naar voor te brengen en je te doen meevoelen met hun bekommeringen, maar het mist diepgang en je blijft toch met een zekere honger achter.